door Marcel Ham
Verdient de Europese grondwet een ja of een nee? Aan een keuze valt niet te ontkomen, met een referendum op komst. Marcel Ham las het grondwetboek en ging voor goede raad langs bij zijn vrienden van de SP en GroenLinks.
Euroscepsis komt in de beste partijen voor. Als progressief word je al snel door die scepsis bevangen wanneer je de driehonderd pagina’s van de Europese grondwet begint te lezen, die de regeringen van de EU-lidstaten afgelopen juni vaststelden. Voor mij lag het daarom erg voor de hand om ja te zeggen tegen een verzoek van EU-kritische vrienden die met steun van de SP een ‘grondwet nee’-boek wilden maken.
Al op de eerste pagina’s van de grondwet, over de doelstellingen van de EU, stuit het liberale ideologische denken tegen de borst. In Europa gaat het volgens de grondwet om een vrije markt (als doel op zichzelf, nota bene), vrije handel, economische groei (zij het evenwichtig) en zelfs om een “groot concurrentievermogen”. Alsof een beperkte economische groei omwille van duurzaamheid en indamming van de internationale handelsstromen geen politieke items zijn. Zelfs prijsstabiliteit is volgens deze grondwet een Europees doel. In de praktijk van Europese Monetaire Unie (en met de in de grondwet vastgelegde macht van de Europese centrale bank) betekent dat volgens econoom en euro-criticus Arjo Klamer dat inflatiebeperking boven werkloosheidsbestrijding gaat. Klamer, een van de auteurs van het ‘grondwet nee’-boek, wijst erop dat de centrale bank in de praktijk koste wat het kost de inflatie wil beperken tot 2 procent. “Waarom dat 2 procent moet zijn en niet 4 of 8 is onduidelijk. (…) Socialisten en sociaal-democraten dienen te huiveren bij zo’n beleid.” Want ondertussen stijgt de werkloosheid in Europa naar 10 procent. Klamer: “We weten weliswaar dat je niet zonder risico in ruil voor een beetje meer inflatie de werkloosheid terugdringt, maar iets van die afruil is zeker mogelijk.” Met deze grondwet dus niet meer. Ook kunnen tegenstanders van overheidssteun aan bepaalde bedrijfstakken (zonne-energie bijvoorbeeld) zich straks met recht beroepen op “de vrije en onvervalste markt”. Zelfs als daar sociaal of groen mee te verdienen valt.
De rechtse stokpaardjes over de inrichting van de economie worden slechts verzacht door vrijblijvende opmerkingen over vrede, duurzame ontwikkeling, uitbanning van armoede, volledige werkgelegenheid (inderdaad, wat betekent dat nog als inflatiebestrijding belangrijker is) en een “hoog niveau van milieubescherming”. Natuurlijk mag je daar hoop aan ontlenen, maar te vrezen valt dat de groene doelen te weinig prioriteit hebben om, bijvoorbeeld, de biologische landbouw fiscaal te bevoordelen. Dan zal het eenduidige streven van een “een interne markt waar de mededinging vrij en onvervalst is” maar één conclusie toelaten: niet doen.
Pruimen
Het grondwetboek wordt beter te pruimen met het ‘Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie’ in het tweede deel, dat al op de top van Nice in 2000 werd aangenomen. Mijn redactiegenoten van het ‘weg-met-de-grondwet-boek’ doen nogal schamper over vooral de sociale rechten in dit deel, maar als je ze afzet tegen wat er zoal in de Nederlandse grondwet staat (herzien in 1983), dan is dat niet helemaal terecht. Europa geeft recht op onderwijs en sociale zekerheid. In onze nationale grondwet zijn deze onderwerpen maar zwakjes geformuleerd als “voorwerp van zorg van de overheid”. En anders dan in de Europese grondwet is in de Nederlandse geen sprake van erkenning van het stakingsrecht. Al is het wel weer onbegrijpelijk dat het recht op huisvesting in het EU-document ontbreekt, net als het recht op een fatsoenlijk inkomen.
Ronduit onverteerbaar is het derde deel van de Europese grondwet, dat ongeveer tweederde van de driehonderd pagina’s beslaat. Het gaat hier om merendeels bestaande verdragen en sommige zijn zo achterhaald dat je er bijvoorbeeld in kunt lezen dat het bij de landbouw de bedoeling is de productiviteit te verhogen. Alsof landbouwcommissaris Sicco Mansholt nog altijd in functie is en Europa niet wijzer is geworden van de overproductie en het uitknijpen van dieren.
Nu zeggen europositivo’s, en bij GroenLinks kom je die rijkelijk tegen, dat je daar niet te zwaar aan moet tillen, omdat de verdragen in dit derde deel met deze verankering in de grondwet geen andere status krijgen en ze net zo makkelijk veranderbaar zullen blijven als voorheen. Maar als referendumganger wordt je straks toch maar mooi gevraagd daar ook ‘ja’ tegen te zeggen. En dat is dan vooral een ‘ja’ tegen tientallen bepalingen die het vrije verkeer van goederen en diensten vastleggen, tweehonderd pagina’s lang. Waar in de wereld staat dat in een grondwet?
Een grondwet is het ook eigenlijk niet, zeggen ze dan bij GroenLinks, het is eigenlijk gewoon een nieuw verdrag. Europarlementariër Joost Lagendijk: “Het is niet in steen gebeiteld. Ik verwacht dat we over vijftien jaar weer allerlei veranderingen hebben ingevoerd.” Ondertussen wordt er wel alom van een grondwet gesproken, en beschouwde de Europese Conventie van Giscard d’Estaing, die de tekst opstelde, zichzelf ook als een soort grondwetgevende vergadering. Daar komt bij dat het verhaal ook veel kenmerken vertoont van een grondwet, met de vastlegging van de bevoegdheden van instellingen en de rechten van burgers.
Frisser
Je moet het de euro-optimisten van GroenLinks nageven, knopen tellen kunnen ze. In weinig andere partijen zijn de voor- en nadelen van de Europese grondwet zo consciëntieus op een rijtje gezet. Bij de SP maken ze zich er gemakkelijker vanaf. Want eerlijk is eerlijk, als je de grondwet afzet tegen de huidige praktijk in Europa, dan is er met dit verhaal veel te winnen. Om te beginnen wordt Europa er democratischer op: het Europarlement krijgt meer te vertellen, met name over asiel, justitie, sociale onderwerpen en, heel belangrijk, over de torenhoge landbouwuitgaven. Instemmingsrecht krijgt het parlement voortaan ook bij het afsluiten van internationale verdragen zoals, en dat zal andersglobalisten moeten aanspreken, handelsakkoorden.
Critici van de wereldwijde liberalisering moeten ook gecharmeerd zijn van de strengere voorwaarden die er voortaan zullen gelden voor het op de markt gooien van publieke diensten als post en energie. Verder worden de Brusselse achterkamertjes minder talrijk doordat de Raad van Ministers voortaan in het openbaar zal vergaderen. Liefhebbers van directe democratie (en wie is dat niet in linkse kring als het om Europa gaat?) worden tenslotte op hun wenken bediend met de invoering van een burgerinitiatief: wie een miljoen handtekeningen weet te verzamelen onder alle 455 miljoen EU-burgers kan de Europese Commissie verzoeken een wetsvoorstel op de agenda te zetten. Europa kan er dankzij de grondwet voorts frisser op worden door een artikel waarin staat dat het Uniebeleid gericht moet zijn op duurzame energieopwekking. En de aanhang van de Partij voor de Dieren kan tevreden zijn met een artikel over dierenwelzijn dat aan de grondwet wordt gehangen. Minpunten zijn er in GroenLinks-ogen natuurlijk ook – zoals toenemende druk om de defensie-uitgaven te verhogen en al te grote bevoegdheden voor politie en justitie vanwege terrorismebestrijding – maar de balans is zonder meer positief, afgezet tegen de oude situatie dus.
Bevlogen
SP-europarlementariër Erik Meijer noemt de democratische winst van de grondwet ‘verpakking’. Maar daarmee doet hij de vooruitgang tekort, en je moet het maar op je durven te nemen om daar nee tegen te zeggen. Want een ‘nee’ is ook een ‘ja’ tegen de bestaande orde: een minder democratische praktijk van Europa.
Aan de andere kant: mag je als progressief niet wat meer veranderingsgezinde eisen stellen? En zal de grotere macht die het Europees Parlement met deze grondwet krijgt nu wezenlijk wat veranderen aan het gigantische democratische gat dat de Europese integratie verziekt? Erik Meijer denkt, en daar zou hij wel eens gelijk in kunnen hebben, dat een massale afwijzing van deze grondwet juist een fundamentelere discussie over Europa zou kunnen ontketenen.
Waar ik wel mee worstel is de vraag of een afwijzing niet te veel gestuurd wordt door een achterhaald anti-marktdenken. Want wie is er in alle ernst nu nog principieel tegen marktwerking? Bovendien moet je de Europese eenwording ook historisch bekijken. De EU is nu eenmaal een van oorsprong economisch project, dus kan je toch niet verwachten dat dat van de ene op de andere dag veranderd? Maar bij dit soort redeneren breekt mij de realiteitszin van veel Europese groenen en sociaal-democraten op. Mag het in geval van een grondwet alsjeblieft wat inspirerender en bevlogener zijn? Je moet er als politieke partij per slot van rekening in tijden van referendum de boer mee op kunnen. En als de grondwet straks Europabreed is aangenomen, dan zou je er toch trouw op moeten kunnen zweren, zoals de Amerikanen en Duitsers van hun nieuwe burgers vragen. Welke progressief is daar nu voor te porren bij een document dat gedomineerd wordt door economische doelen en dat linkse keuzen inperkt? Je moet er toch niet aan denken zulke artikelen uit je hoofd te moeten leren of zingend voor te dragen, zoals in het verleden wel door juristen voor de Nederlandse grondwet is gesuggereerd. Of dat we van migranten gaan vragen dat ze adhesie betuigen aan het Europese doel om de meest concurrerende economie van de wereld te worden. Kortom, deze Europese grondwet moedigt nou niet bepaald aan tot enthousiast burgerschap.
Liefde
Misschien kan het allemaal een tikkeltje Amerikaanser. Toen de Conventie van Philadelphia in 1787 de Amerikaanse grondwet schreef rolde er een tekst uit die veel meer doet denken aan een grondwet: over democratie, democratie en nog eens democratie. Nu zijn historische vergelijkingen altijd tricky. De Amerikaanse grondwet kwam tot stand na een onafhankelijkheidsstrijd en niet als gevolg van een moeizaam onderhandelingsproces tussen regeringen. Bovendien was er destijds aan de andere kant van de oceaan blijkbaar geen aanleiding om artikelen over een vrije markt te formuleren of over sociale rechten. Maar er werd meer dan tweehonderd jaar geleden in Philadelphia wel even opgeschreven dat niet alleen de wetgevende, maar ook de bestuurlijke en rechterlijke macht gekozen zouden worden. Met zo’n grondwet heb je geen referendum nodig. Om met politicoloog Meindert Fennema te spreken: “Daarmee was het regeringssysteem in de Verenigde Staten in één klap tot ’s werelds meest democratische regeringsvorm geworden.” In ons werelddeel laten we straks onze ‘president’ gewoon benoemen door regeringsleiders.
Maar ook in Europa zelf is wel inspiratie te vinden. De filosofen Jürgen Habermas uit Duitsland en Jacques Derrida uit Frankrijk pleitten er vorig jaar gezamenlijk voor om de Europese verzorgingsstaten als uitgangspunt te nemen voor het toekomstige Europa. Volgens het filosofenduo zijn die weliswaar op nationaal niveau “in het defensief geraakt, maar de normen voor sociale gerechtigheid die zij hebben ingevoerd, moeten het uitgangspunt blijven bij een toekomstig beleid om in de grenzen van de bevrijde territoria het kapitalisme aan banden te leggen”. Habermas verwierf in eigen land onder meer faam met zijn pleidooi voor ‘grondwetpatriottisme’, dat hij in de plaats wilde laten komen voor de vaderlandsliefde die Duitsland en omgeving tot 1945 weinig goed had gedaan.
Habermas en Derrida schuwen geen verheven taal, in Nederland zal je dat niet snel horen. Hier geldt de opmerking van VVD-leider Jozias van Aartsen dat niemand zit te wachten op visioenen over een toekomstig Europa. Ook Nederlandse intellectuelen lopen niet erg warm voor het Frans-Duitse filosofen-pleidooi. Dat blijkt tenminste uit een onlangs verschenen bundel onder redactie van onder meer Paul Cliteur over de Europese grondwet. Juist omdat de verzorgingsstaten in Europa zo onder vuur zijn komen te liggen – Habermas en Derrida stellen het zelf ook al vast – bieden sociale normen volgens hen geen perspectief.
Maar sociale normen als uitgangspunt voor een grondwet lijken mij voor de meeste Europese burgers veel herkenbaarder dan het ‘Marktplaats Europa’ waar vanuit het huidige grondwetsvoorstel redeneert. En ook veel houdbaarder op de lange termijn. Prijsstabiliteit en het beknotten van overheden in hun economisch beleid zijn veel meer wanen van de dag. Over tien jaar denken we daar heel anders over. Bovendien komen ook de Nederlandse intellectuelen niet met een stichtend alternatief.
Doorbraak
Voordat mijn GroenLinkse vrienden me nu betichten van ongezond maximalisme (‘die tekst is wel een compromis tussen 25 landen en 455 miljoen burgers hoor’): ik bepleit niet dat er nog meer democratische en sociale knopen worden binnengehaald. Het gaat mij om de geest van deze grondwet, die in zijn uitgangspunten en doelstellingen liberaal-economisch en expansionistisch van aard is. Een grondwet, en ook een verdrag dat daarin moet uitmonden, zou net als de Amerikaanse conventie burgers tot vertrekpunt moeten nemen (‘We the people’). Want als we willen dat de Europese grondwet er werkelijk toe doet en politiek en sociaal-psychologisch indruk maakt, om zo bij te dragen aan een levend Europa, dan is zo’n ander uitgangspunt onontkoombaar. Weg met de euroscepsis. Alleen een begeesterde grondwettekst kan de apathie over de Europese integratie doorbreken. Met de huidige grondwettekst is zo’n doorbraak onvoorstelbaar. In elk geval zal die weinig grondwetpatriottisme teweeg brengen.
Literatuur:
- Europese Grondwet: http://european-convention.eu.int
- ‘De moderne democratie, geschiedenis van een politieke theorie’, Meindert Fennema, Het spinhuis, Amsterdam, 1995
- ‘Naar een Europese grondwet’, Paul Cliteur, Hans Franken, WimVoermans (red.), Boom Juridische Uitgevers, Den Haag, 2004.
- ‘De wedergeboorte van een onzeker continent’, Jacques Derrida en Jürgen Habermas, NRC Handelsblad 6 juni 2003.
Marcel Ham is hoofdredacteur van Milieudefensie Magazine en daarnaast freelancejournalist
De Helling 2004/3