de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Onzekerheid en overspel

door Liesbeth Noordegraaf-Eelens

Mensen zoeken naar zekerheid, naar een houvast om het goede leven te leiden. Maar sinds God dood is en de rede verdampt in de post-moderniteit, rest ons slechts de verzekeraar. Dat leidt tot overspel en claimcultuur. Hoe te leven met onzekerheid?

Stel het leven met al haar onzekerheden eens voor als een spel. Er zijn dan, filosofisch gezien, drie manieren om het leven te spelen. De eerste is een goddelijke spel. In dit spel liggen het weten en de macht in de handen van een alwetende en almachtige God. De spelers van dit spel zijn mensen geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Dat betekent niet dat er sprake is van een fysieke gelijkenis, wel dat als de mens een goed leven wil leiden, met vooruitzicht op het eeuwige geluk in een hiernamaals, hij zijn leven zo moet inrichten als God het gewild heeft. Tijdens zijn aardse bestaan kan hij er echter niet zeker van zijn dat deze poging succesvol is, zijn leven hier op aarde is een onzeker tussenstadium. Zekerheid over zijn hemels geluk verwerft hij pas als het laatste oordeel is geveld.
Het enige wat hij kan doen is zich inzetten om de kansen op een goedgezind laatste oordeel te vergroten. Dat kan bijvoorbeeld door de Tien Geboden te gehoorzamen. Daarnaast moet hij (uitgaande van een katholieke God) in een aantal kerkelijke rituelen ingewijd worden zoals de doop, de communie, het huwelijk, et cetera. Spelers die zich niet aan de regels van dit spel houden, plegen overspel. “Zo pleegt de ziel overspel als ze u de rug terugkeert en buiten u om gaat zoeken naar iets wat zuiver en helder is”, zegt Augustinus in zijn Belijdenissen. Deze ontrouw is niet zonder gevolgen, het laatste oordeel is onverbiddelijk tegenover overspeligen.
Het tweede spel is een menselijk spel. In dit spel, erg populair in het Westen sinds de Verlichting, is het niet langer God maar de mens die de waarheid in pacht en de touwtjes in handen heeft. De mens is immers uitgerust met iets wat hem onderscheid van alle andere levende wezens: de menselijke rede. Dit maakt dat normaal, echt menselijk gedrag, redelijk gedrag is. Als de mens maar goed en grondig genoeg in zichzelf zoekt en dus optimaal gebruik maakt van zijn redelijkheid, dan zal hij uiteindelijk zichzelf en de wereld kunnen beheersen. Op grote schaal leidt dit denken tot utopieën zoals die van de maakbare samenleving en het communisme; hierin leven rationele mensen naast en met elkaar. Het utopisch hiernumaals is het vooruitzicht van een hemel op aarde. De mens verhoudt zich in dit spel niet tot een goddelijke instantie, maar tot de redelijke mens, hij is tegelijkertijd onderwerp en onderworpen. Foucault gebruikt hiervoor het concept van de mens als empirisch transcendentaal dubbelwezen. In het dagelijks bestaan mondt deze empirische transcendentale waarheid uit in voorschriften (macht) die soms tot op de minuut vertellen hoe wij ons dienen te gedragen als we goede mensen willen worden.

Brand
Illustratieve voorbeelden daarvan zijn opvoedingsboeken, zoals het boek Ik verzorg mijn kind van Pernoud Laurence (1977). Het bevat een verzameling strikte regels die bijna tot op de minuut vertellen hoe de moeder het kind dient op te voeden (let wel, een vader laat staan twee vaders of twee moeders komen niet in beeld als het gaat om het normale gezin). Zekerheid (in bovenstaand voorbeeld: een gezond kind) kan in dit spel gerealiseerd worden als de mens zich aan de regels van het menselijke spel houden. Hiertoe wordt hij gedurende zijn leven gedisciplineerd. Zij die niet trouw zijn aan de menselijke regels, en dus overspel plegen, worden daarvoor gestraft door ze te categoriseren als abnormalen en in het uiterste geval van de maatschappij af te zonderen, bijvoorbeeld door ze op te sluiten in gevangenissen en of psychiatrische instellingen.
Ten derde is er een informerend spel. In zwang geraakt in de tweede helft van de vorige eeuw, door het post-modernisme. Het weten in dit spel is niet gefundeerd in een goddelijk of in een menswetenschappelijke zekerheid. Het absolute weten, de ultieme wijsheid bestaat niet in dit spel, alle weten is steeds in-formatie (zie ook Henk Oosterling, Radicale Middelmatigheid, 2000). Elke geïnformeerde waarheid kan weer door andere informatie ter discussie gesteld worden, het waarheidsspel wordt voortdurend overgespeeld. Dit spel speelt zich dan ook af in het hier-nogmaals. De spelers in dit spel weten dat ze moeten kiezen, maar niet wat ze moeten kiezen. De informatiestromen waarin de spelers rondzwemmen, maakt ze duidelijk dat het anders kan, maar niet wat de beste manier is om het anders te doen. Het informerend spel is hierdoor vergelijkbaar met de risicomaatschappij van Ulrich Beck, het leven zelf is een risicoproject geworden. De vraag: Hoe moeten we leven?, wordt vervangen door de vraag: Welke risico’s moeten we nemen? Op beperkte en beheersbare schaal zijn risico’s wellicht aantrekkelijk. Denk maar aan het casino of de staatsloterij. Maar, als het over brand, diefstal of pensioenen gaat, dan lijken mensen toch wat meer zekerheid te willen.

Dim Wim
Op dat moment biedt de financiële wereld een houvast. Van vóór de wieg tot voorbij het graf worden we bestookt – bespookt? – met boodschappen uit de financiële wereld met berichten dat ze onze toekomst willen verzekeren. Zekerheid is dan geen goddelijk gunst of menselijk gegeven, maar afhankelijk van de acties die de mens zelf onderneemt: het is een handeling geworden.
Om de positie van de financiële wereld te kunnen beoordelen, moeten we even terug naar de andere twee spellen om te zien wat daar de plek van de economie is. In het goddelijke spel draait het om de welvaart, zij is een gift van God. Waarde wordt gecreëerd in de goddelijke aarde, anders gezegd in de grondstoffen. De mens heeft zelf geen invloed op de waardecreatie maar kan God hoogstens vragen om grondstoffen en Hem dankbaar zijn als hij ze krijgt: “Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons van onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren…”
In het menselijke spel zit de waarde van de economie in de mens, het draait om de arbeid die hij levert. De figuurlijke vader van het economisch denken, Adam Smith, laat dat zien in zijn Wealth of nations. Door het verdelen van het arbeidsproces zijn wij in staat om de productie enorm te verhogen. Dit zorgt er voor dat er steeds minder mensen, steeds meer producten kunnen maken. Ook Marx, die Adam Smith om andere redenen bekritiseert, ziet in de arbeid de kracht van de economie. Zonder werken geen waarde.
In het informerend spel kan er financiële waarde worden gecreëerd door het verspreiden van informatie. De orakeltaal van de directeur van de Amerikaanse Bank Greenspan kan meer invloed hebben op de aandelenkoers dan hardwerkende arbeiders. En Europa-Bankdirecteur Wim Duisenberg, die de euro door zijn versprekingen regelmatig in gevaar bracht, wat hem de naam Dim Wim opleverde, gaf zijn opvolger de waarschuwing mee dat het communiceren (dus het informeren) een van de meeste precaire kanten was van de baan.

Nederland-Duitsland
Of neem de huidige burgemeester van New York, die kan werken voor een symbolisch salaris van 1 dollar omdat hij rijk is geworden met het versturen van financiële informatie. Hoe creëert informatie waarde? Informatie kan waarde creëren doordat zij verschillende interpretaties mogelijk maakt en onvoorspelbare richtingen op kan gaan. Op basis van de informatie kan een beurshandelaar verwachten dat de koers van een aandeel zal stijgen en een ander kan verwachten dat de koers zal dalen. Volgens beursgoeroe Soros zijn het deze verschillende (winst- en verlies)verwachtingen die handel mogelijk maken. Wie er uiteindelijk gelijk heeft is niet (eenduidig) te bepalen. Dat komt omdat de verwachtingen zelf van invloed zijn op de uitkomst. De slotkoers van gisteren wordt ingezet als openingskoers van vandaag. Net als het spelen van een voetbalwedstrijd – neem bijvoorbeeld Nederland-Duitsland – is het handelen in aandelen een strijd die altijd gestreden wordt, maar die nooit gestreden is. Het spel wordt steeds weer overgespeeld.
In dit spel is er nooit volledige zekerheid. Het spel put haar dynamiek niet uit de belofte van zekerheid in het hiernamaals of in het hiernumaals, maar uit een berekenend speculeren. Het is een manier van handelen die rekening houdt met verwachtingen omtrent het gedrag van anderen (het berekenen), zonder dat voorspelbaar is hoe die ander zal reageren (speculeren). De financieel adviseur die zijn klant desalniettemin een prachtige toekomst verzekert, ontkent de berekenend speculatieve dynamiek van het spel dat hij speelt, hij overspeelt zijn eigen hand.

Pensioen
Hoe kan de mens die steeds maar zoekt naar fundamentele zekerheid, leven met deze onzekerheid? Hij heeft zich via pensioenen, verzekeringen, hypotheken, leningen, misschien zelfs beleggen-met-geleend-geld-constructies aan de financiële markten verbonden. De krantenkoppen van een jaar geleden, die waarschuwden voor een dreigend tekort bij pensioenfondsen geven aan met wat voor scenario’s we rekening dienen te houden: Je hele leven hard gewerkt en als je dan met (vervroegd) wil stoppen, blijkt er niet voldoende geld om je pensioen uit te betalen. Op maandag 6 september 2004 kopte het NRC “Het ondenkbare is een optie. Pensioenwaakhond PVK draait de duimschroeven aan. Verlaging van pensioenen is niet langer uitgesloten om uit de crisis te komen.”
Wat moet de mens doen als blijkt dat de financieel adviseur zijn beloften (of suggesties) niet na kan komen? Er is sprake van een probleem voor de verzekeraars, zij hadden de zekerheid niet moeten beloven of suggereren. Er is tevens sprake van een probleem voor de verzekerde: hij had immers gehoopt op zekerheid en komt nu bedrogen uit. Er is hier sprake van overspel in de klassieke zin: er zijn beloftes gedaan die niet waargemaakt zijn. Wat te doen? Moeten we de juridische weg in slaan en door aanvullende wetgeving de relatie tussen de klant en de bankier tot in detail vastleggen? Dat kan, maar het is niet wenselijk. Juridisering van de problematiek opent de weg naar een claimcultuur. Het zal dan niet lang meer duren alvorens het gerechtelijk apparaat overbelast is met financiële rechtszaken.

Übermensch
Ik stel voor om een andere weg in te slaan. Deze route is aan de ene kant eenvoudiger, maar vraagt aan de andere kant om veel meer inspanning: het leren leven met risico’s. Als normatief ideaal wil ik een beeld van de speler presenteren dat geïnspireerd is door Nietzscheaanse Übermensch. Het gaat niet om een bovenmenselijk ras met blond haar en blauwe ogen, maar om levenshouding waarbij risico’s worden geaccepteerd. Nietzsche’s Übermensch past bij deze levenshouding omdat hij de fundamentele onzekerheid, die ontstaat door de dood van God, omarmt en gebruikt om zijn leven telkens weer opnieuw te creëren. De onzekerheid is vanuit dit perspectief dan ook geen last, maar een lust. Het accepteren van de risico’s van het leven betekent niet dat de speler gezien kan worden als een gokker, noch dat hij verwordt tot een absolute relativist omdat hij toch niet weet wat de uitkomst is van het spel. In dat geval zou onzekerheid tot onverschilligheid leiden en dat wil Nietzsche niet. De onverschilligen zijn volgens hem verloren. Hoe dient de mens het spel dan wel te spelen? Hij is betrokken, hij neemt het spel zowel bij winst als bij verlies, serieus. De ‘Übermenschliche’ speler en het overspelen zijn twee handen op een buik: spelen met risico’s geeft hem de mogelijkheid om het levensspel telkens weer over te spelen, dat is het motto. De spelers spelen een strijd die altijd gestreden wordt, maar nooit gestreden is.
Om het wat concreter te maken kunnen we de ‘Übermenschliche’ levensstijl vergelijken met die van topsporters. Deze zetten zich zo goed mogelijk in om te presteren. Zij hebben wellicht aanleg voor hun sport, maar geen enkele garantie dat ze als (gouden medaille) winnaar uit de bus zullen komen. Zij zetten zich in zonder zeker te zijn van het resultaat. Als ze vallen, dan staan ze weer op. Deze spelers zijn dus geen overspeligen in de zin van een beloofde zekerheid die niet waargemaakt kan worden, maar wel in de zin dat zij hun levenslust putten uit de risico’s die maken dat zij het spel steeds weer over kunnen spelen.
Deze spelersmentaliteit past goed in het informerende spel van de financiële wereld. De bancaire klant zal in lijn van deze ‘Nietzscheaanse logica’ niet terugschrikken voor beleggen met geleend geld, maar als hij met een schuld blijft zitten, loopt hij niet naar de rechter. Het beleggingsresultaat, winst zowel als verlies, zorgt er voor dat hij in een nieuwe situatie komt en dat biedt hem de kans om het spel weer over te spelen. Hij zal evenmin terugdeinzen voor een belegd pensioen, maar als het niet voldoende is en hij moet langer doorwerken, dan zal hij zich ook in deze situatie staande houden. De bankier hoeft zich dan niet te verschuilen achter reclameslogans die zekerheid pretenderen. Winst maken is niet verboden, verlies is mogelijk, it’s all in the game; en verschuilen achter kleine lettertjes of achter financiële bijsluiters of rendementsgrafieken is overbodig.

Gebaseerd op: De overspelige bankier. Van Homo Economicus tot Übermensch, Liesbeth Noordegraaf-Eelens, Kampen, Klement 2004

Liesbeth Noordegraaf-Eelens is docent aan de Erasmus Universiteit en redacteur van De Helling

De Helling 2004/4


Inhoud 2004/4