de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Compact is groen

door Jan van der Meer

Om landschap te sparen moeten we dichter op elkaar gaan wonen. De stad moet de hoogte in. Dat is ook goed voor het in stand houden van voorzieningen. Nijmegen geeft het goede voorbeeld.

Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 heeft Nijmegen een groen-rode coalitie van GroenLinks, PvdA en SP, de drie grootste partijen in de Waalstad. Door de inbreng van GroenLinks is het ruimtelijk ordeningsbeleid rigoureus veranderd. Veel meer dan ooit is het beleid gericht op zuinig en intensief omgaan met de ruimte, verdichtingslokaties en de compacte stad. In het collegeakkoord is alvast de eerste winst ingeboekt: een geplande woonwijk pal tegen het karakteristieke dorp Ressen aan is afgeblazen en het gebied blijft open. In tegenstelling tot wat Vincent van Rossum schreef in de vorige Helling (nr. 3, 2003), is de compacte stad wel degelijk groen en zeker ook sociaal. Het voorbeeld in Nijmegen laat dat zien.
Groene politiek gaat uit van zuinig ruimtegebruik door de mens zodat ook andere wezens een levensvatbare plek hebben op de aarde. Het Nederlands grondgebied delen we bijvoorbeeld met 35 duizend planten- en diersoorten, waarvan er zo’n 650 met uitsterven worden bedreigd. In EU-verband zijn harde afspraken gemaakt om het leefgebied van deze ‘rode lijst soorten’ te beschermen. Zuinig ruimtegebruik is in ons land dan ook de hoogste noodzaak. Desondanks liggen er nogal wat claims op het open gebied. Vooral als het gaat om woningbouw. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek groeit tot 2035 de Nederlandse bevolking met 1,5 miljoen personen, die allemaal gehuisvest moeten worden. Daarnaast hebben we te maken met een autonome woningverdunning. Momenteel is de gemiddelde woningbezetting in Nederland nog 2,4 personen per woning, maar dat neemt mede vanwege de vergrijzing gestaag af. Als de woningbezetting tot 2035 met een tiende punt daalt hebben we nog zo’n 900 duizend extra woningen nodig. Zakt de bezetting met twee tiende punten tot 2,2 personen per woning, dan hebben we maar liefst 1,2 miljoen nieuwe huizen nodig. Als we deze woningen allemaal in ruime kavels en in tuinstadachtige wijken gaan neerzetten, met bijbehorende infrastructuur, komen we grandioos in de knel. De groene ambities van GroenLinks – bescherming van het leefgebied van bedreigde diersoorten, aanleg van nieuwe natuur en recreatiegebied en extensivering van de landbouw – kunnen we dan wel vergeten.

Gerieflijk
Om de bevolkingsaanwas te herbergen ligt nieuwbouw voor de hand, maar als we goed kijken naar de bestaande woningvoorraad dan is ook een andere benadering mogelijk. Zo bestaat 72 procent van de Nederlandse woningvoorraad uit eengezinswoningen van vier en meer kamers, terwijl de Nederlandse bevolking maar voor 30 procent bestaat uit huishoudens met kinderen. Deze scheefheid wordt de komende jaren alleen maar groter, omdat enerzijds in de Vinex-wijken vrijwel alleen eengezinswoningen worden gebouwd en anderzijds het aandeel gezinnen afneemt. De conclusie is dat er volop ruimte te winnen valt in de woningen die we reeds hebben gebouwd. Het Amsterdamse SISWO/Instituut voor Maatschappijwetenschappen heeft een voorraadbenadering ontwikkeld die uitgaat van het opvoeren van het herbergend vermogen van de bestaande woningvoorraad. Het is een strategie gericht op maatwerk. Zo’n groene benadering van de volkshuisvesting bestaat globaal uit vier onderdelen.
De eerste is: niet bouwen, maar organiseren. Bij woningtoewijzing moeten nadere regels worden gesteld, bijvoorbeeld voorrang verlenen en (financiële) hulp geven aan huishoudens die kleiner willen wonen. Nijmegen heeft bijvoorbeeld een project gestart waarbij een seniorenorganisatie de opdracht heeft gekregen ouderen te helpen die ‘klem’ zitten in een te grote woning. Er zijn genoeg ouderen die willen verhuizen omdat ze geen zin meer hebben de tuin te onderhouden of die moeite hebben met trappen lopen. Zij willen graag naar een gelijkvloerse gerieflijke seniorenwoning in de buurt, het liefst met zorgarrangementen. Het is aan de woonconsulent om de latente verhuisgeneigdheid manifest te maken en de ouderen te helpen aan een seniorenwoning. De ouderen die een grotere woning achterlaten krijgen voorrang in de woningtoewijzing. De grote woningen komen vervolgens vrij voor grotere huishoudens.

Weiland
Het tweede onderdeel is het aanpassen van de bestaande woningen. Hieronder valt het splitsen van te groot geworden woningen in twee kleinere eenheden, ombouwen van lege kantoren, scholen en bedrijfsgebouwen tot woningen, optoppen van bestaande woningen met een bovenlaag en aanbouwen of samenvoegen als een woning te klein blijkt te zijn.
De derde mogelijkheid betreft de vervangende nieuwbouw en het bijbouwen. In zogeheten herstructureringswijken worden sociale woningen die in slechte staat verkeren gesloopt. Er komen minder woningen voor terug en omdat het vaak om homogene achterstandswijken gaat, kiest de lokale politiek voor duurdere woningen. Wijken voor de rijken dus. De armere huishoudens krijgen vervangende huisvesting, meestal in wijken verder van het centrum af, en op deze manier worden ze naar de randen van de stad gedirigeerd. Dit is een verkeerde ontwikkeling. GroenLinks zou er goed aan doen bij herstructureringsoperaties te pleiten voor herbouw van minstens een gelijk aantal sociale woningen én toevoeging van duurdere koopwoningen. Meer woningen dus, maar dan wel in een gevarieerde samenstelling. In de praktijk betekent dit vaak dat de bouwers de hoogte in moeten.
Bij dit onderdeel hoort ook het zoeken naar verdichtingslokaties binnen de bestaande kernen. Een snel onderzoek in Nijmegen heeft bijvoorbeeld een aantal ‘inbreidingslokaties’ opgeleverd, die goed iszijn voor zo’n vijfduizend nieuwe woningen.
Ten vierde en tot slot kan compacte uitbreiding worden gerealiseerd tegen de bestaande stad aan als andere mogelijkheden zijn uitgeput. Helaas begint het Nederlandse volkshuisvestingsbeleid vrijwel altijd met deze laatste stap. Steeds meer gemeenten zien echter in dat nieuwbouw in weilanden alleen geen heilzame weg is. Door de vergrijzing en de verdunning dient er meer te worden geïnvesteerd in de bestaande voorraad.

Parijs
Naast zuinig ruimtegebruik biedt de compacte stad meer voordelen. Doordat uitbreidingen beperkt blijven, blijft het groen om de stad dichtbij voor de stedeling; dichterbij dan in een uitdijende stad. Omdat in een compacte stad het stedelijk groen onder druk staat, is het wel noodzaak dat de stad flink investeert in het agrarisch cultuurlandschap en natuurgebieden grenzend aan de stad. Dat gebeurt gelukkig ook. Zo gaan Delft en Den Haag financieel participeren in een groenfonds voor Midden-Delftland, Maastricht investeert in het Mergelland en Nijmegen in de Ooypolder. Het ideaal is een compacte stad die meer in de hoogte dan in de breedte groeit met een mooie dikke groene ring erom heen.
Een ander belangrijk milieuvoordeel van de compacte stad is de mobiliteit. Doordat mensen dichter opeen wonen, wonen ze ook dicht bij openbaar vervoersvoorzieningen en bij hun werkplek. Zo genereert een compacte stad als Parijs veel minder automobiliteit dan de urban sprawl van Los Angeles.
Om een misverstand uit de wereld te helpen: de compacte stad is niet alleen groen maar ook sociaal. Dichter opeen wonen compenseert de autonome woningverdunning die het draagvlak van voorzieningen in de wijken ondermijnt. Nu verdwijnt de bakker op de hoek, de bushalte, het bankfiliaal en de school. Dat betekent verschraling en verloedering. Om het draagvlak van voorzieningen in stand te houden moeten er woningen worden toegevoegd.
Nijmegen kent het fenomeen van verschraling ook. In de jaren zeventig werd een compleet nieuw stadsdeel gebouwd: Dukenburg. De wijk was ruim van opzet met veel groen en brede wegen en bedoeld voor 40 duizend inwoners. De voorzieningen werden daar op afgestemd. Nu is Dukenburg een wijk met nog maar 24 duizend inwoners. Het economisch draagvlak staat onder druk en drie winkelcentra vechten al jaren om hun voortbestaan. Dat zorgt er voor dat de politiek voor het eerst de handen op elkaar krijgt voor nieuwbouwplannen in de wijk. Bewoners en winkeliers zijn er van doordrongen dat toevoeging van woningen bittere noodzaak is om het leefklimaat op peil te houden. De populairste wijk in Nijmegen, Bottendaal, heeft de hoogste woningdichtheid. De wijk kent vele kleine winkeltjes, kroegjes en bedrijven. Een compacte wijk zorgt voor meer leefbaarheid in plaats van minder.

Klimop
Uiteraard moet het schaarse groen binnen de bebouwde kom worden gekoesterd. Verdichting mag niet ten koste gaan van waardevolle groengebieden. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat groen goed is voor de (psychische) gezondheid, leefbaarheid en zelfs de veiligheid in de buurt. Een eigen tuin is leuk maar moeilijk realiseerbaar in de stad en ter compensatie moet er meer groen in de straten komen. Gedacht kan worden aan gevelgroen (zoals klimop op allerlei blinde muren) en kleine groengebiedjes gecombineerd met speelgelegenheid.
De Nederlandse bevolking groeit nog tot 2035. Daarna neemt de bevolking af, omdat het immigratieoverschot rond die tijd het sterfteoverschot niet meer kan compenseren, aldus het CBS. En met 17,7 miljoen inwoners in Nederland zullen zelfs GroenLinksers blij zijn dat de piek is bereikt. Beleidsmakers hebben het rond die tijd waarschijnlijk gemakkelijker dan nu. Voor het eerst zouden namelijk woonwijken gesloopt kunnen worden voor natuurontwikkeling. Het is belangrijk dat we tot die tijd niet alles vernielen in Nederland, maar zorgvuldig met de ruimte omgaan.

Literatuur:
Harkolien Meinsma en Marten Bierman: Help, mijn woning wordt te groot; over het verband tussen woningvoorraad, nieuwbouw en vergrijzing, Leende, 2002

Jan van der Meer is gemeenteraadslid voor GroenLinks in Nijmegen.

De Helling 2003/4


Inhoud 2003/4