door Jelle van der Meer
De Rotterdamse landschapsarchitect Adriaan Geuze en de Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest ontmoeten elkaar voor een gesprek over ruimtelijke ordening en bevolkingskrimp.
“Godzijdank.” Nog voor de eerste vraag gesteld is, interrumpeert Adriaan Geuze met een luide verzuchting. Dat gebeurt bij de inleidende woorden: ‘Nederland krijgt te maken met bevolkingskrimp’. Geuze grijpt meteen de kans om zijn hoofdpunt te maken, iets wat hem enorm dwars zit en wat hij overal verkondigt. Nederland heeft een planningstraditie waarbij grote werken ontstaan vanuit een lange termijn visie op de koppeling van economie en ruimte gebruik. Maar ergens in de jaren zestig en zeventig is die traditie afgebroken. “In plaats van de ruimte ontwikkelen op basis van nationale doelen – we willen dit of dat bereiken – worden er kaders gesteld in de vorm van procedures. Als een plan voldoet aan lokale winstgevendheid, aan de milieu-effectrapportage et cetera dat mag het er komen. Dat is technocratisch, de ruimtelijke ordening staat niet meer in dienst van de samenleving, maar van lokale belangen.” Het gevolg is dat iedereen overal bouwt. Geuze: “De grens tussen stad en platteland is verdwenen. Het open landschap verdwijnt. Ik hoop dat de krimp helpt die trend te keren. Zo, dat moest ik eerst even kwijt.”
Adriaan Geuze is een veel geprezen landschapsarchitect en oprichter van het ontwerpbureau West8 in Rotterdam, met kantoren in New York, Toronto en Brussel. In Nederland is het bureau onder meer verantwoordelijk voor het Schouwburgplein in Rotterdam en de woonwijk Borneo-Sporenburg in Amsterdam. In New York won West8 onlangs de competitie voor de inrichting van Govenor’s Island, vlak onder Manhattan. Geuze (49 jaar), die opgroeide in de polders onder de rook van Rotterdam, plaatst de visie van zijn bureau in de traditie van het Nederlandse denken over ‘het scheppen van landschap voor nut en noodzaak’. Daarom gaat de inrichting van Nederland hem aan het hart.
Over de gevolgen van bevolkingskrimp gaat Geuze in gesprek met Maarten van Poelgeest, de herbenoemde GroenLinks-wethouder van Amsterdam, voor onder andere ruimtelijke ordening. Van Poelgeest zoekt plek voor nieuwe woningen en bedrijvigheid. Hij is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van IJ-burg en de Zuid-As. De locatie voor het gesprek is het Hilton hotel op Schiphol, omdat Geuze onderweg is naar Londen waar hij voor een sir een tuin gaat ontwerpen. Geuze versus Van Poelgeest is Rotterdam versus Amsterdam, is landschap tegenover stad.
Tegenstelling
Van Poelgeest: “De bevolkingskrimp die zich nu voordoet in de noordelijke en zuidelijke regio’s gaat doorzetten. Dat zorgt voor maatschappelijke fricties. Voorzieningen verdwijnen. Huizenprijzen kelderen. Het gevaar is dat regio’s en daarbinnen de dorpen gaan proberen uit alle macht die krimp tegen te werken. Dat zou verspilling zijn. De krimp is een gegeven, we moeten daarop inspelen en ons afvragen welke andere kwaliteit we die regio’s kunnen bieden. Anderzijds zal er bevolkingsgroei zijn in de steden, met name in de noordelijke Randstad. Daar zal nog flink gebouwd moeten worden. Mijn zorg is dat al het Rijksgeld straks naar de regio gaat als compensatie voor die krimp. Dan is er geen geld voor de steden en zal er gekozen worden voor de goedkoopste oplossing: een volgende ronde VINEX-wijken in een nieuwe schil van Amersfoort naar Harderwijk. Hoe dan ook zal de krimp de tegenstelling tussen stad en regio aanscherpen.”
Geuze: “Die tegenstelling bestaat al veel langer, en wordt keer op keer weggemoffeld en afgekocht. Zie het Grotestedenbeleid, dat begint met vier steden, dan worden het er vijftien en vervolgens 27 en blijkt heel Nederland opeens een grote stad. De Zuidas wordt ten onrechte armetierig bedeeld, omdat iedereen in dit land zijn deel moet hebben.”
Van Poelgeest: “Jij vindt de krimp een zegen?”
Lees verder in de Helling
Bestel hier
losse nummers 6,50
abbonnement 24,50 per jaar.
Jelle van der Meer is journalist
De Helling 2010/2