de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Oppositie wordt geen makkie

door Diederik Samson

Oppositie voeren tegen het rechtse kabinet kan niet alleen vanuit de Kamer of vanaf het Malieveld. Links moet coalities sluiten op lokaal niveau, en samen met wethouders, artsen, wijkagenten en conciërges het kabinetsbeleid fileren.

Oppositie voeren tegen Balkenende-II is op het eerste gezicht nauwelijks een ingewikkelde opgave. Nimmer stond een regeerakkoord zo vol met bezuinigingen en nimmer trof een groter deel van die bezuinigingen juist zwakkeren in de samenleving. En zonder enig perspectief te bieden. De structurele economische groei wordt geremd en de banenmachine hapert, juist door de maatregelen van het kabinet. Dit type beleid biedt dus niet alleen alle kansen voor het betere hak- en breekwerk vanuit SP-hoek, maar laat eveneens veel ruimte voor een sociaal-democratisch geluid dat wel degelijk alternatieve bezuinigingen aandraagt, maar dan mét eerlijke lastenverdeling en structuurversterking van de economie.
Ook op politiek-strategisch vlak lijkt aan alle basisvoorwaarden voor een vruchtbare oppositie voldaan. Een kleine parlementaire meerderheid van slechts drie zetels, waarvan zes zetels afkomstig van een partij die zich sociaal-liberaal wil noemen, betekent dat er relatief weinig gaten in de vesting geschoten hoeven worden om het mis te laten gaan. Er kan bovendien ernstig worden betwijfeld of de eerste man van dit kabinet wel krachtig genoeg is om gesloten rijen af te dwingen wanneer het erop aan komt.
Is de komende vier jaar dus een makkie? Nee dus. Schijn bedriegt, want bij een nadere beschouwing van de situatie doemt een veel minder rooskleurig beeld op. De coalitie-partijen zijn de afgelopen tijd op sociaal-economisch terrein razendsnel een zeer hechte eenheid gaan vormen rond een hard VVD-beleid. Het CDA maakte de ruk naar rechts al in de afgelopen kabinetsperiode en lijkt zich steeds prettiger te voelen in haar streven om de CSU van de lage landen te worden. De ‘coming out’ van D66 op dit terrein kwam van Bert Bakker, financieel specialist van de fractie, in de Volkskrant van 22 mei, waarin hij zonder omhaal en voorbehoud de harde maatregelen verdedigt met taal die tot voor kort ook in D66-kring een rilling door de gelederen liet gaan: “Is onze gezondheidszorg bedoeld om mensen rennies te geven als ze zwaar getafeld hebben? Dat gebeurt op grote schaal!” D66 heeft zich razendsnel ingevoegd in het hoofdspoor van de coalitie. Het is goed denkbaar dat het CDA nog eerder met zichzelf in de knel komt op sociaal economisch terrein dan D66.
Natuurlijk staat D66 op tal van onderwerpen met één been buiten de coalitie: natuur, democratische vernieuwing, dierenwelzijn en internationaal beleid zijn maar een paar voorbeelden. Dit zijn echter stuk voor stuk punten waar CDA en VVD hun kleine partner gerust even kunnen laten spelen, omdat zij nu juist voor deze items een meerderheid verkrijgen met LPF (natuur, dieren, internationaal beleid) of SGP/CU (democratische vernieuwing). Deze onderwerpen lenen zich er bovendien niet voor om de regering echt in de knel te brengen. D66 heeft op deze terreinen haar verdedigingslinie ook al opgetrokken. “We willen wel, maar er zit niet meer in, zonder ons was het erger geworden”, klonk het toen het akkoord werd gepresenteerd. Er is één uitzondering denkbaar, maar laten we met zijn allen hopen dat er geen internationaal conflict á la Irak nodig is om deze coalitie in moeilijkheden te brengen.

Conciërges
Bovenstaande analyse geeft al meteen een aardige voorzet voor een oppositiestrategie van links. Mik niet op de korte klap in het parlement. Reken jezelf niet rijk met gelegenheidsmeerderheden voor een motie, denk niet dat schrijnende maatregelen in de sociale zekerheid met een slim amendement van tafel kunnen worden geveegd. Zeker in de eerste helft van de regeerperiode geldt voor deze coalitie ‘hoe harder je klopt hoe stijver ze wordt’. En nog geruime tijd zal daar zeker begrip voor zijn vanuit de samenleving. Het sentiment dat ‘dit land een stabiele regering nodig heeft’ vormt een niet te onderschatten steunpilaar van dit kabinet.
De oppositie slaagt in de komende vier jaar dus alleen als die substantieel meer inhoudt dan Bos, Halsema en Marijnissen in wisselende samenstelling achter de interruptiemicrofoon, als zij meer is dan een Haags spel om met speldenprikken de coalitie dwars te zitten. De oppositie slaagt, wanneer ze in staat is om buiten Den Haag de tegenkrachten te organiseren die nodig zijn om regeringsbeleid te kunnen keren.
Bij ‘tegenkrachten’ vanuit de samenleving denken de meesten al snel aan de instituties, vakbonden, brancheverenigingen, koepelorganisaties en belangenclubs. GroenLinks deed al een openlijke oproep aan dit ‘linkse front’. Maar daarin schuilt de werkelijke kracht van een maatschappelijke oppositiebeweging niet (meer). De wegen die deze organisaties bewandelen richting het kabinet zijn al net zo uitgesleten en voorspelbaar als de moties die worden afgevuurd vanuit de Kameroppositie. Tegen dit type protest kan de regering haar bekende arsenaal aan verdedigings- en pacificatiemaatregelen inzetten. Het Malieveld is effectiever dan een motie, maar de zelfverzekerdheid van Zalm, toen hij opmerkte dat ‘er geen grasspriet meer overeind zou staan op het Malieveld’, toont aan dat men ook voor het Malieveld niet echt beducht is.
Niet in de blauwe stoeltjes aan de linkerzijde van het parlement, ook niet in de traditionele instituties, maar in steden, wijken, op scholen en in huisartsenpraktijken schuilt de werkelijke hindermacht die nodig is om ervoor te zorgen dat het kabinet verzekerd is van aanhoudende tegenwind bij asociale maatregelen die niet of averechts werken. Juist door vanuit de praktijk, en niet vanuit de organisaties, haarfijn de fouten in kabinetsplannen bloot te leggen en met alternatieven te komen. De oppositie moet ‘embedded’ gaan in de samenleving. Samen met de wethouders, de artsen, wijkagenten en conciërges kan de linkse oppositie het kabinetsbeleid fileren.

Woestijn
Dit is niet hetzelfde als de mantra van ‘de wijken in’, die sinds jaar en dag de politiek wordt voor gehouden. Een coalitie met professionals, vrijwilligers, en lokale politici is heel wat anders dan ‘luisteren naar burgers’. Met die coalitie kan politiek gemaakt worden. Samen met wijkagenten, buurtregisseurs, tramconducteurs en jongerenwerkers kan worden gewerkt aan mogelijkheden om tussen de harde bezuinigingen door zoveel mogelijk van hun werk en daarmee de sociale samenhang en veiligheid te behouden. Met wethouders en raadsleden in steden kunnen op lokaal niveau de scherpe randen van kabinetsbeleid afgeschaafd of zelfs ongedaan gemaakt worden. En zo zijn er vele voorbeelden van mogelijkheden voor deze nieuwe coalitie.
De oude instituties worden daarmee niet overbodig en ook het Malieveld mag zo vaak mogelijk volstromen, maar wanneer links in staat is om werkelijk aansluiting te vinden met de oude wijken in grote en middelgrote steden, dan zal blijken hoe effectief oppositie vanuit die plekken gevoerd kan worden. En uiteraard moeten we ons niet daartoe beperken, maar het is een gegeven dat juist in die wijken de maatregelen van het nieuwe kabinet gestapeld voelbaar zullen zijn.
Is deze strategie een ruk naar links of juist een beweging naar het midden? Dat laat zich niet zo makkelijk in die termen gieten. Illustratief is bijvoorbeeld dat we de kans lopen om juist in die oude wijken de LPF, als oppositiepartij aan de rechterflank, tegen te komen. Het is wél een oppositiestijl waarin we blijvend gedwongen zullen zijn om onze idealen en ambities te toetsen aan de harde werkelijkheid. En juist dat biedt in ieder geval een uitstekend tegenwicht tegen de neiging om vanuit de oppositie ‘makkelijk’ te gaan opereren. Iedere partij die dat gaat doen is verzekerd van een lange tocht door de woestijn.

Diederik is lid van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer

De Helling 2003/2


Inhoud 2003/2