door Liesbeth Noordegraaf-Eelens
Ben en Truus praten over vrijheid B: Wat is vrijheid? T: Als je vrij bent. B: Maar hoe weet je dat je vrij bent? T: Als je uit de nor komt bijvoorbeeld. B: Niet die vrijheid. T: Welke dan? B: De vrijheid om te doen wat je wil. T: Ooo die vrijheid. B: Ja die. T: Bijvoorbeeld zo vrij als een engel. B: Ja zoiets. T: Vrij van belasting, vrij van alles. Weet ik niet, waarom vroeg je mij eigenlijk of ik het wist, ik ben geen Socrates. B: Dat weet ik heus wel, maar misschien komt de filosoof in je naar buiten. T: Ik wist niet dat ik er één had? B: Natuurlijk, iedereen heeft er één.
Deze dialoog zou van Plato kunnen zijn ware het niet dat hij nog geen vijf jaar oud is. Hij zou ook geschreven kunnen zijn als inleiding in de filosofie, maar ook dat is niet het geval. De dialoog is in geschreven door Anthony, elf jaar en een zogenaamd ‘kansarm kind'.
In de Bijlmer draait sinds zes jaar een 'weekendschool' waar kinderen tussen de tien en veertien jaar elke zondagmiddag les krijgen in de meest onverwachte vakken. De kinderen komen van achterstandsscholen, de docenten zijn de crème de la crème van de Nederlandse kennis- en kunstwereld. De vakken die hier op het rooster staan zijn: sterrenkunde, filosofie, drummen met Brotherhood, pilootles, handelen in aandelen en opties, traumachirurgie, en strafrecht door een officier van justitie. Stuk voor stuk voorbeelden met verbeeldingskracht. Ook de gastdocenten zijn inspirerende rolmodellen als Vincent Icke, Ellen Ombre, Postman, Rijkaard of Prem Radhakishun. De weekendschool is een initiatief van Heleen Terwijn (36). Toen zij acht jaar geleden voor onderzoek in de Bijlmer was ontdekte ze dat het beeld van de jeugd van die wijk als problematisch, asociaal en ongeïnteresseerd, niet strookte met de werkelijkheid. De ‘Bijlmerkinderen’ barsten van de ambitie: zij willen zich verbeteren. Tegelijk zijn ze somber over hun kans op succes; ze hebben maar zeer beperkte ideeën over hoe zo'n betere toekomst eruit zou kunnen zien en zien overal obstakels op de weg. Langzaam vergroeien ze met het van buiten opgedrukte stempel: ‘kansloos’. Terwijn zag hier een missie. De ambitie van de kinderen moest gepaard worden aan ideeën, mogelijkheden en voorbeelden. Ze zouden eens moeten zien wat je allemaal kunt worden later! Laat ze eens kennis maken met de beste vakmensen. Dat geeft nieuwe referentiekaders en zodoende nieuwe perspectieven. Terwijn schreef een plan: elke zondag les, drie jaar lang, kinderen van groep 7 en 8 basisschool en 1e klas middelbare school in contact brengen met vijftien bijzondere beroepsvelden. Te beginnen met 35 kinderen. Ze vond sponsors en de weekendschool ging in 1998 van start. De grootste sponsor en medeoprichter van de weekendschool is effectenhuis IMC dat zich maatschappelijk wil engageren zonder alléén geld te geven. Medewerkers van IMC participeren op allerlei manieren in de weekendschool. Daarnaast is er een groot aantal bedrijven dat in ‘natura’ een bijdrage levert (rondleidingen, materialen, enzovoort). Als lokatie werd gezocht naar een plek van klasse en dat werd het Academisch Ziekenhuis. Terwijn: “De kinderen voelden zich hier direct bijzonder: een imposant gebouw, 'universiteit' staat er groot op de buitenmuur, indrukwekkende collegezalen, het paste helemaal in bedoeling de kinderen op te nemen in andere kringen dan de hun bekende.”
Wie zijn die kinderen?
Terwijn: “De deelnemers komen uit de buurt. Wij gaan naar scholen met de grootste achterstand en daar selecteren we streng op motivatie. De kinderen wordt verteld wat de weekendschool is en dat wie het niks lijkt zich beter niet kan opgeven, net zoals kinderen die niet van voetbal houden beter ook niet bij Ajax kunnen aankloppen. We houden ze voor dat ze drie jaar – en dat is héél lang – elke zondag worden verwacht. De meest gemotiveerde kinderen krijgen een plaats. Tweederde van de kinderen die beginnen haalt na drie jaar het weekendschooldiploma. Het enthousiasme van de deelnemende kinderen werkt aanstekelijk want er zijn nu wachtlijsten. Dat betekent dat we moeten loten.”
De professionals die lesgeven zijn dure en beroemde mensen, zijn zij net zo enthousiast? Zijn zulke mensen bereid één of meerdere zondagen op te offeren voor kansarme kinderen?
Terwijn: “Ja, dat zijn ze en veel gastdocenten bieden zich spontaan aan. Voor ons staat één ding voorop: het moeten mensen zijn die hun kennis op een aansprekende en inspirerende manier over kunnen dragen. Hoe ze dat doen, verschilt. Soms worden er excursies georganiseerd zoals naar het planetarium, de kunstacademie, een trading room, het Concertgebouw of het Van Gogh museum. Een arts van het Emma-ziekenhuis neemt elk jaar een patiëntje mee voor een demonstratiecollege. De uitdaging voor de docenten is groot omdat ze van abstract jargon naar een toegankelijk verhaal moeten. Met de wiskundigen heb ik uren door gebracht om te bedenken hoe we wiskunde kunnen uitleggen aan kinderen die daar nog niets van weten. Het is een mooie les geworden. Alle docenten zijn trots als ze er hun slagen om de leerlingen voor hun interesse te winnen.”
Doel van de school is het perspectief te vergroten en de sombere toekomstverwachting van de kinderen te doorbreken. Lukt dat?
Terwijn: “We leren de kinderen veel vaardigheden en dat is een basis voor zelfvertrouwen. Ze leren presenteren, informatie verzamelen, colleges volgen, vragen stellen, keuzes maken, trots te zijn op wat ze kunnen, et cetera. Ze krijgen bijvoorbeeld de opdracht mogelijke docenten te benaderen voor gastlessen. Eerst moeten ze dan een onderwerp kiezen en vervolgens een brief schrijven. Vaardigheden in combinatie met kennis en interessante contacten zijn wapens tegen die somberheid. De weekendschool biedt de kinderen een vast punt in een turbulente levensfase. En al die aandacht van die knappe koppen is natuurlijk een bevestiging dat ze wat waard zijn. In het derde weekendschooljaar maken de kinderen de overgang van de basisschool naar de middelbare school. Ze veranderen dan, ze worden allemaal pubers en verliefd op elkaar. Ook die stormen waaien weer over. Als de kinderen de weekendschool hebben afgerond houden we contact, ze kunnen ons altijd bellen en jaarlijks wordt een terugkomdag georganiseerd”.
Hoe elitair is de weekendschool? Er wordt een beperkt aantal kinderen geselecteerd die dure lessen krijgen in ‘elitiare toekomstperspectieven’ als rechter, chirurg of musicus. De kinderen die bij jullie selectie afvallen zijn waarschijnlijk nog veel ‘kansarmer’.
Terwijn: “Verschil zal er altijd zijn. Selectie in het kader van de weekendschool is nodig en gerechtvaardigd. De motivatie van de kinderen is erg belangrijk om de weekendschool tot een succes te maken. En het is onmogelijk om de krachten die nu worden ingezet voor de weekendschool op grote schaal aan te bieden. Wat betreft het ‘elitaire’ karakter van de aangeboden beroepen heb je mogelijk gelijk, maar dit is een bewuste keuze. De weekendschool wil de kinderen juist in aanraking brengen met toekomstperspectieven die ze in hun dagelijks leven niet of nauwelijks tegenkomen. Deze ‘elitaire’ keuze is geen diskwalificatie van andere beroepen. Een astroloog is niet superieur aan een timmerman, maar als je vader timmerman is dan is het wel makkelijker om je voor te stellen wat dat beroep inhoudt. Daarnaast moedigen we het aan als de kinderen ook meer willen weten van beroepsvelden die ze zelf al kennen. Overigens beschouwen de kinderen de school niet als een ‘elitaire’ aangelegenheid. Ze vinden het juist opwindend als ze abstracte zaken opeens begrijpen. Tenslotte zien we soms dat kinderen de kennis die hen op de weekendschool bij wordt gebracht, delen met leeftijdgenootjes. Die uitstraling is een heel mooi bij-effect”.
Is het ‘kansrijk’ maken van ‘kansarmen’ niet een taak van de overheid? Moet je dat overlaten aan het commerciële bedrijfsleven?
Terwijn: “Ik zie geen probleem in particuliere sponsoring van particuliere initiatieven, mits er duidelijke afspraken worden gemaakt. De sponsors bepalen niet welke cursussen gegeven worden op de weekendschool. De betreffende bedrijven zijn partners waar goede zakelijke afspraken mee gemaakt kunnen worden: zij weten wat hen te doen staat, ik weet wat mij te doen staat. Het afleggen van verantwoording aan een bestuur, dat overigens bestaat uit afgevaardigden van IMC en van het AMC (Academisch Medisch Centrum), is iets anders dan het dansen naar de pijpen van sponsors. Overigens denk ik dat het particuliere initiatief aangemoedigd mag worden. Wat is er mis mee als mensen op eigen initiatief hun bijdrage leveren aan de maatschappij? Je zou je zelfs af kunnen vragen of niet meer van dit soort initiatieven wenselijk zijn. Er is nog een wereld te winnen in achterstandsbuurten. Veel kinderen zijn aan hun lot overgelaten en voelen zich ook zo. Het particuliere initiatief geeft veel vrijheid. Als we besloten hadden om de weekendschool met overheidsgelden te financieren dan had het veel meer tijd gekost en was het initiatief waarschijnlijk gesmoord in regelgeving. Dat neemt overigens niet weg dat we mogelijk over een tijdje naar de overheid stappen en zeggen : ‘Dit doet de weekendschool, wat doen jullie?’”
Op dit moment wordt hard gewerkt aan de uitbreiding van de weekendschool. Afgelopen januari is een vestiging geopend in Amsterdam-Noord en aanstaande januari start er één in Amsterdam-West. Terwijn: “De weekendscholen verschillen van elkaar wat samenstelling van de deelnemers betreft. In Amsterdam Zuidoost zitten vooral kinderen met een Surinaamse, Antilliaanse, Afrikaanse en Pakistaanse achtergrond, in West verwachten we vooral kinderen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond en in Noord is 30 procent autochtoon en verder een mix van zo ongeveer alle denkbare achtergronden. We willen de komende jaren ook weekendscholen openen in steden buiten Amsterdam. Tilburg, Rotterdam, Utrecht.... Dat vereist onderzoek, contacten leggen met scholen en financiers en lokaties vinden. Daar zijn we nu mee bezig.”
Tot slot misschien de moraal van het verhaal. Op wat voor manier kan de verbeeldingskracht die centraal staat in de weekendschool een voorbeeld zijn voor het reguliere onderwijs? Oftewel: kan het gewone onderwijs iets van jullie leren?
Terwijn: “De weekendschool is van een andere aard dan het reguliere onderwijs, beide vormen van onderwijs vullen elkaar aan, maar zijn niet onderling inwisselbaar. Het Nederlandse onderwijssysteem veronderstelt dat kinderen thuis en op straat ook veel leren, maar in achterstandwijken gebeurt dat meestal niet. De weekendschool is bedoeld om dit gat te vullen. Onze aanpak moet je dus niet integraal willen kopiëren naar het reguliere onderwijs. Toch is er een aantal zaken uit de weekendschool die in het gewone onderwijs zou passen. Bijvoorbeeld, zoek docenten met passie die kinderen laten zien wat ze kunnen doen met het vak dat je doceert en die niet het duffe antwoord geven dat je iets moet doen omdat het ‘goed is voor later’. Leer kinderen spelen met hun talenten door meer projectmatig te werken. Haal de wereld binnen in het klaslokaal en trek er met de kinderen op uit. Geef de kinderen persoonlijke aandacht bij het maken van beroepskeuzes en leg die keuzes niet te snel vast. Kinderen hebben in de eerste plaats persoonlijke aandacht nodig. Daarnaast staan ze echter te popelen uit te vinden hoe hun toekomstperspectieven niet gebaande paden hoeven te zijn, maar dat de sky the limit is. Het is geen wonder dat veel kinderen in achterstandsbuurten somber of schijnbaar gedesinteresseerd zijn, maar het is wél erg. En het is niet nodig”.
Voor meer informatie over de weekendschool zie: www.weekendschool.nl
Liesbeth Noordegraaf-Eelens is redacteur van de Helling
De Helling 2003/4