de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Sloveens wonder

door Nevenka Koprivsek

De meeste Europeanen hebben geen idee waar Slovenië ligt. De Slovenen zijn daar verontrust over. Ze denken dat er iets misgaat met de promotie van hun land. Er was zelfs een stevige discussie of het misschien zou helpen om de nationale symbolen, zoals de vlag, te veranderen. Ik vind het wel goed om zo onvindbaar en onbekend te zijn, en met rust gelaten te worden. Heb je ooit een een krant gezien die schrijft over een land waar ze van tuinieren houden? Een land met de meeste kleine kerken per hoofd van de bevolking? Waar de mensen van lezen houden? Een land met onaangetaste vlaktes, meren en bergen, vol met beren, vossen, lynxen en wolven? Met bloemen en kruiden die elders niet groeien? Waar 80 procent van Europa's vogelsoorten leven? Zou iemand schrijven over een land met meer artiesten dan soldaten? Saai!

Omdat Slovenië bij elke grens is blootgesteld aan een andere culturele invloed – Italiaans, Duits, Hongaars en Slavisch – waaien permanent andere winden het land binnen. Het Sloveense karakter is hierdoor, net als het landschap, een mix van Slavische melancholie, Balkan-wildheid, Mediterraans temperament, Alpine bekrompenheid en Pannonische wanhoop. Hoewel niet altijd bewust van de voordelen van die diversiteit, zorgt die ligging op een cultureel kruispunt ervoor dat het land in beweging is en altijd alert…
Ik zal maar eerlijk zijn: mijn jarenlange theaterachtergrond heeft zijn sporen nagelaten in een neiging tot dramatisering – een onweerstaanbare drang om de dingen groter of kleiner te maken dan ze in het echt zijn. Als ik ‘thuis’ ben, dan ben ik een voorspelbare criticaster van mijn land, non-stop in discussie met autoriteiten en foeterend op het culturele klimaat. Maar zodra ik het land uit ben, gebeurt er iets vreemds. Een soort nationale trots – die ik normaal verafschuw – ontwaakt in me, plots en onbedwingbaar. Ik krijg de neiging om alle verhalen en clichés over de uitzonderlijke schoonheid van Slovenië nog eens te vergroten: haar magische landschap, rijke cultuur, ingenieuze kunsten…

Als ik thuis ben, stel ik vast dat Slovenië, net als alle post-communistische landen, er in is geslaagd de meeste onderdelen van de samenleving, zoals de industrie en de dienstverlening, weer op te bouwen, maar niet in staat is geweest iets te betekenen op het terrein van de cultuur. In tegenstelling tot de periode vóór de onafhankelijkheid, toen cultuur en identiteit alle aandacht kregen ten behoeve van het uitbouwen van een natiegevoel, is er nu niet één politieke partij die cultuur prioriteit geeft. Het idee is: eerst economische welvaart, de cultuur zal wel volgen. Jammer genoeg werkt het niet zo. Het gevolg is een enorm aantal uitgebluste nationale instellingen met achterhaalde programma’s, die onmachtig zijn om zich te hervormen. Tientallen musea waar geen kip komt en vele cultuurambtenaren met onaantastbare posities en banen tot aan hun pensioen.
Nu ik dit stukje schrijf zit ik in het buitenland en stel ik vast dat er, als bij een wonder, een verrassend grote artistieke gemeenschap met onafhankelijke kunstenaars en zelfstandige organisaties is gegroeid die, ondanks het gebrek aan duurzame steun, voor een dynamisch landschap van moderne kunsten zorgt en met gemak internationaal kan concurreren.

In de jaren tachtig werd de toon nog vooral gezet door de NSK, de Neue Slovenische Kunst, met namen als Laibach, Irwin and Sistemar Scipion Nasice (later Red Pilot). NSK was geïnspireerd door de Russische avant-garde, de collectivisten en conceptualisten. Zij behoorden tot de eerste kunstenaars na de Tweede Wereldoorlog die probeerden internationaal te denken. Geheel de buik vol van dit collectivisme en intellectualisme werden de jaren negentig, de jaren van de net veroverde onafhankelijkheid, sterk gekleurd door een individuele benadering van kunstenaars. Een nieuwe generatie was opgestaan. In de danswereld werd de groep En Knap opgericht die inmiddels internationaal befaamd is en vaker in het buitenland dan in eigen land optreedt. Hetzelfde geldt voor het gezelschap Betontanc met zijn sterk ‘fysieke’ theater. Betontanc trekt over de hele wereld en gaat binnenkort ook op tournee door Nederland. Het gezelschap heeft ook een co-productie gemaakt met de Nederlandse theatergroep Jong Hollandia (verbonden aan ZT-Hollandia).
Als er al sprake is van Joego-nostalgie, dan is dat zeker het geval in de muziek. De Sloveense afscheiding kent twee nadelen en dat is dat er geen goede muziek meer is en geen goed voetbal. Dat laatste is een beetje gecompenseerd door de verrassende deelname van Slovenië aan het wereldkampioenschap voetbal in 2002. Wat betreft het eerste hebben we onlangs de opkomst gezien van twee etno-rock groepen: Terrafolk en Katalena, die het Sloveense publiek weer op de voeten krijgen. De jonge sterren van de elektronische muziek zijn de leden van Random Logic. De filmindustrie is klein door de kleine markt, maar filmers als Metod Pevec en Damjan Kozole doen mee aan internationale festivals en vullen de filmhuizen. De eerste Gouden Leeuw van Venetië ging naar de jonge regisseur Jan Cvitković voor zijn Bread and Milk.
Een markt van slechts twee miljoen Slovenen stimuleert ook niet echt een boekencultuur, toch worden -dankzij de vele kleine uitgevers- buitenlandse auteurs in ruime mate vertaald. Omgekeerd hebben de Sloveense schrijvers meer moeite vertaald te worden, een enkele uitzondering daargelaten, zoals de geniale filosoof Slavoj Žižek. Er zijn een paar romanschrijver vertaald in Engels en Frans, waaronder Boris Pahor, Drago Jančar en Miha Mazzini. De laatste ‘nieuwe-oude’ was de heruitgave van de klassieker Alamut van Vladimir Bartols (uit 1938). Mijn favoriete dichter Milan Jesih is nog een privilege voor enkel Slovenen.
De Slovenen gaan graag naar theater en film; de vele internationale festivals trekken veel publiek. Als je de ‘gewone man’ op straat er naar vraagt, dan zal hij zeggen dat kunst van belang is en dat hij het geen probleem vindt om er belasting voor te betalen. Wie echter ooit nog eens in Ljubljana komt, zal in het weekend geen simpele ziel op straat tegenkomen en zeker niet in de theaters. Ze zijn allemaal aan het tuinieren of aan de wandel in de bergen, of in het bos aan het plukken: paddestoelen, bessen, noten, afhankelijk van het seizoen. Als ik een kreet voor Slovenië zou moeten maken, werd het ‘de tuin van Europa’. Maar alsjeblieft, hou het voor jezelf.

Nevenka Koprivsek is oprichter en directeur van Bunker. Dit is een centrum voor de ontwikkeling en productie van podiumkunsten in Ljubljana

De Helling 2004/2


Inhoud 2004/2