door Kees Schuyt
Burgerlijke ongehoorzaamheid is een specifieke vorm van politiek protest. Het ligt in het midden van een continuüm, dat zich uitstrekt van politieke onenigheid en legale protestvormen aan de ene kant, politiek geweld en revolutionair verzet aan de andere kant.
[…]Burgerlijke ongehoorzaamheid is niet gericht tegen alle wetten van de staat of tegen het rechtssysteem als geheel, maar tegen één specifieke wet of één specifiek stelsel van wetten. […] Revolutie is een breuk met het verleden. Burgerlijke ongehoorzaamheid tracht met opzet de band met de traditionele waarden van de samenleving te behouden. […] De burgerlijk ongehoorzame actor zal zijn niet-revolutionaire bedoelingen kenbaar willen maken aan zijn medeburgers: hij zal zijn daad in volle openbaarheid plegen, bereid zijn om de juridische consequenties van daden te dragen, hij zal zich derhalve niet onttrekken aan opsporing en vervolging. Met andere woorden hij toetst zijn eigen beslissing om de wet te overtreden aan het oordeel van zijn medeburgers zoals dat weerspiegeld wordt in het rechtssysteem. Ook zijn bereidheid om de minst gewelddadige middelen aan te wenden is een indicator waaraan zijn uiteindelijke loyaliteit jegens zijn politieke tegenstander wordt gedemonstreerd. […]
In de politieke dimensie ligt het onderscheid tussen burgerlijke en criminele ongehoorzaamheid. Er is een duidelijk verschil tussen iemand die met anderen verkeersregels overtreedt om te protesteren tegen een beleid dat grote armoede toestaat en iemand die steelt om op die manier aan geld te komen dat hij niet heeft. Bovendien zal de dief meestal niet eens de regels willen veranderen. Hij erkent de bindende kracht van de specifieke regels en van het rechtssysteem als zodanig, maar stoort zich er niet aan. De ongehoorzame burger handelt in zijn rol als burger op grond van zijn rechten en verantwoordelijkheden in de democratie. Net zoals het verschil tussen revolutionair verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid blijkt uit de concrete handelwijze van de wetsovertreder, zo komt ook het verschil met criminele ongehoorzaamheid tot uitdrukking in de uiterlijkheden van de daad: openlijk in plaats van heimelijk; uit morele overtuiging in plaats van uit eigen belang of met de bedoeling van het schenden van anderen; medewerking aan vervolging in plaats van voortvluchtigheid; afweging van alternatieve legale middelen in plaats van verwaarlozing van deze alternatieven.
[…]
Zoals we gezien hebben zijn de gevolgen van burgerlijke ongehoorzaamheid, zowel de positieve als de negatieve, zeer moeilijk in te schatten. De ethiek van verantwoordelijkheid dreigt stuk te lopen op de ontbrekende gegevens in de morele calculus. De burger lijkt in deze situaties op een amateurschaker, die niet alle consequenties van zijn zetten kan overzien, maar toch aan de beurt is om te zetten. Hij moet een keuze doen. Zijn zet wordt echter beantwoord door een zet van zijn tegenstander, die óók niet alle consequenties van de zetten kan overzien. In dit spel van zet en tegenzet, van handeling en respons, ligt de toets van verantwoordelijkheid. Wij laten ons handelen tevens afhangen van de reactie die het oproept bij onze medeburgers. De gevolgen van onjuiste handelingen kunnen worden verzacht door die respons, terwijl ook de mopgelijkheid bestaat om nieuwe situaties te creëren uit de toetsing van de wederzijdse standpunten. Onze moderne situatie wordt bovendien gekenmerkt door het feit dat er geen schaakmeester of schaakgrootmeester achter ons staat, die de beste zetten kan influisteren of die de objectieve juistheid van bepaalde zetten kan aantonen. De mensen moet het zonder zo’n hulp stellen. […]
Wel kunnen wij in deze situatie de hulp inrioepen van bepaalde modellen. Wij kunnen het recht en de rechtsregels nemen als morele insturcties voor ons handelen en zo de onzekerheid enigermate verkleinen. Wij kunnen ons zelfs volledig verlaten op die instructies van het recht zonder verder nog over de gevolgen na te denken. Dit wil ik het ‘ Eichmanniaanse model’ noemen: ik ben niet verantwoordelijk voor de gevolgen voortkomend uit mijn gehoorzaamheid. Daartegenover staat het ‘ Camusiaanse model’: ik blijf verantwoordelijk voor de gevolgen van mijn gehoorzaamheid en van mijn ongehoorzaamheid. Ik pleit er voor om in ons onderwijs en in onze opvoeding het Camusiaanse model te bevorderen. Want nog steeds wordt te vaak uitsluitend verantwoording gevraagd voor ongehoorzaamheid en niet voor gehoorzaamheid. De vrees voor verantwoordelijke ongehoorzaamheid heeft lange tijd de absolutistische houding van het ‘ fiat iustitia, perat mundi’ mogelijk gemaakt. De problemen van onze tijd geven echter geen aanleiding om veel heil te verwachten van deze houding. Het oude adagium nog versterkt met de nieuwe loot van het ‘ fiat scientia, perat mundi’ moet als een waarschuwing opgevat worden. Verantwoordelijke ongehoorzaamheid kan een middel zijn om deze dreigende situatie in te dammen, zolang regeringsleiders niet bereid of in staat blijken te zijn om aperte onrechtsituaties en aparte bedreigingen van de levenskansen te bestrijden. Concreet betekent dit een pleidooi voor burgerlijke ongehoorzaamheid op drie verschillende probleemgebieden:
1. De derde wereld: burgerlijke ongehoorzaamheid als protest tegen het voortduren van de
onrechtvaardige verdeling van de levenskansen op internationale schaal.
2. De derde wereldoorlog: burgerlijke ongehoorzaamheid als protest tegen regeringsbeleid
dat er op gericht is om politieke conflicten primair op te lossen met overdadig, inhumaan
en allesvernietigend geweld (nucleaire bewapeningen, militaire destructies, genocide).
3. De ecologische crisis: burgerlijke ongehoorzaamheid als protest tegen het uitblijven van
beschermende maatregelen voor het behoud van de levenskansen (ecocide).
Ik kan daarom dit boek het best beëindigen met de voorspelling van Erich Fromm over het einde van de wereld:
“Human history began with an act of disobedience and it is not unlikely that it will be terminated by an act of obedience”.
Fragment uit (slot van) C.J.M. Schuyt, Recht, Orde en Burgerlijke Ongehoorzaamheid, Rotterdam 1972.
Binnenkort verschijnt een heruitgave van dit boek bij de Amsterdam University Press.
Cees Schuyt is socioloog
De Helling 2008/3