de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Broederschap

door Shervin Nekuee

Dallas, Texas USA. Het is twee weken na de Amerikaanse verkiezingen. In een afgelegen ranch zit ik rond de tafel met dertig mannen en vrouwen, bij elkaar gehaald uit Europa en Amerika om te praten over religie en staat. Een initiatief van een New Yorkse progressieve denktank, rijk door goedwillende Amerikaanse sponsors met dikke portemonnees. (Waarom zijn de Nederlandse miljonairs nooit geïnteresseerd in zaken die niet direct hun kassa laten rinkelen?)

De Amerikaanse helft van mijn groep heeft hoofdpijn, drie dagen lang achterelkaar klagen ze steen en been, en geef ze ongelijk. Allen zijn achttien karaat democraten. Hun kandidaat, leider en programma heeft afgedaan. George W. Bush heeft de democraten ruim achter zich gelaten. Maar dat is nog tot daar aan toe. Wat mijn Amerikaanse gespreksgenoten niet begrijpen – en laat dat net het thema van onze miniconferentie zijn – is de relatie tussen staat en religie. “Waar komt al dat religieuze gedoe opeens vandaan?”; “we dachten dat we er van af waren” en “God was toch dood?”
Voor een goed begrip, hun geklaag gaat niet over islam en moslims. In de VS is het de christelijke religie en de massale herleving daarvan die de intelligentsia hoofdpijn bezorgt, niet de jonge Jihadies. Bush’ overwinning is voor een deel te danken aan zijn evangelische en reborn-christian achterban. Dat is de oorzaak van de zwarte kringen onder de Democratische ogen.
Halverwege een van de lange tirades tegen de benauwende en groeiende macht van religie in Amerika draait de spreker, een joods-New Yorks hoogleraar, zich naar mij toe. Hij heeft de glimlach op mijn lippen ontdekt. “Do you think I am pathetic?”. “Well, just a little bit”, flap ik er uit – ik ben duidelijk aangestoken door de directheid van mijn Hollandse landgenoten, die zelfs voor een New Yorker te grof is, zo lees ik in zijn verontwaardigde blik.

De wederopkomst van religie blijft een moeilijk te begrijpen kwestie voor mijn linkse vrienden. Of het nu om Tony, deze hoogleraar uit New York, gaat. Of Ramin, de Iraanse francofiel en politieke filosoof uit Teheran, in wiens gezelschap ik ben komen overvliegen. Of het Amsterdamse deel van mijn kennissenkring. De secularisatiethese – hoe meer moderniteit, hoe meer individualisme en dus minder kerk en minder geloof – heeft afgedaan. Peter Berger, de Amerikaanse socioloog die deze theorie het scherpst had geformuleerd begin jaren zestig, is in 2002 op zijn blote knieën moeten terugkomen op zijn claim. “Grosso modo is er geen significante toe- of afname van religie wereldwijd te constateren”, is zijn conclusie na een meta-onderzoek.
Er is een uitzondering: Europa. De inheemse Europeaan is de enige groep die braaf aan de veronderstellingen van Berger voldoet. Maar laat Europa nu net het continent zijn met een groeiende minderheidsgroep uit de meest alive and kicking religie van onze tijd, de islam.

Religie groeit en noch de utilistisch-economische modellen van liberalen, noch de emancipatorische ideologie van links hebben er een verklaring voor. De emancipatie-alchemie wil maar niet werken, in tegendeel, je ziet dat het tot averechtse uitkomsten kan leiden. Het is de tweede generatie, beter geïntegreerd, beter opgeleid en vernederlandst, die uitgesproken en onmiskenbaar voor de islamitische identiteit kiest. Ook de hoop van economen op de groei van een nuchtere seculariserende middenklasse in de liberale democratieën blijkt een valse. De Amerikaanse evangelisten behoren juist tot sociaal-opwaartsmobielen, zij zijn de nieuwe middenklasse. De liberale American dream heeft een grote groep gelovigen gebaard, die belang hecht aan een rol voor het geloof in de maatschappij. De emancipatie van tweede-generatie-moslimmigranten is cruciaal voor het in zwang komen van de politieke islam in Nederland.
Kennelijk zijn welvaart, gelijke rechten en kansen geen tegengif voor opium der volkeren. De geliberaliseerd en geëmancipeerde mens is vrijgemaakt van armoede, onderdrukking en uitzichtloosheid, maar de geïndividualiseerde vrijheid voelt voor velen als een koude douche. De atomistische samenleving lukt het maar niet om het hart van zijn leden warm te maken, het blijft een armoedig concept, de “koude solidariteit” – dat wil zeggen: geplande en gestructureerde naastenliefde.

De hoofdpijn van mijn Amerikaanse en Amsterdamse vrienden ligt in hun eigen onvermogen te beseffen: noch vrijheid, noch gelijkheid kunnen het menselijke verlangen naar broederschap vervullen. Religie doet dat wel, als geen ander zelfs.

Shervin Nekuee is essayist, publicist en programmamaker

De Helling 2004/4


Inhoud 2004/4