door Kees Vendrik
Na de chaotisch verlopen WTO-top in Cancun is iedereen in verwarring. Volgens Kees Vendrik is de top mislukt en juist daardoor een succes. Er vond een revolutie plaats, met consequenties: de WTO moet een links project worden.
In september vond in de Mexicaanse badplaats Cancun de ministeriële topconferentie van de World Trade Organisation (WTO) plaats. 144 Landen, aangesloten als lid van de WTO zonden hun bewindslieden om het zoveelste gevecht in de geschiedenis van de wereldhandel aan te gaan. De gekozen plaats van handeling was welbeschouwd belachelijk. Cancun is gelegen op de oostpunt van het schiereiland Yucatan, waar ooit een meteoriet een einde gemaakt zou hebben aan het leven van de dinosaurus. Als vissersdorp is Cancun in de jaren ’70 te grazen genomen door een orkaan. De wederopbouw is fors uit de hand gelopen. De Mexicaanse regering heeft, in lijn met de adviezen van de internationale economische beleidselite, Cancun uitverkozen als toeristische trekpleister. De felle zon, de witte stranden, de palmbomen, ze vormen sindsdien het decor van een twintig kilometer lange, smalle landtong. Deze zona hoteliera ligt ingeklemd tussen een groot meer met krokodillen en de knalblauwe oceaan. De internationale hotelgiganten hebben flink uitgepakt: 30 duizend bedden staan klaar om kooplustige Amerikanen te ontvangen in tientallen mega-hotels die in Maya-kitsch stijl zijn opgetrokken. Voor dikke Amerikanen is er een speciaal Hotel Freedom.
In deze clichématige rijkdom streken tienduizend ministers, ambtenaren, lobbyisten, actievoerders en een loslopend kamerlid neer om de armoede in de wereld te bespreken. Aldus was afgesproken tijdens de vorige ministeriële top in Doha, Qatar, november 2001. Deze onderhandelingsronde – de ‘Doha-ronde’ genoemd – zou een ‘ontwikkelingsronde’ zijn. Een vrijere wereldhandel zou vooraleerst moeten bijdragen aan bestrijding van de armoede in de wereld. De aanslagen op de Twin Towers hadden destijds voldoende momentum geschapen om deze belofte in Doha overeen te komen.
In Cancun bleek deze belofte loos. Op voor ontwikkelingslanden wezenlijke onderwerpen is geen meter vooruitgang geboekt. Dat geldt voor alles de snelle afschaffing van de westerse landbouwsubsidies die zoveel lokale boeren in het Zuiden letterlijk uit de markt prijzen. De VS en de EU gaven niets toe op dit terrein en probeerden zelfs twee weken vóór Cancun met een gezamenlijk voorstel voor een ‘landbouwtekst’ de onderhandelingen naar hun hand te zetten.
Lula
Toch was de top naar mijn mening en die van vele NGO’s wel degelijk een politiek succes. Onder leiding van het Brazilië van president Lula tekenden een groep van 21 zuidelijke landen, al snel de ‘G21’ genoemd, verzet aan tegen de dominantie van de Verenigde Staten en de Europese Unie. Zij weigerden mee te gaan in de onderhandelingsagenda die door de twee grootmachten werd gedicteerd. En zo ontplofte ‘Cancun’ door de politieke emancipatie van de zuidelijke landen en de onmacht van het westen deze nieuwe realiteit op waarde te schatten.
Al sinds de Tweede Wereldoorlog wordt door een groeiende groep landen afspraken gemaakt over handelsregels. Deze afspraken – General Agreements on Tariffs and Trade – vormen een groeiend web van internationale handelsregels die voor alle aangesloten landen gelden. Ooit was de bedoeling de internationale handel middels bindende afspraken te reguleren ten einde herhaling van de chaos van de talloze internationale handelsoorlogen in de jaren dertig te voorkomen. Vanaf de jaren tachtig werd het forum van de GATT echter op de golven van het neoliberalisme omgevormd tot een platform voor vrijhandel. Niet regulering, maar deregulering van de internationale handel werd het parool. Het nieuwe doel betrof het vrijmaken van de wereldhandel door afschaffing van importtarieven en andere nationale handelsrestricties. Dit uitgangspunt spoorde met de ‘Washington-consensus’, het nieuwe ontwikkelingsparadigma van IMF en Wereldbank. Deregulering, privatisering, een krappe begrotingspolitiek en een exportgeoriënteerde groei waren de hoekstenen van deze aanpak waartoe talloze ontwikkelingslanden werden aangespoord of zelfs gedwongen.
Vanaf 1995 is de GATT omgevormd tot de WTO – standplaats Genève – waar permanente vertegenwoordigers van de aangesloten lidstaten een fulltime onderhandelingsproces gaande houden. De WTO, begonnen als een soort internationale Kamer van Koophandel, groeit als kool: het aantal lidstaten neemt snel toe en de onderhandelingsagenda en de hoeveelheid regels dijen uit (naast handel ook diensten en intellectuele eigendomsrechten). Feitelijk vormen de WTO-verdragen een economische grondwet voor de wereldeconomie. Vooral daar worden de spelregels voor de globalisering gemaakt.
Aids
Economische conflicten worden meer en meer uitgevochten via de WTO. Dat laatste tekent het belang van de WTO: deze organisatie is feitelijk het enige internationale regime waar niet-naleving van gemaakte afspraken door sancties gevolgd kunnen worden. Recentelijk heeft de WTO-rechtbank uitgesproken dat de tarieven op import van niet-Amerikaans staal in de VS strijdig zijn met de WTO-regels. De aanklagende partij, o.a. de EU, mag handelssancties (strafheffingen op Amerikaanse exportproducten) toepassen indien de VS niet voor Kerstmis deze tarieven opheffen.
Het belang van de WTO kan niemand meer negeren, zoals ook bleek uit het slepende conflict rond de productie van aidsmedicijnen. Na veel getouwtrek is vlak voor Cancun een (bijzonder moeizaam) compromis tot stand gekomen zodat arme landen goedkope medicijnen kunnen kopen zonder de WTO op hun pad te vinden, die de dure patenten beschermt.
Dat zuidelijke landen zich zouden gaan beraden op een nieuwe gecoördineerde strategie was een kwestie van tijd. Daar zijn ze ook maximaal toe uitgedaagd. Zuidelijke landen hebben nooit werkelijk zeggenschap verworven in de WTO. Hoewel stemgerechtigd werd de agenda en de loop van de onderhandelingen steevast gedomineerd door de VS en de EU. De geschiedenis van de WTO ligt bezaaid met stuitende voorbeelden van deze overheersing. Zuidelijke afgevaardigden die botweg de toegang tot een vergaderzaal (de zogenaamde green room) wordt geweigerd, terwijl een cruciale onderhandelingsfase is aangebroken. Stukken die niet tijdig of geheel niet verstuurd worden voor de stemming. Westerse autoriteiten die achter de rug van lastige zuidelijke afgevaardigden om hun presidenten bellen om, onder dreiging van het intrekken van bijvoorbeeld hulp, een soepeler houding af te dwingen. Verder kan een aantal WTO-lidstaten zich financieel domweg geen permanente vertegenwoordigend apparaat permitteren in Genève, terwijl dáár de ministeriële toppen worden voorbereid. In alles blijken sommige landen gelijker dan andere landen.
Koffie
Het dogma van de liberalisering van de wereldhandel is bovendien een regelrechte bedreiging voor veel arme WTO-landen. In de afgelopen decennia hebben de armste landen in Afrika, Midden-Amerika en in de Pacific speciale handelsvoordelen gekregen, deels voortvloeiend uit speciale verdragen tussen bijvoorbeeld Europa en de voormalige koloniën. Voor deze landen worden bij export van hun (landbouw-)producten naar de Europese Unie lagere of geen tarieven in rekening gebracht. Dit voordeel dreigt op termijn geheel te verdwijnen als de tarieven over de gehele linie worden afgebouwd. Dat komt hard aan, omdat deze landen nauwelijks mogelijkheden hebben op andere wijze via export hun dollars of euro’s bij elkaar te sprokkelen. Als het dankzij tariefdifferentiatie opgebouwde concurrentievoordeel ten opzichte van minder arme landen verdwijnt zullen de harde wetten van vraag en aanbod internationaal ongehinderd hun werk doen. Bovendien mag niet worden vergeten dat op de meeste grondstoffenmarkten veel arme landen sowieso aan de verliezende hand zijn. De ‘Washingtonconsensus’ heeft tot een welhaast permanente overproductie op veel internationale grondstoffenmarkten geleid, waardoor de prijzen de laatste jaren al ongekend laag zijn, zoals bijvoorbeeld van koffie. Verdere liberalisering kan de nekslag betekenen voor tientallen landen.
Omgekeerd hanteren veel arme landen importtarieven als belangrijkste bron van overheidsinkomsten. Deze ‘low-tech’ belastinginnig dreigt eveneens verloren te gaan als de liberalisering doorzet. Meestal is in de verste verte geen fiscaal alternatief voorhanden en zo bedreigt de WTO de schaarse inkomsten van veel overheden. Ook dit gegeven wordt nauwelijks serieus genomen in de WTO-onderhandelingen.
Het sanctieregime van de WTO blijkt feitelijk slechts voordeel te bieden aan de rijke landen. Het toepassen van handelssancties ingeval de ene WTO-lidstaat wordt benadeeld door de ander blijkt tamelijk loos als bijvoorbeeld Kenia de import van bepaalde Amerikaanse producten aan een strafheffing onderwerpt, omdat de VS Keniaanse export benadeelt. Amerika zal er geen minuut wakker van liggen, daarvoor zijn deze landen economisch te onbelangrijk.
Ferrari
De grootste doorn in het oog geldt de landbouwpolitiek van de VS en EU. Sinds 2001 heeft Bush de nationale subsidies voor de grote Amerikaanse boeren – veel Texaanse stemmers van Republikeinse huize – flink verhoogd met zijn beruchte Farm Bill. Gevoegd bij de weigering van Europa om de fors gesubsidieerde dumping van landbouwproducten op de wereldmarkt aan te pakken, worden ontwikkelingslanden dag-in-dag-uit opgezadeld met spotgoedkope westerse import die de lokale landbouwmarkt grondig verpest. Keihard in strijd met de vrijhandel die het westen anderen opdringt, claimt zij jarenlang een uitzonderingspositie voor de eigen agrobusiness.
Ook zonder deze subsidies vrezen veel landen totale vrijhandel in landbouwproducten. NAFTA, het handelsverdrag tussen Mexico, de VS en Canada, heeft sinds 1994 geleid tot een massaal failliet van kleine Mexicaanse maïsboeren die de concurrentie met de Amerikaanse maïsgiganten niet aankonden. Overigens treft NAFTA ook de kleinere Amerikaanse farmers die worden weggevaagd door de (Amerikaanse) industriële landbouw die zich in Mexico heeft gevestigd. Ongereguleerde vrijhandel leidt hier tot ontwrichting van het platteland, verarming van de lokale bevolking en overvolle steden door nieuwe werklozen. Het profijt van lagere prijzen valt toe aan de hogere klassen die de saneringsslag weten te ontlopen.
Het risico van dit soort aanpassings- en herverdelingsprocessen als gevolg van snelle liberalisering wordt in de neoliberale filosofie consequent miskend. Hier zit evenwel het hart van het conflict dat in Cancun tot uitbarsting kwam. Globalisering is geen spel zonder grenzen waar ieder gelijk aan de start verschijnt. Fundamenteel is dat de WTO-landen een zeer verschillend stadium van ontwikkeling en concurrentiekracht kennen. Deelname aan internationale handel en het openen van nationale markten betekent voor veel landen, gelet op de grote kwetsbaarheid want eenzijdigheid van de eigen economie, een enorm risico.
Illustratief in deze is de katoenproductie in landen als Benin en Mali. Deze katoeneconomieën draaien op weinig anders. Zonder katoen(export) geen geld, geen overheid, geen wegen, geen voorzieningen enzovoorts. Het voorstel van vier Afrikaanse katoenlanden om de wereldkatoenmarkt te ontdoen van Amerikaanse (en Europese) katoensubsidies werd in Cancun op schandelijke wijze van tafel gewerkt. Ze moesten maar eens met de Wereldbank gaan praten.
De wereldeconomie fungeert als een Formule 1 race tussen Ferrari en Trabant. Daarom moet de WTO terug naar haar roots: regulering van internationale handel ten einde de ontwikkelingskansen van arme landen te bevorderen, zoals immers de belofte van Doha was Dat is veel belangrijker dan de (slinkende) ontwikkelingshulp die overigens nauwelijks gelijke tred weet te houden met de schuldaflossing die zuidelijke landen jaarlijks voldoen.
Revolutie
Terug naar Cancun. De aanleiding voor het conflict was de halsstarrige houding van de EU inzake de zogenaamde ‘Singapore-issues’. Hoewel de zuidelijke landen al sinds de top van Singapore in 1996 keer op keer hebben geweigerd, persisteerde EU-onderhandelaar en handelscommissaris Pascal Lamy in Cancun in het starten van onderhandelingen over investeringen, mededinging, handelsfaciliteiten en overheidsaanbestedingen. Naast praktische bezwaren (geen ambtenaren en voldoende kennis om hierover te gaan onderhandelen) en het ontbreken van een duidelijk doel (waartoe moeten deze onderhandelingen leiden?), beschouwden de zuidelijke landen deze inzet van de EU terecht als een manier om de onderhandelingsagenda fors te verbreden ten einde de druk op de kwestie van de landbouwsubsidies en tal van andere oude uitvoeringskwesties te verminderen.
Bovendien was dit geheel in strijd met de Doha-belofte: zuidelijke landen hebben weinig te winnen bij deze nieuwe agenda, westerse landen en bedrijven des te meer. De Singpore-issues zouden vooral nieuwe plichten voor zuidelijke overheden en nieuwe rechten voor westerse multinationals opleveren. Toen de EU hieraan vasthield en de nieuwe onderhandelingsteksten op het gebied van landbouw en het katoeninitiatief geen enkele voortgang lieten zien, bliezen de zuidelijke landen massaal publiekelijk stoom af tijdens de plenaire vergadering, in ongebruikelijk ondiplomatieke bewoordingen. Een kleine revolutie was geboren, een historisch moment in de geschiedenis van de WTO. In de nacht, enkele uren later, werden de onderhandelingen gestopt.
Linkse handel
In feite hebben de zuidelijke landen, de G21 voorop, het karwei van Seattle afgemaakt. Het protest van de straat klonk nu voor het eerst in de vele onderhandelingszalen van Cancun. Het neoliberalisme is voor even in de prullenbak beland. Dit heeft ook consequenties voor links. Het wordt hoog tijd de WTO als een links project te gaan claimen en dienovereenkomstig te handelen. Nog altijd moet de straat gevuld met demonstranten die het recht op een andere wereld opeisen. Maar meer dan ooit moet links zich snel bezinnen op een internationaal handelsregime dat wél de toets der kritiek kan doorstaan. De klassieke reflex van No Trade is gelukkig lang verlaten. Fair Trade in plaats van Free Trade moet handen en voeten gegeven worden. Vooral de wereldlandbouwmarkt vraagt een nieuw type regulering. De eisen van links zijn omvangrijk: voedselsoevereiniteit, dierenwelzijn, milieunormen, sociale standaarden, eerlijke prijzen, voedselveiligheid, het zal uiteindelijk allemaal een plek moeten krijgen in nieuwe voorstellen voor een links handelsregime. Nationale subsidies op export moeten snel plaatsmaken voor internationale keurmerken met eerlijke prijzen. Beprijzing van internationaal vervoer moet de juiste concurrentieverhoudingen bevorderen en grootschalige export van landbouwmonoculturen in toom houden. Een nauwkeurig stelsel van preferente tarieven moet arme landen een kans (blijven) bieden. Laten we als de sodemieter hier de komende jaren aan werken. Alleen zo kan de winst van Cancun te gelde worden gemaakt.
De ‘hotelzone’ van Cancun bleek wegens haar ligging handig om de paar duizend anti- en andersglobalisten buiten de deur te houden. Bij het driedubbele hekwerk pleegde de tweede dag van de top een Koreaanse boer zelfmoord, uit protest over zoveel onrecht. Niets lijkt mij zo’n offer waard. De boodschap was echter overduidelijk: wereldhandel kan een zaak van leven en dood zijn.
Kees Vendrik is Tweede Kamerlid voor GroenLinks
De Helling 2003/4