door Geerte Wachter
De Victoriaanse kunstcriticus Walter Pater schreef dat een kunstwerk geacht wordt ‘to give us as many pulsations as possible into a given time’. De video-installatie ‘Remembering Toba Tek Singh’ van de Indiase beeldend kunstenares Nalini Malani voldoet daar zeker aan. Deze installatie was dit voorjaar te zien op het World Wide Video festival in Amsterdam. Ik zag deze installatie voor het eerst in 1999 in Bombay. Nalini Malani maakte deze installatie naar aanleiding van kernproeven door India en Pakistan. Op 11 mei 1997, de dag gewijd aan Buddha, voerde India enkele nucleaire testen uit. De Indiase kranten juichten het initiatief van harte toe, de internationale pers veroordeelde deze nieuwe ontwikkeling om het hardst. De video-installatie bestaat uit een afgescheiden, vrij donkere ruimte met op drie wanden verschillende bewegende beelden geprojecteerd. Op het middelste is rook te zien, veel rook van kernexplosies. Op de zijwanden zijn twee vrouwen bezig een sari op te vouwen; dat lukt niet en de beweging wordt eindeloos herhaald. De vloeroppervlakte is gevuld met acht metalen dozen met daarin televisies. Op alle televisies zijn verschillende korte en langere films te zien. We zien onder meer een zwart-wit film met vluchtende mensen op karren, lopend, fietsend, bovenop treinen: beelden van de Partition. De Partition verwijst naar de beslissing van de Engelsen in 1947 om India op te splitsen in twee landen: een islamitisch Pakistan (toen nog met Bangla Desh) en een hindu-India. Bij deze gedwongen verhuizing van miljoenen mensen kwamen honderdduizenden mensen om het leven en werden families opgesplitst.
We zien kinderen met misvormde oren als gevolg van eerdere kernexplosies. Beelden van rellen in Bombay in de jaren negentig, beelden van de slachtoffers in Hiroshima en beelden van een blauwe lucht met witte wolken. Twee van de metalen dozen bevatten een film van de geboorte van een blank en een Indiaas kind. Wat deze beelden een extra kracht meegeeft is dat Malini de film ook terugspoelt zodat je opeens een baby terug in het geboortekanaal ziet glijden. De onverwachte beweging versterkt het schokeffect van deze installatie.
De titel van de video-installatie, ‘Remembering Toba Tek Singh’, verwijst naar een in India bekend verhaal van de schrijver Sadaat Hasan Monto uit 1947. Hij vertelt hoe men na de ‘Partition’ bedacht dat ook de psychiatrische patiënten moesten worden opgedeeld. Hindu-patiënten moesten naar India, moslim-patiënten naar Pakistan. Hasan Monto verhaalt op tragikomische toon over de onrust en onzekerheid die ontstaat bij de patiënten die geen notie hadden van waar dan wel Pakistan kon zijn. In dit absurde verhaal klimt een van de mannen – na een langdurige verwarring over in welk land de opgekregen bestemming Toba Tek Singh dan wel ligt – uiteindelijk in een boom en zegt: “Ik wil noch in India noch in Pakistan leven, ik wil in deze boom leven.” (Een beeld dat via Italo Calvino’s Il barone rampante uit 1957, en Fellini’s briljante film Amarcord een plaats heeft gevonden in ons Westers bewustzijn. Alleen vraagt de gek bij Fellini in een hilarische maar ook tragische scène vanuit de boom klagend om een vrouw: “Voglio una donna!” Ik wil een vrouw!)
Het was voor Malini geen enkel probleem om haar installatie in Nederland te vertonen. Het kostte haar heel veel meer moeite om haar werk in Bombay te vertonen. Het museum voor moderne kunst was voor Malini minder interessant, omdat het vooral door buitenlandse toeristen wordt bezocht. Het bleek politiek lastig om haar installatie in een staatsmuseum te tonen. De openlijke kritiek op het nucleaire programma van de overheid viel natuurlijk verkeerd. Maar de grote maatschappelijke onrust ten gevolge van de nucleaire proeven was ook niet te negeren. Uiteindelijk werd de installatie vertoond in het Prince of Wales Museum in Bombay, een groot en traditioneel particulier museum met meer dan drieduizend bezoekers per dag. Het Indiase publiek dat op de tentoonstelling afkwam bleek heel divers. De reacties waren heftig, soms afwerend. Ook zag ik een Indiase man huilen bij de beelden van de geboorte van het kind. Ik denk dat het in India geen ingeburgerde gewoonte is om vaders bij de geboorte van hun kinderen aanwezig te laten zijn en het tonen van geslachtsdelen is sowieso niet gebruikelijk.
Malini’s installatie beantwoordde daarmee wel heel sterk aan het bovenaan genoemde criterium voor kunst van Walter Pater. Het bombardement van impulsen brengt een ‘shock and awe’ effect teweeg, versterkt door de combinatie van gruwelijkheid en lieflijkheid. De onschuld van een blauwe lucht, de kwetsbaarheid van het menselijk leven, weergeven in de geboortescènes. Daarnaast gaat er nog een andere sterke werking van het geheel uit. Door het bombardement aan beelden, geluiden en sferen staat de tijd voor de toeschouwer stil. Ook het terugspoelen van de geboorte doet de adem stokken. Je bent je scherp bewust van de onomkeerbaarheid en onherstelbaarheid van oorlogsvoering en geweldsdaden en van het dwingende gevoel dat dat kind in deze wereld niet geboren wil worden. Ik moest denken aan ‘Die Blechtrommel’, van Günter Grass, en aan Wolkers’ gebroken lucht, in zijn Auschwitz-monument.
Misschien dat daarom, om de scherpte van de dingen te dempen, zoveel understatements worden bedacht voor alles wat met oorlog te maken heeft. Er lijkt een universele neiging te bestaan om vreselijke dingen te verbloemen. Een dialoog tussen een leerling en een leraar over het doel van de Indiase kernproeven is hilarisch, als ze niet zo actueel zou zijn:
Student: “Maar meester, we willen toch vrede, wereldvrede?”
Leraar: “Des te meer reden onszelf machtig te maken. Alleen naar machthebbers wordt geluisterd. Nu kunnen we op agressieve wijze spreken over wereldvrede, want nu zal de wereld naar ons luisteren.”
Al dit verbloemen dient om het geweld te verontschuldigen. Alsof het allemaal al niet heftig genoeg is, noemt Malini nog wat namen van bommen. De eerste Amerikaanse kernbom heette ‘Gadget’, ‘speeltje’; de Amerikaanse bommen op Hiroshima en Nagasaki heetten ‘Little Boy’ en ‘Fat Man’. De eerste Engelse nucleaire explosie heette ‘Hurricane’. De eerste bom van de Sovjet-Unie heette ‘the Article’, die van Frankrijk ‘Blue Mouse’ en die van China ‘Device 596’.
De eerste kernbom van India uit 1974 heette ‘Smiling Buddha’.
Geerte Wachter is filosoof en beleidsmedewerker bij het Prins Claus Fonds. Ze schrijft voor de Helling een serie over kunst en de verbeelding van het politieke.
De Helling 2003/2