de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Interview met Paul Kuypers

“Krimp is een zegen”

door Erica Meijers

Krimp is een zegen, want het doorbreekt het vooruitgangsdenken in het bestuur. Linkse politici zouden veel meer moeten nadenken over een nieuwe bestuursfilosofie. Paul Kuypers pleit voor meer passiviteit.

Met de aanleg van een camping, golfbaan, hotel en jachthaven gaat de gemeente Hulst op Zeeuws-Vlaanderen de bevolkingskrimp te lijf. Het past allemaal in het nieuwe stedenbouwkundige totaalplan, uitgevoerd door projectbureau ‘Perkpolder’, dat in zijn eerste nieuwsbrief uit 2010 spreekt van “revitalisering in tijden van krimp en vergrijzing”.
De jurist Paul Kuypers, afkomstig uit een naburig dorp en een leven lang actief in alle mogelijke bestuurlijke omgevingen, moet er niets van hebben. Het is wat hem betreft kenmerkend voor een bestuurscultuur waarin alles draait om expansie.

“Een project zoals Perkpolder zou twintig jaar geleden met andere woorden zijn verkocht. Nu spreekt men van krimp omdat dat nu in de politiek aan de orde is, maar de drang om dit soort megalomane projecten op te zetten hangt niet speciaal samen met krimp. Die is ingebakken in de huidige bestuurscultuur, waarvan de wortels terugreiken tot het begin van de moderniteit.”

Bestaansgrond
Volgens Kuypers is bevolkingskrimp helemaal geen probleem: Zeeuws-Vlaanderen heeft er van oudsher mee te maken. Mensen die hebben gestudeerd trekken weg. Hijzelf deed dat ook. Mede daardoor bleef het gebied schoon, rustig en aantrekkelijk. In de vakanties komen de mensen terug om te genieten. Dat er minder voorzieningen zijn neem je dan graag op de koop toe, vindt Kuypers: “Er is niets mis met een scherpe scheiding tussen stad en platteland.” De nieuwe plannen zijn hem een doorn in het oog: “De prachtige polders en de ongerepte Schelde worden erdoor verstoord. Er komen vakantiewoningen die totaal niet in het landschap passen. Veel oude arbeiderswoningen zijn al omgebouwd tot recreatiewoningen en staan leeg, omdat die Schelde blijkbaar toch niet zo interessant is. Veel mensen gaan liever in het Zuiden zitten.”
De plaatselijke bevolking schiet volgens Kuypers weinig op met de antikrimpmaatregelen: ze verstoren hun rust en brengen nauwelijks nieuwe werkgelegenheid. Projectontwikkelaars en de gemeente echter des te meer. Die laatste wil met projecten als perkpolder de identiteit versterken; door het samenvoegen van veel kleine gemeentes is men die veelal kwijt. Kuypers: “samenvoegen gebeurt meestal met het argument dat daarmee de kwaliteit van bestuur wordt verhoogd. De nieuwe ambtenaren zijn in vergelijking met de oude dorpsambtenaar beter in staat de regelingen te interpreteren en toe te passen en op niveau met provincie- en rijksambtenaren te praten. Maar dat niveau is abstracter en afstandelijker en heeft weinig te maken met wat er ter plaatse speelt. Er wordt met een technocratische blik bestuurd door ambtenaren die geen binding hebben met het gebied, omdat ze van elders komen. Ze zijn hoger opgeleid, maar daardoor ook ambitieuzer. Met het netjes houden van de slootkant en het dorp zijn ze niet tevreden. Dus gaan ze projecten ontwikkelen, sluiten ze coalities met allerlei bedrijven enz. Daarvoor word je in de bestuurlijke wereld beloond met status. Het ontwikkelen van zoiets als perkpolder vinden ze dus fantastisch. Het opzetten van projecten is hun bestaansgrond.

Lees verder in de Helling
Bestel hier

Losse nummers 6,50
Abonnement 24,50 of 10,00 voor de laatste twee nummers van 2010

Erica Meijers is hoofdredacteur van de Helling

De Helling 2010/2


Inhoud 2010/2