door Kees Vendrik
Arbeidsmigranten zijn welkom, maar dan moeten ze wel de schoolbanken in. Het is tijd voor een heuse onderwijsrevolutie.
“De combinatie immigratieland en verzorgingsstaat kan dus eigenlijk niet”. Aldus Jelle van der Meer in het Helling-artikel met de titel 'Eigen zwakken eerst?' (De Helling, winter 2003) Hij stelt dat links in het migratievraagstuk moet kiezen tussen de gesloten verzorgingsstaat of een open samenleving met minder rechten voor (arbeids)migranten. Links pleit traditioneel voor beide en dat is onmogelijk, aldus Van der Meer. Nu rechts in Europa politiek de toon zet en krampachtig probeert de immigratie te ontmoedigen, zou links moeten pleiten voor openheid. Met als onvermijdelijke consequentie het beperken van aanspraken van migranten op de verzorgingsstaat.
Ik bestrijd Van der Meers stellingname. Om te beginnen juich ik migratie niet toe. Het verlaten van huis en haard ontstaat gemiddeld genomen niet als vrije keuze. Met uitzondering van een selecte groep internationale managers en kenniswerkers die footloose de globale arbeidsmarkt afstruinen, zijn het natuurrampen, bittere armoede en politiek geweld die doorgaans migratie veroorzaken. De globalisering van beeld en geluid leert hen dat elders een kans op een veiliger en beter leven bestaat. Dat valt overigens vaak tegen. De migranten moeten het maar zien te rooien in het land van aankomst. Dat gaat niet van een leien dakje.
Van der Meer stelt terecht, dat waar rechts probeert de migratie te stoppen, links gehouden is migratie vooral als feit te accepteren en daarnaar pragmatisch te handelen. Dat vraagt echter geen beperking van rechten op voorzieningen in de verzorgingsstaat zoals hij stelt. Links moet mijns inziens juist inzetten op verzwaring van plichten: ik denk in het bijzonder aan een leerplicht voor nieuwe migranten.
Kosten
Van der Meer lijkt zijn stellingname vooral te baseren op een studie van het Centraal Planbureau (Immigration and the Dutch Economy), die in de zomer van 2003 werd gepubliceerd. De CPB-economen kwamen daarin tot de conclusie dat de netto-bijdrage van de migratie van met name Turken en Marokkanen aan de Nederlandse economie sinds eind jaren zestig negatief is geweest. Abusievelijk werd hieraan de conclusie verbonden dat alle migratie economisch ongewenst is.
Het verbaasde mij niet dat volgens de de CPB-studie het saldo van kosten en baten negatief is geweest. De economische geschiedenis van de migratie van vooral Turken en Marokkanen is treurig geweest. Op de toppen van de westerse hoogconjunctuur werden gastarbeiders massaal ingevlogen om tijdelijke arbeidstekorten in de Nederlandse industrie op te vullen. Begin jaren tachtig volgde een snoeiharde economische recessie waarvan vele Nederlanders, maar vooral deze gastarbeiders de gevolgen voor hun kiezen kregen. Massaal werden zij veroordeeld tot een langdurig verblijf in de sociale zekerheid.
Want, de armoede thuis ontvlucht, misten zij hier de boot van de herstructurering van de economie: massa-productiewerk maakte in de loop van de jaren tachtig snel plaats voor just-in-time productie en voor kennis- en dienstenbedrijven. Twee kabinetten van de CDA en VVD hebben in deze jaren –met de stille acceptatie van de groeiende WAO – de massale werkloosheid onder allochtonen op geen enkele wijze willen bestrijden. De markt moest het doen en heeft dat ook gedaan: een hele generatie migranten werd afgeschreven. Op een overvolle arbeidsmarkt vol jongeren en vrouwen maakten zij geen schijn van kans. Wie 10 tot 15 jaar later de rekening opmaakt, komt dus vanzelfsprekend tot de conclusie dat deze migratie de Nederlandse staat meer gekost dan opgeleverd heeft.
Is dat altijd zo? Nee, zo benadrukt ook Van der Meer. Anders zou de Amerikaanse traditie van grootschalige immigratie niet tot de economische voorspoed hebben geleid waar Amerika om bekend staat. Vraagt de Amerikaanse ervaring dan om het kopiëren van het Amerikaanse gebrek aan collectieve sociale arrangementen? Ik meen van niet. Voor de toekomst staat of valt het succes van immigratie van buitenlandse werknemers bij twee factoren: de ontwikkeling van de arbeidsmarkt en het onderwijsniveau van de migranten.
Krap
Voorbij de recessie en de oplopende werkloosheid anno 2004 wijzen alle voorspellingen voor de komende decennia voor Nederland op structurele krapte op de arbeidsmarkt. Als die tekorten niet tijdig worden ingelost, zal een forse opwaartse druk op de lonen ontstaan. Loopt dat uit de hand, dan zal Nederland investeringen mislopen. Het niveau van bedrijvigheid zal dalen en de kosten voor collectieve voorzieningen zullen navenant oplopen. Met name in de gezondheidszorg valt een groot tekort aan arbeidskrachten te vrezen nu de aanspraak op verzorging met de vergrijzing van de bevolking flink gaat stijgen.
Dat dit een serieus probleem voor de toekomst is, blijkt uit het 'hervormingprogramma' van Balkenende II. Dat is erop gericht het arbeidsaanbod de komende jaren flink op te voeren. Snelle afbraak van sociale zekerheid en het stoppen met de fiscale subsidies voor VUT en prepensioen strekken daartoe. Iedereen moet zolang mogelijk actief blijven op de arbeidsmarkt, voortijdig afhaken is er niet meer bij. Via deze georkestreerde verruiming van het arbeidsaanbod moet krapte worden voorkomen, blijven de lonen op termijn beheersbaar en daarmee ook de kosten van publieke voorzieningen.
Over de noodzaak van het doel – het verruimen van arbeidsaanbod op termijn – zijn links en rechts het eens. Politieke strijdvraag is hoe dat op een eerlijke manier te bewerkstelligen. Balkenende II grossiert in het beperken van rechten en veronderstelt dat het dan wel goed komt. (Groen)Links ziet veel meer in het faciliteren van deelname aan betaalde arbeid en benadrukt het grote belang van arbeid op maat, levensloopbeleid, kinderopvang, goed onderwijs, enzovoorts.
Onderwijs
Het is altijd oppassen als werkgevers zich in dit debat mengen. Zij pleiten voor ruimere arbeidsmigratie. Maar de voorziene krapte op de arbeidsmarkt laat zich daarmee niet oplossen. Het stelt de demografische 'hobbel' van de vergrijzing slechts uit en lost haar niet op. Arbeidsmigratie is ook niet houdbaar als het hier al aanwezige potentieel aan arbeidskrachten niet in de eerste plaats wordt benut. Het duidt bovendien op een grote mate van gemakzucht die sterke gelijkenis oproept met de vorige generatie werkgevers eind jaren zestig.
Ik pleit voor een én-én-benadering. Naast selectieve arbeidsmigratie moet de oplossing voor de toekomstige arbeidsmarkttekorten komen van een linkse politiek van verbreding van het arbeidsaanbod. Dat wil zeggen: activering van niet-werkenden. En dat vereist: onderwijs, onderwijs en nog eens onderwijs.
Willen laag- en ongeschoolden aansluiting houden bij de arbeidsmarkt, zal het onderwijs een veel prominentere rol moeten gaan spelen dan nu het geval is. De aanstaande kenniseconomie dreigt maatschappelijk op een fiasco uit te lopen als over tien jaar nog steeds een miljoen analfabete Nederlanders zich staande proberen te houden op de arbeidsmarkt.
Wat voor de gevestigde autochtonen en allochtonen geldt, geldt ook voor nieuwe migranten. Zonder startkwalificatie is er geen beginnen aan op de Nederlandse arbeidsmarkt. En dat betekent: terug in de schoolbanken. Het grote succes van de moedermavo kan ons inspireren. Waar generaties Nederlandse huisvrouwen zich met kennis, vaardigheden en zelfontplooiing naar een plek op de arbeidsmarkt vochten, zou een zelfde recept kunnen gelden voor nieuwe migranten: eerst een diploma halen, als het moet op de moedermavo.
Revolutie
Dertig jaar immigratiebeleid in Nederland blinkt uit in onverschilligheid. Nergens is ingegrepen – behoudens bij de instroom van nieuwe migranten –, nooit is een heldere koers bepaald. Wie zoals Van der Meer pleit voor een vorm van gedifferentieerd burgerschap formaliseert slechts deze ervaring. Als migranten (tijdelijk) zonder sociale zekerheid aan de slag mogen, zal de arbeidsmarkt voor vooral laag- en ongeschoolde (autochtone en allochtone) Nederlanders nog verder verslechteren. Het legaal ontwijken van de sociale zekerheid zal immers forse loonverschillen opleveren. Vanuit het perspectief van de migrant zal het onthouden van sociale rechten mogelijk een minimaal risico zijn. Totdat onvoorzien ontslag volgt of een ongeluk op de werkplek. Ik vraag me af of Nederland dan zonder pardon deze onfortuinlijke migranten over de grens zet.
Deze politiek is in ieder geval risicovrij voor werkgevers die graag de route van goedkope arbeidsmigratie willen benutten om een modern personeelsbeleid – en de bijbehorende kosten – te ontlopen. Om daarvoor het beginsel van gelijke behandeling – niet voor niks artikel 1 in de Grondwet – op te geven, lijkt me onzinnig.
Liever dan op deze wijze de Derde Wereld in huis te halen, zou ik in het kader van een pragmatische immigratiepolitiek een heuse onderwijsrevolutie willen afkondigen. Dan zal een toekomstige CPB-studie een positief resultaat laten zien en nemen migranten bij eventuele terugkeer naar huis in elk geval een opleiding mee.
Kees Vendrik is Tweede Kamerlid voor GroenLinks
De Helling 2004/1