door Wijnand Duyvendak
Antoine Verbij verwijt mij het activisme uit de jaren tachtig niet in haar context te plaatsen. Juist met mijn aftreden hoopte ik voor een genuanceerd debat meer ruimte creëren.
Antoine Verbij beschrijft mooi en kernachtig de verschillende wijze waarop in Duitsland en Nederland in de discussie over (de verwerking van) activisme wordt gevoerd. Ik herken er veel van. Juist mijn ervaring dat er geen ruimte was voor debat, geen nieuwsgierigheid, maar slechts de behoefte keihard te oordelen maakten mijn eigen ervaringen in de maand augustus zo bitter.
Met het schrijven het boek Klimaatactivist in de politiek deed ik een – in Nederland helaas wat ongewone poging – lessen te trekken uit mijn eigen politieke biografie. Ik paste deze lessen toe op de klimaatstrijd zoals we die de komende jaren moeten voeren. Het was verantwoorden, maar vooral om vooruit te kijken.
Ik veronderstelde bij het schrijven van het boek– en dat is achteraf gezien naïef geweest en veel te optimistisch – dat Nederland wel een beetje op Duitsland zou lijken. Dat de jaren tachtig niet door de bril van 2008 beoordeeld zouden worden, én dat er oog zou zijn voor de ontwikkeling die ik na de jaren daarna heb doorgemaakt. Kortom, dat er de kans zou zijn op een genuanceerd debat over actiemiddelen en lessen die we kunnen trekken uit onze ervaringen in de jaren tachtig en negentig voor de klimaatstrijd nu.
Deze ruimte bleek zo ongeveer nul komma nul, zeker in de periode dat ik mijn kamerzetel nog niet had opgegeven. Ik kon mijn verhaal letterlijk niet kwijt. Oordelen werden snel geveld, etiketten grif geplakt, belangstelling voor nuances was er niet.
Spijtig genoeg lijkt Antoine Verbij zich in zijn bijdrage wat betreft mijn opstelling primair te baseren op wat de door hem verafschuwde Nederlandse media hebben geschreven – en plakt ook hij nog even makkelijk een etiket op: ‘slappe knieën’. Antoine Verbij verwijt mij het activisme uit de jaren tachtig niet in haar context te plaatsen. In mijn boek doe ik dat juist wel. Ik kreeg daar in de eerste weken van publiciteit in de media de ruimte niet voor. Dat is ook een van de verschillen tussen Nederland en Duitsland. Juist met mijn aftreden hoopte ik voor een genuanceerd debat meer ruimte creëren. De stap die ik moest zetten was een andere dan Joschka Fischer, juist ook omdat de politieke- en mediacontext van Nederland een andere is dan die van Duitsland.
Ik beschrijf in mijn boek hoe de acties in de jaren tachtig mij mede hebben gemaakt tot wie ik ben. Dààr neem ik ook in het boek geen afstand van. Maar ik wil wel lessen trekken uit mijn politieke biografie en ook voor het trekken van die lessen moet ruimte zijn. Want waar rechtse criticasters mijn daden uit de jaren tachtig slechts beoordeelden vanuit het hier-en-nu in 2008 en doen alsof ze gisteren hebben plaatsgevonden, zien sommige activisten uit de jaren zeventig en tachtig het trekken van lessen direct als het verloochenen van je geschiedenis. Beide zijn statische posities en miskennen dat je zelf verandert en dat de tijd verandert.
Want lessen trekken is wèl belangrijk: geweld en eigenrichting zijn op politieke en morele gronden af te keuren. Dat is nu fout maar was ook toen fout. Zoals het ook heel nuttig is te benoemen wat goed was in die jaren: het grote politieke engagement, de internationale solidariteit, het besef dat je met elkaar dat de samenleving kan veranderen. Deze elementen uit de jaren tachtig hebben we nu maar al te zeer nodig als we de klimaatstrijd met succes willen kunnen voeren. Want die strijd vraagt ook om een verandering van het politieke klimaat in Nederland.
Wijnand Duyvendak is voormalig Twede-Kamerlid voor GroenLinks
De Helling 2008/3