door Pieter Hilhorst
De walkman, het gedicht en het raadsel: over de zin en onzin van minder regels.
Wat is de overeenkomst tussen een walkman, een gedicht en een raadsel? In alle drie de gevallen geldt dat minder meer is. De innovatie van de walkman was dat het apparaat beter was omdat het minder kon. Het heeft geen ingewikkelde kwaliteitssystemen als Dolby en de eerste walkmans konden zelfs niet eens opnemen. Ook een gedicht ontleent zijn kracht aan alles dat geschrapt is. Het is, zoals alle kunst, een poging om het essentiële zo zuiver mogelijk uit te drukken door alle verstoringen uit te bannen. Bij raadsels ligt de kracht eveneens in de beperking. Aan de hand van minimale informatie kan al het nodige achterhaald worden. In alle drie de gevallen geldt dus het oude adagium van de milieubeweging: less is more.
Dit ecologische devies is nu ook door het kabinet Balkenende ontdekt. De regering past het echter niet toe op de consumptiedrift maar op de eigen regelzucht. Minder regels is één van de drie elementen van het regeringsmotto: “Het kabinet wil minder regels om zo meer ruimte te geven aan burgers en hun organisaties.” Het is een mooi streven. Iedereen kent voorbeelden van doorgeslagen bedilzucht en gekmakende bureaucratie. Op de website www.strijdigeregels.nl vertellen ondernemers over hun administratieve nachtmerries. Zo kunnen we lezen over een eigenaar van een broodjeswinkel die klaagt over de boekhouding die hij moet bijhouden voor hapjes die op zijn toonbank liggen. Die mogen namelijk maar twee uur buiten de koeler liggen. Als ze dan nog niet verkocht zijn moet hij ze weggooien. Een vleestransporteur wordt horendol van de tegenstrijdige regels. De parkeerpolitie laat alleen vrachtwagens ongemoeid die zichtbaar aan het laden en lossen zijn. Maar een koelwagen kan zijn deuren niet open laten staan zonder dat de kwaliteit van het vlees in geding komt.
Incident
Toch valt te betwijfelen of het kabinet erin zal slagen om radicaal te kappen in de regelgeving. Zoals de milieuactivisten zich niet verdiepten in de aantrekkelijkheid van consumptie voor de doorsneeburger, zo heeft het kabinet geen oog voor de oorzaken van de regeldrift. De regeringsverklaring is hierover zeer summier: “We zijn in een spiraal beland waarin ieder probleem en incident leidt tot nieuwe regels, die weer hun eigen problemen veroorzaken.” De regelzucht is dus, in de ogen van Balkenende en de zijnen, niet meer dan een paniekreactie op hedendaagse gevaren. Een kalme rationele afweging zou leren dat we met al die regels en wetten niets opschieten. Het kabinet verdoezelt zo wat er verloren gaat bij het schrappen van regels.
Het vergeet dat veel regels dienen ter bescherming van de burgers. De Arbo-regels beveiligen de werknemer tegen gevaren. De milieuregels beschermen de omwonenden van fabrieken. De regels voor de monumentenzorg voorkomen een achteloze verkwanseling van ons culturele erfgoed. Vermindering van regels is dus een a-politieke omschrijving van het vergroten van de risico’s. Dat maakt het animo om enthousiast van start te gaan al een stuk minder.
Daarnaast komt veel ergerlijke bureaucratie voort uit budgettaire motieven – onderzoeker en Tweede Kamerlid Evelien Tonkens laat dit zien in haar boek Mondige Burgers en Getemde professionals, dat in september uitkwam. Zo zijn er in de zorg ‘Indicatieorganen’ opgericht die bepalen wie welke zorg mag krijgen. Over het kappen in deze regelgeving hoor je het kabinet zelden. Integendeel. Het kabinet wil om reden van efficiëntie juist nieuwe bureaucratie in het leven roepen om instellingen te kunnen afrekenen op hun resultaten. Politiecorpsen, welzijnsinstellingen en scholen zijn straks veel tijd kwijt aan het administreren van hun verrichtingen. En die tijd gaat af van de tijd voor de klas, de straat of de contacten met de probleemjongeren.
Klaplopers
Ondanks deze kanttekeningen onderschrijf ik het streven van het kabinet naar minder regels. De regering moet alleen erkennen dat het schrappen van regels een prijs heeft. Het betekent dat er veel eerlijker moet worden nagedacht hoe minder méér kan zijn. De metaforen van de walkman, het gedicht en het raadsel kunnen daarbij helpen. De metafoor van het gedicht leert dat je alleen kunt schrappen als je weet wat je wilt uitdrukken, als je weet wat van waarde is. Het betekent dat het debat over het verminderen van de regeldruk veel politieker moet worden. Nu hanteert het kabinet een impliciete waardenhiërarchie. De drang naar deregulering is een fluistergedicht. Door alleen te wijzen op de last van regels waardeert het vrijheid en initiatief meer dan bescherming en zekerheid. Toch is het gedicht voor de politiek van deregulering een gevaarlijke metafoor. Een gedicht wint aan kracht als het radicaal is in zijn keuzes. Compromissen maken het zwak. De politiek kan daarentegen niet zonder mitsen en maren. Het is gevaarlijk om één waarde (vrijheid) te plaatsen boven alle anderen (zekerheid, bescherming). Politiek is juist de kunst van het afwegen van tegenstrijdige waarden en belangen.
De walkman attendeert ons op het belang van context. Soms is het van belang dat een cassetterecorder ook muziek kan opnemen, vaak is dat niet nodig. Toegepast op het streven van het kabinet betekent dit dat de vraag niet moet zijn: welke regels hebben we wel en welke regels hebben we niet nodig, maar welke regels hebben we wanneer en waar nodig. Zo heeft de bestuurskundige Arthur Ringeling voorgesteld om bij de handhaving van milieuregels te werken met verschillende soorten vergunningenregimes. Voor de voorlopers in een bedrijfstak zijn gedetailleerde voorschriften voor de omgang met gevaarlijke stoffen een ballast. Voor hen kan worden volstaan met generieke afspraken zodat deze bedrijven een grote vrijheid hebben naar eigen inzicht een veilige werkwijze te ontwikkelen. De meelopers krijgen iets minder vrijheid, terwijl de klaplopers (de bedrijven die aantoonbaar lak hebben aan de regels) te maken krijgen met zeer gedetailleerde voorschriften die ook makkelijk te controleren zijn.
Ravijn
Voor de broodjeseigenaar die zijn beklag deed over tegenstrijdige regels, zou deze aanpak betekenen dat hij de vrijheid krijgt om zelf te bepalen hoe hij de kwaliteit garandeert van de op de toonbank uitgestalde waren. Pas als een inspecteur constateert dat hij tekort schiet krijgt hij te maken met strenge regels en een lastige boekhouding over de broodjes op de toonbank. Deze omgang met regels geeft echter veel macht aan de mensen die bepalen wie in welk regime past. Dat kan alleen als de betreffende controleurs over deze macht ook verantwoording afleggen en als de betrokkenen een mogelijkheid hebben om in beroep te gaan. Om te bedenken hoe dat moet kunnen we te raden gaan bij de metafoor van het raadsel.
De schoonheid van een raadsel schuilt in de eenvoud. Minimale informatie is genoeg om de oplossing te kunnen achterhalen. Denk aan de puzzel over de tweelingbroers en het kruispunt. De ene broer liegt altijd, de ander spreekt de waarheid. Eén weg loopt naar de stad, de andere naar het ravijn. Jij moet naar de stad en je kan de broers niet uit elkaar houden en je mag maar één vraag stellen. De oplossing: ‘Wat zou je broer zeggen dat de weg naar de stad is?’ En die weg moet je niet gaan. Toegepast op de dereguleringsambitie van het kabinet betekent dit dat de vraag níet moet zijn welke regels we af kunnen schaffen. De vraag dient te luiden: Hoe kunnen we met minimale middelen de waarde veiligstellen die nu wordt bediend met maximale regels? Het voorstel van minister Maria van der Hoeven om scholen meer vrijheid te geven bij het vaststellen van het lesrooster is daar een goed voorbeeld van. De bescherming van leerlingen wordt niet gezocht in de wet, maar gedelegeerd aan de medezeggenschapsraad. Die moet bepalen of het verantwoord en wenselijk is om bijvoorbeeld een vierdaagse schoolweek in te voeren. Zo zou ook de vlaskam kunnen worden gehaald door andere wetgeving, zoals de Arbo-wetten. Als maar wordt gezorgd dat het afschaffen van regels gepaard gaat met het organiseren van macht en tegenmacht. Want het doel van deregulering is niet om stiekem waarden overboord te zetten, maar om ze met minimale middelen te realiseren. Alleen dan is minder meer.
Pieter Hilhorst is publicist
De Helling 2003/3