de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Liever skeptisch

door Marijntje Denters

“Daders homogeweld autochtoon”. Ik betrap mezelf erop dat ik een tevreden grijns niet kan onderdrukken bij het lezen van die kop boven een artikel over homofoob geweld: zie je wel, het zijn niet altijd allochtonen, moslims of Marokkanen. Mijn toch wel een beetje zelfvoldane gevoel verraste me, want normaal ben ik sceptisch zodra de termen allochtoon en autochtoon opduiken in criminaliteitsstatistieken. Maar nu had ik opeens dat tevreden gevoel dat de berichtgeving eindelijk realistischer werd. Tot een paar dagen later de artikelen over een tweede onderzoek volgden: “Marokkanen oververtegenwoordigd bij homogeweld”. ‘Vast weer verdraaid,’ dacht ik nu: ‘typisch Telegraaf.’ Toch bekroop me de gedachte dat deze tegengestelde reacties op z’n minst een beetje verdacht waren...

Dat zelfvoldane gevoel waar ik mezelf op betrapte is precies wat me vaak zo irriteert in de toon van pers en politiek als het gaat om tolerantie van homoseksualiteit als een ‘typisch kenmerk van de Nederlandse identiteit’. Het is een gemeenplaats geworden. Net als de manier waarop een cultuur met vrouwen omgaat in alle tijden is beschouwd als graadmeter voor het niveau van beschaving: Tacitus roemde in de Oudheid al de Germaanse vrouw, die kuis zou zijn ‘uit zichzelf’ en geen beteugelende wetten nodig had – in tegenstelling tot de decadente dames in Rome – een beschrijving die Duitsers in de negentiende eeuw grif als historisch bewijs voor hun burgerlijke waardencatalogus zouden gebruiken. Seksuele moraal is al eeuwen een perfecte manier om jezelf van de ander te onderscheiden.

Te openlijk homogedrag op de verkeerde plek wordt in Nederland nog altijd afgestraft. Te vaak met geweld, maar vaker subtiel. De bewaker van de grens van wat wel en wat niet kan is onder anderen een Balkenende, die op bezoek in Indonesië verzekerde dat hij als Kamerlid tegen het homohuwelijk had gestemd. Of de collega die aan de lunchtafel flauwe grapjes maakt over homomannen en –vrouwen. Maar de Nederlandse acceptatie van homoseksualiteit die steeds aangehaald wordt als het debat daarom vraagt maakt de werkelijkheid daarachter moeilijker te bespreken. De mainstream begrenst de emancipatie, en ik ben een van die mensen die niet willen dat hun homoseksualiteit gekaapt wordt als attribuut zonder angel. Ik verzet me tegen het beeld van de Nederlander die niet meer zou lijden aan homofobie.

In de VS werd homofobie onlangs aan huidskleur gekoppeld: in Californië stemden kiezers op 4 november niet alleen voor een nieuwe president, maar ook voor of tegen Proposition 8. Dit voorstel zou het homohuwelijk in de staat, een basic civil right sinds mei van dit jaar, weer verbieden. Sinds de verkiezingen is er veel aandacht geweest voor het feit dat 70% van de zwarte Amerikanen in Californië voor het verbod op het homohuwelijk stemden. De zwarte gemeenschap is daarna al snel tot zondebok gemaakt van de uiteindelijke ja-stem voor ‘Prop 8’, en hun stemgedrag het bewijs van de homofobie die specifiek zou zijn voor de zwarte gemeenschap. ‘Logisch,’ denkt u nu misschien. U heeft immers net gelezen dat 70% van de zwarten voor heeft gestemd. Maar de koppen hadden evengoed een veel grotere groep voorstemmers kunnen uitlichten, namelijk tweederde van de christenen. De analyse van de voorstemmers: het resultaat van de black vote toont aan dat het homohuwelijk geen burgerrechtenkwestie is, maar een moreel issue. (Het uitgangspunt daarbij is dat zwarte Amerikanen door hun historische strijd voor burgerrechten nooit voor het afnemen van burgerrechten zouden stemmen.) Demografen op hun beurt zeggen dat de focus op ras stemgedrag-voorspellende factoren als religie, leeftijd, gender en ideologie veronachtzaamt. Verschillende onderzoeksresultaten bewijzen steeds het gelijk van weer een andere analyse.

Zodra het zinnetje ‘onderzoek toont aan...’ opduikt is het geen slecht idee om een sceptische houding aan te nemen ten opzichte van de aannames, agenda’s en data die achter die onderzoeken steken. Statistieken valideren vaak bewust of onbewust de bestaande ideeën van de onderzoeker. De discrepantie tussen de resultaten van de twee Nederlandse onderzoeken naar homofoob geweld is wellicht ook anders uit te leggen: UvA-onderzoekers (“Marokkanen oververtegenwoordigd bij homogeweld”) hebben tweehonderd gevallen van homofobie in een jaar in Amsterdam onderzocht, van fysiek geweld tot pesterijen, waarbij een belangrijke uitkomst was dat daders vooral laagopgeleide jongemannen zijn tussen de 17 en 25 jaar. De politie (“Daders homogeweld autochtoon”) onderzocht 150 geregistreerde meldingen van geweld tegen homo’s in een half jaar in heel Nederland. Bij dat onderzoek werden slechts twee categorieën gehanteerd: ‘allochtonen’ enerzijds en ‘autochtonen en onbekend’ anderzijds, en het is niet duidelijk of de indeling gebaseerd is op gegevens van verdachten die opgepakt zijn of op interpretaties van de slachtoffers of omstanders. Het maakte voor mij in ieder geval nog eens duidelijk hoe lastig het soms is om de verleiding te weerstaan om vooral het bewijs van je eigen gelijk te vinden in onderzoeksresultaten.

Marijntje Denters (1976) studeerde klassieke talen en culturele studies. Zij werkt bij de VPRO voor de programma’s Zomergasten en Tegenlicht.

De Helling 2008/4


Inhoud 2008/4