door Ludmila Cvikova
Eindelijk is het zomer, en ook een warme zomer hier. Ik zit aan een houten tafel op de veranda van mijn familiebuitenhuis in Slowakije, dat op tweehonderd meter van de grens met Tsjechië staat. Eigenlijk heet het gebied aan de overkant van de grens Moravië en de mensen lijken qua mentaliteit meer op de Slowaken dan op de Tsjechen – zeggen ze. De Tsjechen schijnen meer verwantschap te vertonen met de Duitsers. Ach ja, ik ben nooit zo goed geweest in de theorieën der naties. Zelf voel ik mij een wereldburger met respect en bewondering voor alle culturen.
Ik wacht op de komst van mijn Tsjechische vriendin Hedvika. Ze vlucht ieder jaar voor een paar dagen naar dit gebied, weg uit de hectiek van het toeristisch geworden Praag. Ons huisje staat in een natuurgebied, de Witte Karpaten, dat onlangs door de UNESCO tot beschermd werelderfgoed is verklaard. Maar de natuur en de rust zijn niet de enige redenen waarom Hedvika en ik elkaar hier jaarlijks in juli ontmoeten. Een andere aanleiding is de jaarlijkse bijeenkomst van Tsjechen en Slowaken op de berg Javorina. Daar treffen mensen elkaar die nog gevoelens van ‘Tsjechoslowakisme’ koesteren. Het is een groot folkloristisch feest van culturele en geestelijke verbondenheid van de twee volken. Eén van de aanhangers van het idee van Tsjechoslowakisme is de in 1994 overleden Tsjechische zanger Karel Kryl die als dissident jarenlang in Duitsland woonde. Hij heeft zich begin jaren negentig fel verzet tegen de tweedeling van zijn land. Achteraf gezien was hij met zijn denken verder en internationaler dan wie dan ook. Bovendien kon hij zijn liedjes in zes talen zingen, waaronder accentloos in het Slowaaks.
Ik daal de berg af richting de Slowaaks-Tsjechische grens om mijn vriendin op te wachten. Hoewel beide landen sinds 1 mei deel uitmaken van de Europese Unie, is de grens nog steeds gesloten en mijn Nederlandse paspoort wordt op deze op een kleine provinciale weg geplaatste douanepost ruim tien minuten uitvoerig bestudeerd. Hedvika’s passage gaat een stuk makkelijker. Tsjechen en Slowaken kunnen tegenwoordig met identiteitskaarten de grens over. Zal mijn droom, het opheffen van de grens tussen onze twee landen, terug naar zoals het vroeger was, ooit verwezenlijkt worden?
We zitten nu met z’n tweeën aan de houten tafel, met een fles uitstekende Moravische wijn. Beiden zitten we in het filmvak, waar we uren over kunnen praten. Maar niet alleen daarover. Vaak gaan ze gesprekken over de veranderingen in de voormalige Oostblok-landen. Voor mijn werk reis ik regelmatig door dit gebied en zo kan ik de ontwikkelingen goed waarnemen. Mijn vriendin volgt ze dagelijks van binnenuit.
Deze keer wil ik het met haar over iets specifieks hebben. Mijn hoofd zit vol over het tv-programma dat ik een paar dagen geleden, kort na aankomst in Bratislava, heb gezien. Ik wil haar mening horen.
Het gaat om een documentaire-film: Heb u naast lief (Miluj blížneho svojho). In de week voorafgaande aan de tv-vertoning, was er veel rumoer over geweest. Ik had er vaag iets over gehoord en was verbaasd over de ophef die deze film teweegbracht. Wees het op een wedergeboorte van interesse in de Slowaakse film? En dan ook nog eens in het moeilijk toegankelijke genre van de documentaire? Maar nee: het debat was ontstaan doordat de nieuwe directeur van de Slowaakse-tv de film niet op de publieke zender wilde vertonen, vanwege één zin. Wat is die zin, en is dit een nieuwe vorm van censuur, vroeg ik me af? Uiteindelijk ging de uitzending toch door, maar ze zou worden aangevuld met een debat na afloop.
Vol spanning had ik in Bratislava de uitzending bekeken. Na afloop van de documentaire begreep ik eerlijk gezegd niets meer van de ophef. Wat was er mis mee? Had ik iets gemist? Over welke zin had men het? De documentaire bestaat uit persoonlijke verhalen van joden uit het Slowaakse stadje Topolcany die daar in 1945 de naoorlogse pogrom hebben overleefd en nu allemaal in Israël wonen. Hun herinneringen worden geďllustreerd met historisch beeldmateriaal en hedendaagse beelden van het stadje dat nu geen enkele joodse inwoner meer telt. De documentaire is goed gemaakt, met veel respect voor de mensen en het onderwerp. Ze behandelt de geschiedenis van Slowakije, met als boodschap dat de geschiedenis zich niet zou moeten herhalen.
Ik was er blij mee, want ik ben van mening dat zolang mensen de trauma’s uit hun verleden niet verwerkt hebben, ze niet echt verder komen in hun ontwikkeling. Sommige landen gaan er makkelijker meer om, andere moeilijker. Slowakije hoort tot deze laatste categorie, denk ik.
Het debat tussen de tv-directeur, drie juristen, een socioloog, een historicus en een filmregisseur was vurig en interessant. Het ging eigenlijk vooral over algemene onderwerpen zoals censuur, de grenzen daarvan, de macht van een directeur, over de vrijheid van een kunstenaar/filmmaker, over het verwerken van het verleden. Maar na drie kwartier was ik nog steeds niets wijzer geworden. Waar lag nu het probleem? Het debat dat volgens mij over de film en zijn onderwerp moest gaan, had vooral een politiek karakter gekregen. Eindelijk kreeg ik dan toch te horen om welke zin het ging. Een huidige inwoner van Topolcany zei aan het einde van de documentaire: “Joden en zigeuners zijn een plaag en zonder hen zou het een betere wereld zijn.”
Ik dacht erover na en begreep waarom die zin door de regisseur, Dušan Hudec, in de film was geplaatst. Het is een feit in Slowakije: er bestaan mensen met dit soort meningen. En laten we eerlijk zijn, niet alleen daar. Het is goed om over dit soort onderwerpen openlijk te praten en ze niet te verbergen. De bij het debat aanwezige en zeer gerespecteerde filmmaker Dušan Trančík – Hudec zelf wilde niet met de tv-directeur in discussie – vergeleek de “nieuwe censuur” met “de censuur van lelijkheid” van het communistische regime, die kunstenaars verbood om “lelijke dingen te laten zien”.
De directeur van de tv leek een technocraat die een kunstwerk niet in zijn geheel kan beschouwen, maar slecht één zin ziet, volledig uit zijn verband gerukt. Een zin die volgens hem “tot xenofobie en haat zou kunnen oproepen”. Er valt nog veel te leren hier, dacht ik, terwijl ik het drie uur durende discussie volgde. Maar het was ook zeer aangenaam om te zien hoe dit soort intellectuele debatten, die ik in Nederland zo waardeer, nu ook hier plaatsvinden.
Op de veranda praat ik uitgebreid door met mijn Tsjechische vriendin over de documentaire en censuur en politiek, tot diep in de nacht. Dat xenofobie in meer of mindere mate overal te vinden is, in Tsjechië, in Europa. We spreken over de vrijheid en de boodschap van de filmmaker. De tijden zijn spannend, nu alles in beweging en ontwikkeling is – heerlijk! De stagnatie van de communistische tijd is voor altijd verloren. Hopelijk. Gelukkig.
Ludmila Cvitkova is programmeur van het Filmfestival Rotterdam
De Helling 2004/3