door Liga Skujina
Kom mee! Naar een gure donkere decemberavond, als Letland en de Letten verlangen naar het licht. De eerste sneeuw zal zeker wat lichtschijnsel brengen, maar die moet nog vallen. Bij een bushalte in Sigulda, een voor Letse begrippen redelijk grote stad met 14 duizend inwoners, vijftig kilometer ten oosten van de hoofdstad Riga, staat een groepje kleumende mensen. De duisternis en de kou geven een gevoel van verlatenheid. Dan rijdt er een bus voor en als iedereen in de warmte van de bus de jas uitdoet valt opeens de bijzondere sfeer op. De passagiers zijn feestelijk gekleed, merendeels oudere dames met hun tienerkleinkinderen en een enkele man. De bus maakt nog wat rondjes door de stad en als de reisleidster alle passagiers een paar keer heeft geteld, slaat de chauffeur de weg in naar Riga. De zorgen over werk, gezondheid en kleinkinderen blijven achter, de passagiers gaan op weg naar de sprookjesachtige opera! Naar het licht, naar duizenden lichten.
Het leven in het armste land van de Europese Unie is niet makkelijk. De Letten moeten hard werken om het hoofd boven water te houden. Theater, concerten en beeldende kunst zorgen voor ontsnapping aan het hectische leven. En dan vooral de opera. Het prachtig gerenoveerde operagebouw in Riga neemt de bezoeker mee in een sprookje met pracht en praal. Veel Letten zijn in dit gebouw in de ban geraakt van muziek en zang. De wereldberoemde dirigent Mariss Jansons, de sopraan zangeres Inessa Galante en violist Gidon Kremer hebben hier hun eerste stappen als musicus gezet. Voorstellingen van de Letse opera moeten grote, kleurrijke decoraties hebben en veel mooie kostuums. Het minimale kennen mensen veel te goed uit het eigen leven. In de opera wil men zich door grootsheid laten verleiden.
Het is zeker niet het privilege van de hoogopgeleide stadse elite om naar klassieke muziek concerten, opera of theaters te gaan. Wie langs het operagebouw loopt, ziet tussen de dure auto’s vele oude bussen staan, waarmee de mensen uit de provincie naar de opera komen. Het is bijna onmogelijk om na afloop met het openbaar vervoer nog thuis te komen, dus huren mensen zelf een bus. Dat is bovendien goedkoper. In bijna elke stad is wel een enthousiasteling te vinden die tripjes organiseert en voor een bus en kaartjes zorgt. In Sigulda is dat een gepensioneerde muzieklerares. Zij volgt het nieuws over het muzikale leven op de voet en kiest de beste voorstellingen uit.
De Letten luisteren niet alleen veel naar muziek, ze maken het ook. Bijna in elke stadje is een muziekschool. Met als gevolg dat uitvoeringen opvallend veel jong publiek trekken, ook kinderen. Ook veel scholen organiseren uitstapjes naar muziekvoorstellingen. Tot voor kort was muziekles op alle scholen verplicht, en alle kinderen moesten in een koor zingen. Dat is niet langer zo. Volgens de regering moeten de Letten nu werken aan de opbouw van een kennismaatschappij en muziek is daarbij niet noodzakelijk. Ouders en vooral grootouders vinden dat geheel niet juist en brengen hun kinderen naar de muziekschool. En wie niet speelt, moet zingen. Geen feest zonder zingen.
Misschien is het grote Zangfestival, samen met de Midzomernacht, de mooiste traditie van de Letten. Het Zangfestival vindt eens in de vier jaar in het midden van de zomer plaats. Koren uit het hele land komen samen in Riga. Rond de 15 duizend zangers, de mooiste vrouwen en mannen (want de zingende mens is mooi, zeggen de Letten) brengen een concert dat ongeveer drie uur duurt. De laatste keer, in 2003, deden er 319 koren mee, die ieder voor zich vier jaar lang hebben geoefend op de oude en nieuwe liederen. Af en toe is er een regionale sessie – regionaal dirigent zijn is een erebaan – en een week voor het concert oefenen de 15 duizend mannen en vrouwen een week lang gezamenlijk in Riga. Het festival is een ongelofelijke gebeurtenis, voor de toeschouwers en voor de zangers. De kracht van het koor is enorm en niemand die dat kan stoppen, behalve de dirigent dan. Sinds Letland weer een vrije staat is, worden ook de oude liederen weer gezongen die onder de Sovjets verboden waren. Letten maken wel eens grappen over de grote Sovjetmacht die bang was voor het lied. Maar misschien zagen ze het goed en zit er een bijzondere kracht in de muziek en de tekst. Niet voor niets wordt de onafhankelijkheidsstrijd van de Baltische staten tegen de Sovjet Unie ‘de zingende revolutie’ genoemd.
Veel liederen gaan over het eigen land, dat Letland lief is en mooi, en dat men zorgzaam moet zijn voor het land en de mensen. Ze gaan over de geschiedenis van het land. En over mooie vrouwen en wijze mannen. Over de natuur en de jaargetijden die met het verloop van het leven worden geassocieerd. Het leven kan niet zwaar zijn als je zingt en pijn is al zingend makkelijker te verdragen. In de hele oude Letse gedichten – Dainas – worden de woorden ‘zingen’ en ‘werken’ vaak als synoniem gebruikt. Pēteris Vasks, een van de meest bekende hedendaagse Letse componisten, zegt dat het belangrijk is dat een musicus zijn eigen moedertaal klank geeft. Dichters laten in hun poëzie de schoonheid van de taal letterlijk voelen.
Samen met muziek en zang zorgt de taal voor een bijzonder gevoel van eenheid bij de twee miljoen Letten. Een verjaardags- of kerstkaart zonder een met de hand geschreven gedicht is voor een Let niet voorstelbaar. Poëzie is de schaduw van de liefde, schrijft dichteres Amanda Aizpuriete. In de Sovjettijd hebben mensen heel goed tussen de regels door leren lezen, nu lijkt de taal een nieuwe bloei mee te maken omdat niemand meer de schoonheid van de klank kan beteugelen. Hoewel, dat is niet helemaal waar, want in plaats van een vreemde overheersing is er geldgebrek gekomen. Er worden veel prachtige boeken uitgegeven maar boeken kopen is bijna een exclusief recht voor tweeverdieners geworden. De bibliotheken hebben op kosten van de Europese Unie moderne digitale catalogi gekregen maar hebben geen geld om nieuwe boeken aan te schaffen.
Hoe zal het de Letse cultuur in de Europese Unie vergaan? Cultuur kost geld, veel geld, en dat is nieuw voor de Letten die ook de gezondheidszorg, sociale zekerheid en een markteconomie moeten opbouwen. Zal de overheid de verantwoordelijkheid voor de cultuur op zich nemen? Soms wel. Er is bijvoorbeeld een wet in de maak die de toekomst van het Zangfestival moet zeker stellen. Vele boeken woorden medegefinancierd door het Cultuurfonds van de overheid. Minister van Cultuur Helēna Demakova doet haar best om de Letse cultuur internationaal bekendheid te geven en binnenlands steun te verlenen aan plaatselijke cultuurinitiatieven, al is het soms alleen in woorden. Juist van de plaatselijke actievelingen hangt het af of de voor Letland karakteristieke cultuuruitingen blijven voortbestaan. Zolang er mensen in koren zingen en zolang er mensen met elkaar samen in de bus stappen om naar een voorstelling te gaan, zal het goed gaan.
Liga Skujina is student Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam
De Helling 2004/4