door Marijntje Denters
De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum is in Nederland vooral bekend door haar optreden in Wim Kayzers Van de schoonheid en de troost. In de Tegenlicht-uitzending ‘De Chicago Sessies. Kredietcrisis, markt en moraal’ pleitte zij er onlangs voor om de kredietcrisis te gebruiken om een stap achteruit te zetten om met enige afstand te overdenken hoe een beschaafde samenleving er eigenlijk uitziet. Tegenlicht toog naar de windy city als een symbolische plek voor zowel de ideologische oorsprong van de huidige crisis als voor de toekomst. Chicago is immers niet alleen de bakermat van Milton Friedmans vrijemarktkapitalisme, maar ook de stad van Obama. Op die plek wilden we, makers van Tegenlicht, jonge, open geesten aan het denken zetten over de fundamentele principes die ten grondslag zouden moeten liggen aan onze maatschappij.
Leidraad in een van de drie ‘Chicago Sessies’ waren de zogenoemde human capabilities van Nussbaum, professor Recht en Ethiek aan de universiteit van Chicago: de mogelijkheid om in je leven bepaalde vermogens te ontwikkelen. Voorbeelden van die vermogens zijn gezondheid, onderwijs, lichamelijke integriteit en controle over je politieke en materiële omgeving. Om iedereen de beschikking te geven over die vermogens zijn bepaalde sociale en economische randvoorwaarden nodig, evenals een inspanning van de overheid, bijvoorbeeld op het gebied van regelgeving en recht.
De capabilities-benadering is grotendeels overgenomen in de Human Development Reports van de Verenigde Naties: om een indicatie te geven van de welvaart of armoede van een land wordt niet alleen gekeken naar de hoogte van het Bruto Nationaal Product en de economische groei, maar ook naar de mogelijkheden die mensen hebben om bepaalde capabilities te ontwikkelen. Nussbaum definieert tien specifieke basisvermogens: mogelijkheden die in een beschaafde samenleving gewaarborgd moeten zijn voor iedereen.
Naast voor de hand liggende vermogens op het gebied van onderwijs, gezondheid en een gezonde leefomgeving – die tegenwoordig ook vaak terugkomen in het debat over global common goods – noemt Nussbaum als capability ‘Senses, Imagination and Thought’. We moeten voor iedereen de mogelijkheid beschermen om de zintuigen, verbeelding en geest te gebruiken en te ontwikkelen, en om de resultaten die daaruit voortkomen te produceren en te ervaren.
Dat raakt natuurlijk aan de vrijheid van meningsuiting, en wel vanuit een essentiëlere gedachte dan die in het huidige debat, waar het recht zelf uitgangspunt lijkt, in plaats van de vrijheid van geest die dat recht moet waarborgen. Daar zou je een al dan niet filosofische (noten)boom over kunnen opzetten. Maar het inspireerde bij ons vooral de zintuigen, verbeelding en geest, om tijdens een nocturne bijeenkomst in een al sluitend café langs de Amstel, te bedenken wat ons gevormd heeft en wat we nu echt mooi vinden. Tekst en beeld. Vijf van elk. Maar meer of minder mag ook.
Job kwam voorbij, en Prediker. Kafka’s Amerika en Die Verwandlung, alles van David Mitchell, The Road van Cormac McCarthy, het verzamelde werk van Bob Dylan, Seneca, Kuifje, de jazzrappoëzie (“Is baseball holy? Is the organ of man holy?” The bishop says:“What? Holy holy? Oh, my mother wants to play the organ...”) in Pull My Daisy van Robert Frank. Een collega begon in drie talen De Internationale te zingen (hadden we nou gezegd dat de omroep wel of niet links was?). Fellini’s Amarcord, Bruce Nauman, de Minotaurus van Picasso, Louise Bourgeois. Muziek of andere categorieën zijn we niet meer aan toegekomen. Een canon? Nee, gewoon wat je geraakt heeft. Op de fiets naar huis herinnerde ik me nog dat ik pas nog een beetje gehuild had bij Angels in America en bij een foto die iemand had gemaakt van een outfit die belangrijk was geweest in haar leven, uit het kunstproject Learning To Love You More van Miranda July en Harrell Fletcher.
Zo blijkt maar weer dat, waar de kredietcrisis ons aan het zoeken zet, we toch uitkomen bij de schoonheid en de troost.
Marijntje Denters (1976) studeerde klassieke talen en culturele studies. Zij werkt bij de VPRO voor de programma’s Zomergasten en Tegenlicht.
De Helling 2009/1