de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

János, Endre, Szilvi, Józsi

door Éva V. Bálint

Het leven en de gewoontes van János, een soort Jan Modaal, zijn sinds de omwenteling in Hongarije in 1989 sterk veranderd. Hij heeft minder geld, terwijl er meer te koop is. Kranten en magazines kosten tien keer meer dan vóór de jaren negentig. Misschien is dit de reden dat János gestopt is met het lezen van ‘betrouwbare’ conventionele dagbladen en kiest voor de goedkopere boulevardpers. Hij kiest ook voor de commerciële televisiezenders die sinds de begin jaren negentig zijn opgericht. De Hongaren staan op de vierde plaats van de wereldranglijst van het aantal uren televisiekijken. Zodoende kopen ze ook graag de bladen die vol staan met artikelen over Big Brother, Való Világ (‘Werkelijke Wereld’, de concurrent van Big Brother) en andere series. De film De televisie en ik waarmee de Hongaarse Bojána Papp de juryprijs won op het Hongaars Filmfestival van afgelopen februari, gaat over die afhankelijkheid van de televisie.

In János’ kleine boekenkast staan vooral bestsellers en natuurlijk praktische boeken en een beetje esoterie voor zijn vrouw. Maar voor wij iets verkeerds van hem denken: hij heeft wel meer dan twee uur in de rij gestaan op het Internationale Boekenfestival van Boedapest voor een handtekening van Günter Grass. János was ook een van de kwart miljoen Hongaren die in lange rijen stonden voor de succesvolle overzichtstentoonstelling van Monet. En hij stond ook urenlang in de rij voor het Terro Háza, ‘Huis van de Terreur’, het museum over de onderdrukking en martelingen door zowel de nazi’s als door de communisten, dat in 2002 open ging.
Endre is meer een intellectueel. Hij spreekt meerdere talen en op televisie kijkt hij alleen naar de nieuwsprogramma's van CNN en BBC. Thuis heeft hij een grote bibliotheek met natuurlijk alle boeken van Péter Nádas, György Konrád en Nobelprijswinnaar Imre Kertész. Endre ontbreekt natuurlijk niet op de pianoavonden van András Schiff, bij de concerten van Armadina en die van Paul McCartney en op de premičre van Don Giovanni. Hij gaat regelmatig naar Wenen voor een voorstelling of tentoonstelling. Schiele en Kokoschka kunnen op hem rekenen. Endre is ook diegene die zeurt dat er steeds minder boekkritieken te vinden zijn in de ‘betrouwbare’ bladen, daarom leest hij over literatuur op het internet (bijvoorbeeld op www.litera.hu).
Exotische reizen kan Endre niet betalen, maar Europa ligt binnen zijn bereik. In Nederland bijvoorbeeld gaat hij niet alleen naar het Rijksmuseum of het Rembrandthuis, maar bezoekt ook de kleinere galerieën in Leiden. Hij zucht over de prijzen in euro's, maar thuis laat hij zijn aangeschafte repro's trots aan zijn vrienden zien en praat hij over de hedendaagse Nederlandse schilders. Endre woont natuurlijk in een grote stad, het liefst in Boedapest. De hoofdstad is in korte tijd veranderd van een stad met statige koffiehuizen in een stad met talloze kleine cafés, waar wordt ge-internet, business-afspraken gemaakt worden of boekenpremičres worden gehouden.

Debuutroman
Szilvi is single en iemand die op vrijdagavond nog snel even een T-shirt koopt in een van de dure winkels, omdat ze niks heeft om aan te trekken voor een feestje. De vrouwenbladen en de esoterische magazines kunnen op haar rekenen. Van de moderne Hongaarse literatuur leest ze de dichtbundel van Dani Varró of de debuutroman van Márton Gerlóczy, kortom alles wat trendy is. Zij werkt harder aan haar lichaam (buikdansen, Tai-chi en yoga) dan aan haar geest. Televisie kijkt ze nauwelijks – de carričre vraagt ook tijd – maar via de societybladen is ze geheel op de hoogte van wie wie is. Dat ze alleenstaand is, is niet uit overtuiging, ze heeft gewoon nog niemand gevonden. Kortom, Szivli is de Hongaarse Bridget Jones.
Józsi is een echte yuppie met zijn zonnebril van Versace en zijn vlotte pak waarvan hij weet dat hij het niet met witte sokken moet dragen. Omdat hij er meer mee kan opvallen, koopt hij eerder een auto dan een huis. Józsi is afgestudeerd aan de universiteit, maar de serieuze bladen leest hij slechts oppervlakkig – hij is een echte ‘koppensneller’. Hij houdt eigenlijk alleen maar van ‘ingekorte’ cultuur, daarom heeft hij veel readers: boeken die de laatste tien jaar een grote opmars gemaakt hebben in Hongarije. Ze zijn praktisch, samenvattend en dienen ook als decoratie.
Hij weet dat het chique is naar het operafestival van Bayreuth of Salzburg te gaan of naar de expositie van de Hongaarse kunstenaar El Kazovszky, maar liever surft hij op het Balatonmeer. Hij bezoekt wel het Hongaars Filmfestival, maar de meeste films vindt hij niet leuk omdat ze over armoede gaan, waaraan hij zich met succes heeft ontworsteld. Achteromkijken is verboden.

Rosé
Eén keer in de vier jaar ontmoeten János, Endre, Szilvi en Józsi elkaar, in de zomer op het Sziget Festival op het Obudai eiland. Dat is al tien jaar de multiculturele gebeurtenis van de hoofdstad, waar iedereen voor een paar dagen loskomt van zijn of haar sociale status. Hier vinden vele uiteenlopende culturele activiteiten plaats: van de Hare Krisna’s tent en de filosofische lezing van Ágnes Heller, tot het concert van Yonderboy (zie www.sziget.hu). Bier, cola, rosé, witte wijn, goulash, jasmijnthee: alles komt hier samen. De Roma-jongen, de bankier en de ster-reporter vermaken zich samen op het Sziget festival.
De Hongaar is net als de kubus van Ernő Rubik: veelzijdig, kleurrijk en moeilijk te begrijpen. Maar de Hongaarse cultuur is deel van de Europese cultuur, zoals de afgelopen eeuwen bewijzen, en ook in de toekomst zal ze er onafscheidelijk van zijn. Het is een kwestie van tijd, traditie en smaak of de Hongaren worden vereenzelvigd met Bartók, Kodály, Neumann, Szent-Györgyi, Kertész, Márai of Puskás.

Éva V. Bálint is freelancejournalist in Hongarije

De Helling 2004/2


Inhoud 2004/2