door Tjeerd de Jong, Jaap Kamminga, Rogier Elshout, met dank aan Daphne van der Nagel
Vrijzinnig links is interessant, maar vrijzinnig Groenlinks: is dat wel mogelijk?
Als reactie op de conservatieve revolutie die Nederland ondergaat schreef Femke Halsema in de vorige Helling een essay waarin ze Groenlinks neerzet als vrijzinnig linkse partij. Wat ons betreft een heldere én noodzakelijke stap die Groenlinks wegleidt uit de schaduw van de andere linkse oppositiepartijen en zichtbaar maakt dat Groenlinks een andere samenleving nastreeft dan die tijdens paarse en pre-paarse perioden is gebouwd.
Het essay maakt helder dat Groenlinks de ontwikkeling van volwaardige burgers voorstaat, niet alles door de staat wil laten regelen, een bestrijder is van bureaucratie en dat burgers plichten en verantwoordelijkheden hebben. Daarbij wordt – gelukkig – duidelijk gemaakt dat deze eigen verantwoordelijkheid niet ontstaat doordat de overheid mensen aan haar lot overlaat. Diversiteit, tolerantie, burgerschap en vrijheid zijn waarden waar wij ons bij thuis voelen. In het essay wordt duidelijk wat liberaal is, en dat Groenlinks in de interpretatie en uitwerking hiervan afwijkt van de VVD. Er straalt weer visie uit. Daar zijn we gelukkig mee. Maar het essay heeft ook tekortkomingen.
De eerste betreft de verhouding tussen emancipatie en vrijzinnigheid. Femke stelt: “vrijzinnig burgerschap houdt de plicht om zich te emanciperen en anderen daarbij niet te schaden. Zonder echter het recht om af te wijken en ‘anders’ te zijn in te moeten leveren.” Het adagium ‘niet schaden’ lijkt ons echter te beperkt. Het vrijzinnig burgerschap van Femke biedt geen oplossing voor de ongeïnteresseerdheid, het consumentisme, de klaagcultuur en de afstandelijkheid tussen mensen in onze samenleving. Ons inziens is actief burgerschap vereist. Wij zien het gevaar dat door teveel nadruk op de vrijheid van het individu er een samenleving ontstaat waar de grootste monden de meeste rechten en mogelijkheden hebben: doorgeschoten individualisme. Behalve eigen vrijheid zijn gezonde gemeenschappen ook van belang. Graag zouden we zien dat Groenlinks een visie ontwikkelt op de verantwoordelijkheid van individuen ten opzichte van elkaar en de plek van de civil society in de samenleving.
Dwang
Eén element van actief burgerschap is actieve politieke participatie. De verdeling van verantwoordelijkheid tussen hogere en lagere overheden is hierbij van belang. Het missen van een visie hierop – aanvullend op de goede ideeën over burgerparticipatie – is ons tweede kritiekpunt. Een vrijzinnig linkse benadering betekent ons inziens dat er zoveel mogelijk verantwoordelijkheden zo dicht mogelijk bij de burger gelegd worden. Dan is politieke participatie van burgers beter mogelijk. Dat houdt geen blinde decentralisatie in: de nationale politiek moet de kaders scheppen voor de uitvoering op het decentrale niveau.
Ten derde zien wij een spanningsveld tussen vrijheid en verantwoordelijkheid.
Als er één terrein is waar duidelijk wordt dat burgers niet altijd de eigen verantwoordelijkheid nemen, dan is het wel in het milieubeleid. Mensen hebben van nature een NIMBY-houding en een korte termijn perspectief. Dwang en beperking van consumptievrijheid door de overheid zijn onontkoombaar om te voorkomen dat natuurlijke hulpbronnen uitgeput raken en ons leefmilieu vervuild wordt, op zodanige wijze dat het onze vrijheid en die van toekomstige generaties beperkt. In het GroenLinks Beginselprogramma van 1992 staat dat “een radicaal milieubeleid de materiële consumptiemogelijkheden zal beperken”. Beperking van de consumptievrijheid betekent het beperken van de burger in wat als een kernvrijheid wordt gezien. Kan Groenlinks zich wel vrijzinnig links noemen wanneer ze met haar huidige groene agenda dergelijke vrijheidsbeperking voorstaat? Kan Groenlinks het etiket vrijzinnig wel dragen zonder in de uitwerking van haar liberale idealen even inconsequent te zijn als de liberalen van de VVD met hun hoofddoekjesverbod?
Tot slot is ons de status van het essay niet duidelijk. Is het bedoeld om intern discussie los te maken? Of is het de position paper waarmee de fractie duidelijk maakt welke strategie gevolgd gaat worden? Wat ons betreft niet het laatste, mede gezien voorafgaande kritiek. Wij vinden dat de discussie over de koers en identiteit (‘beginselen’) van de partij (ook) gevoerd moet worden met de pijlers van de partij: de leden. Wij nemen aan dat het essay bedoelt is als het startdocument voor een open debat dat op een zo breed mogelijke, constructieve manier gevoerd zal worden. Een debat waar wij als jongeren in ieder geval graag in participeren.
Tjeerd de Jong, Jaap Kamminga, Rogier Elshout en Daphne van der Nagel zijn actief binnen het jongerennetwerk van GroenLinks
De Helling 2004/3