door Rezy Schumacher
Opeens is er weer politiek toneel te zien in de schouwburgen. Dramaturge Rezy Schumacher schreef ons onderstaande brief toen de Helling haar vroeg waar die golf vandaan komt.
Beste redactie, lieve Annet,
Naar aanleiding van recente voorstellingen over Haagse politici als Paars van Don Duyns en Brodders in arms van Alaska, en voorstellingen over de multiculturele samenleving onder de noemer Cordoba vroegen jullie mij waarom er tegenwoordig zoveel theater wordt gemaakt over politiek. Jullie vroegen: zijn de podiumkunsten op zoek naar relevantie of is het modieus produceren, op zoek naar publiek? Leuke vraag, lastig te beantwoorden. Leuke vraag, omdat je de vinger op een zere plek legt (op zoek, op zoek …). Lastig te beantwoorden omdat het eigenlijk twee vragen zijn: is het serieus of is het modieus?
Eerst maar even die zere plek van de podiumkunsten en mijns inziens van alle takken van kunst. Het gaat om een gekend probleem. Binnen de kunst schreeuwt men ‘Crisis!’ omdat er het gevoel heerst dat de kunst, wat het hedendaagse tijdsgewricht betreft, de boot heeft gemist. In de kunst is men, kortom, op zoek.
Daarbij komt dat een groot deel van de Nederlanders zich hardop afvraagt waarom kunst moet. Waarop de kunstenaars prompt beginnen te stotteren. De kunstenaar en zijn publiek zijn de twee partijen die nodig zijn om tot kunst te komen, maar ze vinden elkaar niet meer. Hoe kan dat? Voor een antwoord op deze vraag lijkt het me zinnig om te kijken naar wat vooraf ging aan deze situatie.
Hoe verhielden Europese kunst en publiek zich vroeger tot elkaar? Kunst heeft de afgelopen eeuwen altijd heel verschillende functies gehad, voor verschillende publieksgroepen. Rijke mensen lieten kunstwerken maken (toneelstukken, schilderijen, muziek) voor hun eigen plezier of dat van hun gasten. De kwaliteit van het kunstwerk was hierbij belangrijk, want die deed een uitspraak over de materiële rijkdom van de ‘mecenas’. Kunst als statussymbool dus. Maar veel vaker werd kunst gebruikt als propagandamiddel. Zoals in de Middeleeuwen: de religieuze schilderingen die in kerken hingen en waarop idolen werden geportretteerd, creëerden een sterk ‘merk’. Deze beelden, en trouwens ook de toneelstukken, droegen gedragsregels over aan het publiek (een lifestyle).
In sommige periodes werden ook voor het volk toneelstukken gespeeld, ter vermaak. Over tijdloze thema’s als het eeuwige geruzie tussen man en vrouw of tussen de dorpeling en de bureaucratie. Die stukken hadden een hoog roddelgehalte en kunnen gemakkelijk vergeleken worden met de hedendaagse soapseries.
Toen de ‘moderne’ tijd aanbrak – de 18de eeuw, de Verlichting, het rationalisme – werd kunst bijna uitsluitend als politiek communicatiemiddel gebruikt voor de zich emanciperende burgerlijke klasse. Vooral toneel was in dat opzicht heel belangrijk. De voorstellingen waren vaak driedimensionale pamfletten, waarin de burgerlijke waarden en normen gevierd werden. Lessings’ stuk Emilia Galotti of Schillers’ Kabale und Liebe waren een ‘leerschool’ voor het burgerlijke publiek. Toen die burgers in de 19de eeuw eenmaal stevig in het zadel zaten, nam de pamflettistische functie van kunst weer af.
De 19de eeuw was de eeuw van wetenschap en technologie. In reactie hierop verscheen een type kunstenaar dat zich van de armoedige, massaproducerende buitenwereld afkeerde. Een kunstenaar die ontdekte dat er meer tussen hemel en aarde bestond dan het rationele en economische. Een kunstenaar die het irrationele, de droom, het onbewuste omarmt en het persoonlijke en subjectieve tot uiting bracht in de kunst. De kunstenaar vormde zich om tot ‘ziener’ en distantieerde zich daarmee van de rest van de bevolking. Hij werd autonoom en onafhankelijk. De burgers konden deze kunstenaar en zijn kunst – die de geheimen van het bestaan achter het zichtbare en hoorbare overbracht – alleen maar bewonderen. Zie het werk van Schubert, Holderlin, Caspar David Friedrich en Wagner. Kunst en kunstenaar vielen samen. De Romantiek was geboren. Deze Romantiek vormde het tegenwicht tegen het Rationalisme van de Verlichting: de één kon niet zonder de ander, het was actie en reactie.
In onze tijd zijn de denkbeelden van de Verlichting en de Romantiek nog lang niet uitgewerkt. Hoe ‘technischer’ de wereld wordt, des te meer de kunstenaar zich van de wereld afkeert en hoe autonomer zijn kunst wordt. Autonoom en onafhankelijk, dat is de romantische gedachte achter de functie van de hedendaagse kunst. Het is een geloofsbelijdenis die al meer dan honderdvijftig jaar standhoudt. ‘Buiten’ woedt de amusementsindustrie volgens (laat)kapitalistische (18de en 19de eeuwse) beginselen, maar binnen de kathedraal van de kunst hoeft de kunstenaar zich niet af te vragen of zijn daden renderen. Kunst is erin geslaagd zich volkomen los te zingen van de werkelijkheid.
In deze ‘romantische kunstorde’ zijn verschillende specialismen te onderscheiden. Vanuit het principe ‘kunst om de kunst’ wordt kunst gemaakt die naar kunst verwijst. Men werkt hier aan een esthetica van de kunst. Deze kunst is soms heel gesloten, hoewel dit mijns inziens niet helemaal opgaat voor modern toneel. In Nederland hebben we de afgelopen vijftig jaar de meest ongelofelijke nieuwe vormen van toneel te zien gekregen. Soms was het vormaandeel zo groot dat de voorstelling alleen nog maar een esthetisch genoegen (of nachtmerrie) was. Maar er zijn ook uiterst geslaagde vormexperimenten te zien geweest. Binnen het Nederlands toneel zijn de ‘montagevoorstellingen’ van Gerard-Jan Reinders heel belangrijk geweest.
De meest recente variant van kunst die naar kunst verwijst, is het fenomeen om met andere kunstdisciplines verbindingen aan te gaan: cross-over genoemd. De grootste podiumkunstenaar in dit specialisme op Nederlands grondgebied is Guy Cassiers van het RO-Theater in Rotterdam.
Verder is er het specialisme dat zich in de geest en ziel van de kunstenaar afspeelt en waarbij de kunstuiting zelf niet zo’n grote rol meer speelt. Het kunstwerk wordt neergelegd in een inhoudelijk ‘concept’, waarbij de uiterlijke vorm meestal pover afsteekt. In deze stroming is de kunstenaar (en zijn denken) belangrijker dan het kunstwerk. Zo kennen wij de namen van Joseph Beuys, Kienholz, Christo, Bruce Nauman.
Alle varianten van Romantische kunst zijn eigenlijk maar beperkt in staat te communiceren. Het wordt steeds meer een spel voor ingewijden. Als er communicatie plaatsvindt gaat het om het overbrengen van een sfeer of een gevoel.
De laatste tijd groeit de kritiek op de Romantische kunstopvatting en zijn uitingsvormen, zowel binnen de kunstscène als daarbuiten. In de wereld neemt de chaos en verharding toe en ten gevolge daarvan de machteloosheid en de angst. Er worden talloze vragen gesteld. De kunst reageert op verschillende manieren. Jonge kunstenaars verzetten zich tegen de kunst die zich in zichzelf opsluit en in reactie maken zij zeer toegankelijke kunst. Kunst die een kind in één oogopslag kan begrijpen, kunst die ‘licht’ is en geen zware thema’s meer met zich meesleept. Of kunst die de zware thema’s omzet in banale vormen. Andy Warhol en Jeff Koons hebben dat voor de beeldende kunst gedaan, toneelgroep VICTORIA bijvoorbeeld voor toneel.
Er zijn ook kunstenaars die van opvatting zijn dat de kunst zich in deze tijden – wil ze nog een rol spelen – weer naar de samenleving moet keren. De wereld wordt weer hun studieterrein en ze hechten er waarde aan dat het publiek hen kan volgen in hun onderzoek. Hiervoor is de term engagement van stal gehaald. Hoewel ‘engagement’ een beladen term is en met het ‘politiek engagement’ uit de jaren zestig en zeventig geassocieerd kan worden, gaat het hier om iets anders. Het nieuwe engagement in de kunst betekent: communiceren met een publiek, over belangwekkende onderwerpen uit de wereld en de mensen daarin. Met hulp van alle kennis die in de afgelopen eeuwen Europese cultuur is opgedaan, maar dit keer zonder ideologische propaganda of een muur van vorm.
Het toneel is er dit keer bijzonder vlug bij. En dat kan ook niet anders: toneel bestaat, net als de andere podiumkunsten, immers alleen bij gratie van een publiek. Het is de meest dankbare kunstdiscipline om het ‘nieuwe engagement’ uit te proberen. Voorzichtig wordt naar de eerste vormen en formuleringen gezocht. Politiek toneel is daarin de meest uitgesproken en voor de hand liggende vorm. Neem bijvoorbeeld de voorstellingen van Peter Sellars, zoals The Children of Herakles over vluchtelingen, die dit jaar te zien was in het Holland Festival. Toch is dit niet het pamflettistische politieke toneel uit de 18de eeuw of uit de jaren ‘20 of het ‘politieke toneel van het gelijk’ uit de jaren ‘70. Modern ‘politiek toneel’ is veeleer een peilen en vragen naar het menselijke in de wereld. Het nieuwe engagement zit in kunst waarin we mensen zien in gevecht met onmenselijke systemen, structuren en instituties, zoals familie, religie en politiek. Geëngageerd is kritische vragen stellen bij schijnbare onvermijdelijkheden en uitwegen ontdekken. Geëngageerd toneel zoekt haar oorspronkelijke functie: de communicatie tussen kunstenaar en toeschouwer, via het kunstwerk, over de wereld waarin zij beiden (moeten) leven.
Jullie vroegen me waarom er tegenwoordig theater wordt gemaakt over politiek. En: zijn de podiumkunsten op zoek naar relevantie of is het modieus produceren op zoek naar publiek? Mijn antwoord is: Er wordt gelukkig weer toneel gemaakt over politiek. Beter nog: het gaat verder dan dat. Er wordt toneel gemaakt dat niet zozeer over Den Haag gaat, maar over onderwerpen van maatschappelijk belang, die ook naar de concrete politiek vertaald zullen moeten worden. Kijk naar de Vaginamonologen en als antwoord daarop de Gesluierde Monologen of de stukken van Elfriede Jelinek of Ten Oorlog van Tom Lanoye. Allemaal geëngageerd toneel. Het is een begin. Dat kunst zich opnieuw keert naar het publiek, vormt het hedendaagse engagement. Daarmee kan kunst weer relevant worden. En wat de kwaliteit van het moderne ‘geëngageerde’ kunstwerk betreft – serieus of modieus – daar kan en mag elke toeschouwer zich in alle vrijheid een oordeel over vormen, het wordt immers voor hem gemaakt. Dat is lange tijd anders geweest.
Met hartelijke groet, Rezy Schumacher
P.S. Lees voor je plezier eens De Romantische Orde van de Rotterdamse filosoof Maarten Doorman. Heerlijk zijn ook de artikelen van de onvergankelijke Anna Tilroe.
Rezy Schumacher is dramaturge bij De Theatercompagnie in Amsterdam
De Helling 2004/4