door Dick Pels
Een rare toestand: het referendum is naar rechts verhuisd. Voor het eerst sinds de oprichting in 1989-90 komt het niet langer voor in het verkiezingsprogramma van GroenLinks, terwijl het wél prominent prijkt in dat van Wilders’ PVV en Verdonks Trots op Nederland. Een reactie op het laatste congres van GroenLinks.
Niet alleen het referendum zelf, ook de bredere term ‘radicale democratisering’, sinds jaar en dag het hart van GroenLinkse beginsel- en verkiezingsprogramma’s, ontbreekt (sinds 2002, niet toevallig ook het Fortuynjaar). Des te pijnlijker is het om ook dit oudlinkse spandoekwoord prominent aan te treffen in het PVV programma.
Onlangs verdedigde de GroenLinksfractie bij monde van Femke Halsema nog twee initiatiefwetsvoorstellen over het correctief en het raadgevend referendum in de Tweede Kamer. Het congres van 18 april was dit even vergeten en schrapte dit en enkele andere voorstellen tot bestuurlijke vernieuwing uit het verkiezingsprogramma, waarschijnlijk uit vrees voor populisme. Misschien speelde de herinnering mee aan de uitslag van het referendum over de Europese Grondwet in 2005, of recenter, aan die van het Zwitserse referendum over een grondwettelijk verbod op minaretten. Ook dichter bij huis, op gemeentelijk niveau, heeft het referendum op zijn zachtst gezegd een wisselvallige reputatie opgebouwd.
De antireferendummotie van de jongeren van Dwars en de afdeling Leiden – de stad waar tot frustratie van GroenLinks de lightrail per referendum werd verworpen – legde in elk geval een klassieke tegenstelling bloot. Zij die de vertegenwoordigende, parlementaire democratie democratisch genoeg vinden en volksstemmingen vrezen (“De maatschappelijke kwesties die in een referendum aan de orde komen zijn vaak te complex om aan volksstemming te onderwerpen. Burgers kiezen daarbij een keer per vier jaar een volksvertegenwoordiging. Zij geven hen een mandaat om te besluiten” – aldus de motie) staan tegenover degenen (onder wie fractie en partijbestuur) die burgers meer directe zeggenschap willen geven. “Eens in de vier jaar stemmen is een te beperkte invulling van de democratische zeggenschap van burgers”, zo staat nog steeds op de website van GroenLinks, “Het referendum is een aanvulling op onze vertegenwoordigende democratie”. Hoog tijd dus voor het “brede maatschappelijk debat over de vernieuwing van onze democratie” waartoe het verkiezingsprogramma óók oproept.
IJskast
Het referendum is in een oneigenlijke alles-of-niets tegenstelling verzeild geraakt. GroenLinks heeft het bestaande vertegenwoordigende stelsel nooit heilig verklaard, maar is altijd blijven openstaan voor de noodzaak tot verdieping en uitbreiding ervan met direct-democratische middelen. De kaping door populisten van dit vernieuwingsprogramma heeft er inmiddels voor gezorgd dat een groot deel van de achterban (net als die van andere progressieve partijen) koudwatervrees heeft gekregen voor elke vorm van directe democratie en in feite is teruggevallen op een CDA-achtig conservatisme.
Partijen als het CDA en de SGP zijn altijd principieel gekant geweest tegen elke vorm van directe democratie, dus ook tegen het referendum, dat “niet zou passen binnen onze representatieve democratie”. De VVD heeft sinds 2002 op dit punt flink gezwalkt, maar is inmiddels weer terug bij het vertrouwde “tegen” uit de beruchte Nacht van Wiegel (mei 1999), toen het referendum net geen tweederde meerderheid haalde in de Eerste Kamer. De PvdA is aarzelend voor. De SP idem, maar het referendum zelf komt niet meer in het huidige verkiezingsprogramma voor; wél het (zwakkere) grondwettelijk recht van petitie. Ook de ChristenUnie is voorstander en natuurlijk ook D66, hoewel de bestuurlijke vernieuwingspartij bij uitstek haar kroonjuwelen tegenwoordig liever in het magazijn bewaart dan prominent uitstalt in de etalage.
Zo is er over de hele linie bij de progressieve en middenpartijen een terugtrekkende beweging te zien. Het effect van de frontale kritiek van populisten op de ‘elite-heerschappij’ van regenteske ‘beroepspolitici’ in het Haagse partijenkartel en hun pleidooi voor een regering ‘van, voor en door het volk’, is dat de gevestigde partijen dichter zijn gaan aanschurken tegen het parlementaire bestel. “Alleen een radicale democratisering kan de dominantie van de elites breken”, aldus het PVV-programma. Nu GroenLinks zijn eigen slogan in het gezicht krijgt gegooid, en door de woordvoerders van ‘het volk’ zelf bij de elites wordt ingedeeld, is de neiging groot om alle democratisering, laat staan radicale, maar even in de ijskast te zetten.
Volkswil
De ongelukkige spagaat van het referendum kan alleen worden opgelost door een nieuwe visie te ontwikkelen op de relatie tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden in de democratie. Die visie moet twee klippen vermijden:
Lees verder in De Helling
Bestel hier
Losse nummers 6,50
Abonnement 24,50 per jaar of 10,00 voor de laatste twee nummers van 2010
Dick Pels is directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks
De Helling 2010/2