de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Hoeveel Afrikaanse schrijvers ken je?

door Geerte Wachter

Festivals te over. Kijk eens naar het aanbod in Nederland. Muziekliefhebbers gaan via Dance Valley en PinkPop naar Festival Mundial. Wie van het geschreven woord houdt, haast zich van Poetry International via Crossing Border naar Winternachten. De enige bemoeienis van de overheid – naast vanzelfsprekend sponsoring uit culturele potjes – is de vraag of er wel of niet drugstests mogen worden uitgevoerd op deze festivals. Met literaire festivals, waar overigens in het algemeen geen doden vallen, bemoeit geen enkele overheid zich, of het moest de brandweer zijn die sinds Volendam en Enschede actief het aantal mensen in een zaal telt.

In Nederland kun je zelfs al ‘festivalmoe’ zijn. In de meeste andere landen en zeker buiten Europa loopt het nog niet zo’n vaart. In veel landen zijn voor het publiek festivals de enige gelegenheid om podiumkunsten te zien bij gebrek aan reguliere podia en theaters. Schrijvers en dichters moeten het hebben van festivals, niet alleen om zich te presenteren aan hun publiek maar ook omdat festivals fungeren als verkooppunten voor in eigen beheer uitgegeven bundels en de enige mogelijkheid zijn om contact te hebben met collega schrijvers en dichters.
De verschillen zijn groot. Zo zijn er jaarlijks twee literaire festivals in Durban in Zuid-Afrika, Time of the Writer en Poetry Africa. Beide festivals werken samen met basisorganisaties in de townships zodat het kan gebeuren dat Adriaan van Dis zijn verhalen voorleest in een opvanghuis voor straatkinderen die zelf ook weer op hun beurt hun gedichten mogen voorlezen aan de internationale gasten. Deze festivals worden ondersteund door de Universiteit van Natal en door de Zuid-Afrikaanse Kunstraad. In Medellin, Colombia, vindt ieder jaar een groot poëziefestival plaats. De gemeente Medellin steunt dit festival samen met buitenlandse sponsors als de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Hivos. De optredens van honderden dichters uit de hele wereld zijn gratis toegankelijk en er komen zo’n 150 duizend mensen op af. Dit festival wordt beschouwd als een politiek-sociaal statement tegen de door drugs verziekte samenleving in Colombia.

Uitgevers
In Tsjaad vond afgelopen november voor het eerst een Afrikaans schrijversfestival plaats. Met financiële hulp van vooral de Fransen waren daar een vijftigtal schrijvers present om de Tsjadiërs een hart onder de riem te steken. Ontwikkelingsgeld in Tsjaad verdwijnt zoals op zoveel plaatsen in Afrika vooral in de zakken van de elite en het volk mort, maar niet te luid want de sancties zijn niet zachtzinnig. Tsjaad komt binnenkort onder curatele van een internationaal postkoloniaal monsterverbond van bedrijfsleven en ontwikkelingsorganisaties te staan. Het geld dat verdiend gaat worden met de olieproductie in Tsjaad wordt niet aan de regering afgedragen maar gaat direct naar onderwijs en gezondheidszorg in het land, in de hoop Nigeriaanse toestanden te voorkomen. Dit festival, georganiseerd door de Tsjadische schrijver Nocky Djedanoum die al lang geleden naar Frankrijk vluchtte, werd opgeluisterd door bekende schrijvers als Boubacar Diop uit Senegal, Veronique Tadjo uit Ivoorkust en Tierno Monenembo uit Guinea. Klinkende namen in Afrika maar in Europa alleen voor wie Frans leest. Deze auteurs worden niet uitgegeven door Afrikaanse maar door Franse uitgevers, in series met namen als Collection Continents Noirs of Editions Noir Poche. In Afrika zijn nauwelijks literaire uitgevers; boeken geproduceerd op dit continent zijn meestal leerboeken voor lager en middelbaar onderwijs, met hooguit wat literaire fragmenten daarin opgenomen. Om heel veel verschillende redenen, waaronder de orale tradities, afwezigheid van openbare bibliotheken, analfabetisme en geldgebrek, heeft zich in de afgelopen vijftig jaar geen Afrikaanse literatuur ontwikkeld met een bijbehorende traditie van literatuurkritiek, uitgevers, boekhandels en literaire agenten. Dit is overigens geen specifiek Afrikaans probleem. In het Caribisch gebied is pas heel recent, in 2001, een netwerk voor de boekenbranche opgericht met daarin uitgevers, agenten, boekverkopers en auteurs. Maar literaire tijdschriften en zelfs literaire supplementen van kranten bestaan daar ook niet. In het Caribisch gebied werkt tegen dat de distributie zo duur is in verband met alle eilanden en verschillende, soms heel kleine landen. Ook helpt het niet dat er minstens in vier talen wordt uitgegeven, zodat co-edities niet altijd mogelijk zijn.

Moraal
In 2001 werd door een Afrikaanse jury de 100 Best African Books bij elkaar gezet. Dit initiatief kwam voort uit frustratie dat in alle ‘100 beste boeken’ zoals die in 2000 in kranten als El País in Spanje en The Guardian in Engeland verschenen vrijwel geen enkele Afrikaanse auteur was opgenomen. Van deze klassiekers in verschillende genres is vrijwel geen titel meer verkrijgbaar. Leverbaarheid van titels is een eerste vereiste om een literaire canon op te bouwen. Maar de infrastructuur is zo minimaal dat van herdrukken van titels vrijwel nooit sprake is.
Er zijn maar enkele Afrikaanse schrijvers vertaald in meerdere Europese talen en doorgedrongen tot een mainstream lezerspubliek. Bijvoorbeeld Nurrudin Farah, Wole Soyinka, Naghuib Mahfoez en Ben Okri. De Afrikaanse schrijvers die het ‘maken’ zijn vrijwel allemaal woonachtig in het Westen, veelal verbannen of het leven onmogelijk gemaakt in hun geboorteland. Naast de afwezigheid van overheidssteun als schrijversbeurzen of iets als een Fonds voor de Letteren, dienen Afrikaanse schrijvers ook nog tal van keuzes te maken. In welke taal zal ik schrijven, hoe kom ik aan een lezerspubliek in mijn moederstaal (een haast onmogelijke opgave) en wat heb ik aan een Europese uitgever wiens boeken te duur zijn voor het kleine Afrikaanse lezerspubliek dat beschikbaar is. Allerlei problemen die een Europese auteur niet zelf hoeft op te lossen, dienen zich aan. Waar presenteer ik me als schrijver, waar kunnen mijn boeken worden besproken en door wie? En waar kunnen mijn boeken worden verkocht?
Festivals zijn vrijwel het enige antwoord op al deze vragen als het gaat om het vinden van een lezers- en koperspubliek in eigen land of continent. En buitenlandse uitgevers in Europa en Noord-Amerika zijn van levensbelang voor een broodwinning en opname in de internationale schrijverscanon. Moraal van dit verhaal: Helpt elkaar, koopt buitenlandse waar!

Geerte Wachter is filosoof en beleidsmedewerker bij het Prins Claus Fonds. Dit is haar laatste column in de serie over kunst en het politieke.

De Helling 2003/4


Inhoud 2003/4