de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Interview met Will Bradley, freelance conservator

‘Kunst is politiek’

door Aysel Sabahoglu

Hoe ligt de relatie tussen moderne kunst en sociale verandering en hoe hebben kunstenaars hun talent gebruikt om te reageren op de radicale veranderingen in de samenleving? Daarover gaat de tentoonstelling Vormen van Verzet in het Van Abbe Museum in Eindhoven. Een interview met een van de samenstellers.

Vier historische momenten vormen het uitgangspunt van de tentoonstelling: de Parijse commune van 1871, de Russische revolutie van 1917, de Praagse Lente van 1968 en de val van de Berlijnse muur in 1989. Te zien zijn werken van Manet, Courbet, Lissitzky, Rodchenko en Malevich en van kunstenaarscollectieven als Atelier Populair uit Parijs en Brigadas Ramona Parra uit Chili. Ook is een zaal gewijd aan vormen van recente 'kunstacties', zoals het museum dit noemt. Een team van conservatoren, onder wie de Brit Will Bradley, heeft de tentoonstelling samengesteld. Bradley, freelance conservator en schrijver, heeft fotografie en kunstgeschiedenis gestudeerd. Hij was in 1997 medeoprichter van The Modern Institute in Glasgow en heeft sedertdien aan diverse tentoonstellingen in Nederland, Denemarken, Noorwegen en de Verenigde Staten gewerkt.

Waarom deze tentoonstelling en waarom nu?

“Niet eerder is er een tentoonstelling gemaakt waarin zo duidelijk het verband is gelegd tussen bepaalde vormen van kunst en de sociale bewegingen waarbij de kunstenaars aansluiting zochten. De timing leek ons goed. Er is nu overal op de wereld sociale onrust, en ook in Europa is er weer een gevoel van politieke urgentie. Er is debat, zowel bij links als rechts. Ook de kunstwereld is gepolariseerd. Enerzijds is er de lucratieve praktijk waarin kunst niet meer is dan koopwaar verhandeld op de vrije markt, anderzijds is er de subsidie-afhankelijke en gepolitiseerde kunst. De vier gekozen historische momenten zijn ijkpunten in de geschiedenis van de industriële samenleving. We hebben gekozen voor kunst waarin het verzet tegen de heersende macht centraal stond. We laten werk zien van kunstenaars die bewust op zoek gingen naar dwarsverbanden in de samenleving, kunstenaars die voorbij de musea en galerieën aansluiting zochten bij de sociale bewegingen van hun tijd en worstelden met hun rol als individu in een gemeenschap. We hebben werken van kunstenaars uitgezocht die bezig waren met het ontwikkelen van alternatieve sociale modellen in hun werk en in botsing kwamen met de heersende kunstinstituties van hun tijd. Maar we hebben met de tentoonstelling niet de bedoeling gehad een sluitend theoretisch raamwerk te tonen.”

De tentoonstelling laat het werk zien van kunstenaars die verlangden naar sociale verandering. Maar kan kunst wezenlijk bijdragen aan sociale verandering? Kan kunst politiek beïnvloeden?

“De dominante opvatting is dat kunst niet zou moeten willen bijdragen aan sociale verandering. Kunstenaars zouden zich verre moeten houden van de politiek. Dat vind ik een misvatting. Kunst heeft namelijk altijd een politieke context en is daarmee per definitie gepolitiseerd. De massacultuur is niet vrij van ideologie. Dat was het vroeger ook al niet. De religieuze kunst was uiterst propagandistisch, bedoeld om de macht van de kerken te behouden. Tegenwoordig wordt de dominante beeldcultuur grotendeels bepaald door allerlei vormen van reclame-uitingen. Het is misschien waar dat de kunstwereld niet het meest geschikte platform is om politieke strijd te voeren. Toch is het zo dat kunstenaars over de hele wereld bijgedragen hebben aan het vocabulaire en de methodes van sociale verzetsbewegingen. Sommige technieken, zoals fotomontage en protestperformances zijn wereldwijd overgenomen. Contemporaine kunstenaars zoeken nu naar nieuwe vormen waarin kunst, media, technologie en politieke activisme samen kunnen gaan. Deze kunstenaars zullen een impuls moeten genereren om de kunstinstituties tot verandering te bewegen. Want daar wordt de kunstpolitiek bedreven. Een mooi voorbeeld van kunstenaarsverzet vind ik het youtube filmpje dat Lars von Trier maakte toen hij hoorde dat zijn film The Idiots een hoge notering in de Deense nationale canon zou krijgen. Hij knipt hierin het kruis uit de Deense vlag en vouwt vervolgens de rode vlag op terwijl op de achtergrond de Internationale draait.”

Een algemeen aanvaarde stelregel is dat de politiek zich niet bemoeit met de inhoud van de kunst. Hoe beoordeelt u die regel?

“Bij de toekenning van publiek geld is de politiek altijd het eerst aan zet. De politiek bepaalt met de verdeling van de budgetten ook de agenda van kunstinstituties. Ook met kwaliteit als criterium voor subsidieverlening wordt politiek bedreven. Kwaliteit is namelijk een cultureel bepaald begrip, afhankelijk van het bepaalde type onderwijs dat mensen hebben genoten. Dat zou de politiek, maar ook de kunstsector openlijk moeten toegeven. Dan zou de politieke besluitvorming transparanter worden. Zo werd in de jaren negentig in Engeland geld beschikbaar gesteld voor de aankoop van gebouwen door kunstinstellingen. Dus kochten de instellingen massaal grote gebouwen op, om later te constateren dat er geen budget meer was voor de aankoop van kunst. De musea hingen vervolgens de zalen vol met crowd pleasing tentoonstellingen die entertainment boden aan een massapubliek om geld te genereren. Dit leidde tot een nieuwe vorm van concurrentie. Kunstenaars die in staat bleken de taal van de massa te verstaan redden het en trokken nog meer geld aan. Daarmee behielden de kunstinstellingen en galerieën wederom hun macht over de kunstenaars. Kunstenaars moesten weer op zoek naar alternatieve podia voor hun kunst en sommigen vonden die in internationale alternatieve bewegingen. Kunstenaars moeten een politieke agenda durven stellen. Kunstenaars verliezen terrein door zich afzijdig te houden van het politieke discours. Zij moeten hun werk in een politieke context durven plaatsen en de maatschappelijke ordening blootleggen en kritiseren.”

Hoe vrij zijn kunstenaars eigenlijk? Is vrije kunst wel mogelijk?
“Dit vind ik geen specifieke vraag over kunst en kunstenaarschap. Want wanneer is een mens vrij? Jean Baudrillard stelde dat Marx een theorie had om de politieke economie te bevrijden, niet om de mensheid te bevrijden. Niettemin pleit die conclusie voor Marx in mijn opinie. Om vrije kunst mogelijk te maken, zou de politieke economie dus bevrijd moeten worden van het kapitalisme. De kunstsector wordt door de wijze waarop onze economie is ingericht aangestuurd door financiële belangen. Allerlei hybride vormen van financiering worden nu toegepast door kunstinstellingen en particulieren. De mondiale middenklasse heeft geld zat. Er is veel belangstelling voor moderne kunst en er wordt veel gekocht. Dit geld geeft de kunsten mede vorm, het depolitiseert voor een deel ook de kunstenaars. Maar er is wel degelijk ruimte voor vrije kunst. Kunstenaars maken nu bijvoorbeeld steeds vaker werken in opdracht van particulieren om met het verdiende geld hun eigen kunst te financieren.”

Gelooft u zelf in kunst als katalysator van sociale verandering? Hoe ziet u in dit opzicht uw eigen rol als onderzoeker en conservator?
“De filosoof Immanuel Wallerstein concludeerde dat de opkomst en het verval van de Sovjet Unie het bepalende sociale experiment van de twintigste eeuw is geweest. Wil je dat verval bij nieuwe sociale experimenten voorkomen, dan zal je eigen organisatie een weerspiegeling moeten zijn van de samenleving die je in de toekomst zou willen hebben. Bij dit denken sluit ik me aan. De jaren negentig waren jaren van decadentie en gezapigheid. Nu is er opnieuw een gevoel van urgentie. Er zijn nieuwe kunstenaarscollectieven ontstaan die cultureel activistisch zijn. Zij nemen initiatief en zoeken naar mogelijkheden om te komen tot radicale democratisering. Superflex in Kopenhagen is een mooi voorbeeld van een dergelijk kunstenaarscollectief. Dat is een groep kunstenaars die aansluiting heeft gezocht bij de kraakbeweging en zich bijvoorbeeld verzet tegen het regime van IP-rechten. Zij onderzoeken allerlei vormen van zelforganisatie en strategieën voor tegenbewegingen in weerwil van de macht van grote bedrijven en willen dat doen zonder zich neer te leggen bij de bestaande vormen van representatie en besluitvorming. Ik heb wel degelijk politieke idealen en hoop, maar zou mezelf toch geen activist willen noemen. Ik probeer een parallelle geschiedenis te laten zien van de ontwikkelingen in de moderne kunst en de maatschappelijke veranderingen. Ik wil daarmee ook de rol van musea in de samenleving re-framen. Geschiedenis teken je niet alleen op door middel van boeken, dat doe je ook met tentoonstellingen. De geschiedenis van de kunst die in musea hangt is al geschreven. Ik ben geïnteresseerd in de kunst van de straat.”

De tentoonstelling Vormen van Verzet is nog te zien tot 6 januari 2008. Momenteel werkt Bradley aan de tentoonstelling Radical Software, waarin het verband tussen experimentele film en videokunst, documentaire en open source software wordt onderzocht. De tentoonstelling zal te zien zijn in Kopenhagen en was eerder dit jaar al te zien in San Francisco.

Literatuur en internet
Will Bradley & Charles Esche, Art and social change, Afterall Books/Tate Publishing, 2007.

www.vanabbemuseum.nl

Aysel Sabahoglu is medewerker Wetenschappelijk Bureau GroenLinks en redacteur van De Helling

De Helling 2007/4


Inhoud 2007/4