door Paul Denekamp
‘Vrijzinnig’, dat is het nieuwe motto van GroenLinks als partijleider Femke Halsema haar zin krijgt. Geen goed idee, GroenLinks moet kiezen voor groen en sociaal.
Femke Halsema heeft de moeite genomen in de Helling van zomer 2004 (nr. 2) uitvoerig haar ideeën te formuleren over het huidige politieke klimaat en de positie van GroenLinks daarin. Kort samengevat pleit zij, als alternatief voor de dwang van het conservatisme in Nederland, voor de tolerantie en de ruimte om ‘anders’ te zijn. Ze zet vrijheid voorop, waaronder ook een politiek die mensen vrij maakt, via goed onderwijs, zorg en een sociaal vangnet. Dat alles onder de noemer ‘vrijzinnig links’.
Het is duidelijk dat Femke Halsema op zoek is naar een mooi etiket waarmee GroenLinks zich kan profileren. Eerder al, in het GroenLinks-magazine van februari 2004, probeerde ze de term ‘links-liberaal’ uit. Liberaal klinkt mooi, maar wordt geassocieerd met rechtse politiek, en zeker zolang de VVD het etiket liberalisme gebruikt, is het woord in Nederland besmet. Ook D66 met zijn sociaal-liberalisme ontsnapt hier niet aan.
Nu komt Halsema met ‘vrijzinnig’. Ook die term roept verkeerde associaties op. In de Hervormde Kerk waren de vrijzinnigen de gematigden. De Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep ontwikkelde pas een met GroenLinks verwant politiek engagement toen ze (in 1968) de betekenis van de afkorting VPRO afschaften. Belangrijker is dat de term verwijst naar de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), die samen met de SDAP in 1946 is opgegaan in de PvdA. De VDB was progressief liberaal, maar niet links. Zo vond het keiharde bezuinigingsbeleid van Colijn in de jaren dertig plaats onder leiding van VDB-voorman en minister van Financiën Oud. Ook vrijzinnigheid is een etiket met een beladen verleden. Het verschil met links-liberaal is klein.
Voetbal
Bij Halsema staat de vrijheid voorop. Maar moet de strijd voor vrijheid wel zo’n hoge prioriteit hebben voor GroenLinks? Voor die partij staat naast vrijheid ook solidariteit hoog in het vaandel en die twee waarden botsen soms met elkaar en terecht verkiest GroenLinks dan vaak solidariteit. Zo koos GroenLinks in de discussie rond het behoud van het prepensioen voor de collectieve oplossing, ten koste van de individuele keuzevrijheid. In het debat over ruimtelijke ordening vindt GroenLinks dat mensen niet zomaar de vrijheid toekomt om in de natuur te gaan wonen. Natuur moet publiek blijven en niet opgeknipt worden in privé-tuinen. Om ecologische redenen kan GroenLinks niet blij zijn met het huidige aanbod van goedkope vliegreizen, terwijl dat bij uitstek wordt geassocieerd met de moderne vrijheid. Het is het vrijheidsgevoel dat Veronica rond 1980 heeft losgemaakt met de kreet: ‘je bent jong en je wilt wat’. Het heeft veel mensen ertoe gebracht te denken dat, als ze iets voor zichzelf wilden, ze dat mochten, ondanks eventuele negatieve gevolgen voor de omgeving. Het GroenLinks-verkiezingsprogramma noemt de noodzaak tot consumptiebeperking. Mensen moeten verantwoord omgaan met hun omgeving en met de hele aarde. Dat vereist zelfbeperking.
Halsema zet het begrip ‘positieve vrijheid’ van Isaiah Berlin in, wat inhoudt dat de overheid vrijheid mogelijk moet maken en kwetsbare zaken als natuur en milieu moet beschermen. Maar het is toch een ongeloofwaardige oprekking van het begrip vrijheid, als daaronder ook de grote beperking van consumptievrijheid valt die volgens GroenLinks noodzakelijk is voor behoud van milieu en natuur? Erkent GroenLinks de vrijheid van het individu om een stuk vlees te kopen waarvoor een dier gemarteld werd in de bio-industrie? GroenLinks is toch voor een verbod op cosmetica die getest zijn op proefdieren? Het is een kwestie van beschaving dat dieren fatsoenlijk worden behandeld. GroenLinks wil niet dat door kinderen gemaakte voetballen verkocht worden. De partij wil de verkoop van dergelijke zaken kunnen verbieden met wetten en regels. Daarnaast wil GroenLinks met een betere handhaving van bestaande wetten en regels de zwakkeren in de samenleving beschermen. Daar laat GroenLinks zien dat ze de echte partij van normen en waarden is.
Een kleine zijsprong: deze nadruk op beschaving, op het behoud van normen en waarden en op handhaving is een conservatieve invalshoek van GroenLinks. De partij zet zich in voor het behouden van het goede, zoals natuur en cultuur, terwijl Balkenende en Zalm cum suis onze samenleving willen vernieuwen door haar te onderwerpen aan de tucht van de markt. Niet dat GroenLinks zich conservatief moet gaan noemen, maar het is wel een passend etiket.
Vrolijk
Het is niet de vrijheid die in Nederland het meest bedreigd wordt. Natuurlijk is het vervelend dat de privacy van vliegtuigpassagiers wordt aangetast omdat de Amerikanen allerlei gegevens willen hebben. Maar de aantasting van de sociale zekerheid, de beroerde behandeling van dieren in de bio-industrie, de klimaatveranderingen, de vreemdelingenhaat, het personeelsgebrek in de zorg, de ondervoeding in de wereld, dat zijn heel wat grotere problemen. Die problemen vragen allemaal om een collectieve aanpak in Nederland en internationaal.
Ik mis in Halsema’s ‘vrijzinnig linkse’ manifest een analyse van het GroenLinkse gedachtegoed. Nu is dat geen simpele opgave, vanwege de voorgeschiedenis van onze partij. Van welke voorganger wil GroenLinks de erfenis hebben? Niet het autoritaire communisme en de zucht naar machtspolitiek van de CPN. Niet het geruzie over politieke strategie van de PSP. Van de PPR herinner ik me vooral de vondst van ‘vrolijk links’, nog altijd een goede suggestie, maar niet iets dat GroenLinks verder helpt. De meeste GroenLinksers die afkomstig zijn uit de oude partijen, lijken met de fusie het gedachtegoed van hun oude partij achter zich te hebben gelaten. Er was eigenlijk niets waarmee ze trots kwamen aanzetten als verworvenheden die GroenLinks moest overnemen.
Veel CPN’ers en PSP’ers, waaronder ikzelf, waren ooit enthousiast voor het socialisme. Deze term raakte rond 1990 in diskrediet, vooral vanwege alle bureaucratische complicaties die een socialistisch systeem met zich mee brengt. Bij socialisme en arbeiderszelfbestuur hoort collectieve besluitvorming en juist in de economie leidt dat tot een grote verspilling van middelen. En voor een vaag samenraapsel van mooie intenties wil ik de dierbare term socialisme niet gebruiken. Maar de ambitie van het socialisme, dat de gemeenschap en werknemers wat te zeggen moeten hebben over wat en hoe er geproduceerd wordt en dat winst niet allesbepalend mag zijn, was prima. Die erfenis van het socialisme zou GroenLinks moeten koesteren en er meer mee moeten doen dan het maken van een plan voor grotere invloed voor ondernemingsraden.
Anarchist
GroenLinks heeft ook zijn groene filosofie nog weinig uitgewerkt, zeker niet tot een duidelijke politiek-strategisch concept. Dat zal ook niet makkelijk zijn. Groen gaat over het opkomen voor al die levende wezens die zelf geen stem hebben in de politiek en over het inperken van menselijke vrijheid om die belangen te beschermen.
GroenLinks zit dus, ondanks prachtige verkiezingsprogramma’s, met een fors probleem. Er zit geen groots, maar eenvoudig uit te leggen verhaal achter al het moois dat GroenLinksers willen. Socialisme is het niet meer, het groene is vooralsnog te vaag, maar ook Halsema’s links-liberalisme of vrijzinnig-links lijken mij dus ongeschikt. In plaats van bij vrijheid moet het GroenLinks-verhaal gezocht worden in het collectieve, waarbij de sleutelvraag is hoe tegenmacht te organiseren tegen de grote politieke en economische machten – daar heeft Halsema het niet over.
Het is belangrijk dat GroenLinks hier meer gezamenlijk over nadenkt en discussieert. Tegelijkertijd wil ik de verwachtingen over deze discussie meteen temperen. Ik zie er niet zo snel een helder verhaal uitkomen. Maar de winst kan zijn dat de partij zich bewuster wordt van de dilemma’s van haar politieke gedachtegoed en dat het zwak ontwikkelde historisch bewustzijn een stevige stimulans krijgt. Dat GroenLinksers meer beseffen in welke politieke traditie(s) zij staan en gaan onderzoeken wat groene en socialistische ideeën te bieden hebben. Waarom biedt de partij geen politieke scholingscursus aan met veel geschiedenis erin, zodat de discussie een betere bedding krijgt?
Halsema stelt voor om Arthur Lehning tot een nieuwe ideoloog te maken van een progressieve, vrijzinnige beweging waar GroenLinks deel van uit maakt. Zij wil een denktank naar hem vernoemen. Dat heeft een zekere logica gezien het accent dat Halsema op vrijheid legt. Maar bovengenoemde scholingscursus zal duidelijk maken dat Lehning niet past bij GroenLinks, een partij die solidariteit en kiezen voor collectieve oplossingen belangrijker vindt dan het najagen van vrijheid. Lehning was een anti-partijpolitieke en anti-parlementaire anarchist, iemand dus die een fundamenteel andere keuze maakte over hoe hij de maatschappij wilde veranderen. Ik betwijfel zeer of hij zelf in zijn sas geweest zou zijn met deze uitverkiezing.
Paul Denekamp is politicoloog en actief GroenLinks-lid
De Helling 2004/3