de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Flaneur

door Marijntje Denters

Een getergde man met een afhangende snor en een onverzorgd ringbaardje die met een kreeft aan een blauw lint rondwandelt. Was u in de eerste helft van de negentiende eeuw op het juiste moment in de tuinen van het Palais Royal in Parijs, dan had u hem wellicht gezien: de langzaam gek wordende dichter Gérard de Nerval die volgens de bekende anekdote hield van ‘het serieuze karakter’ van de kreeft, een rustig beest dat ‘tenminste niet blafte’. Nerval was volgens die andere Franse poète maudit, Charles Baudelaire, het ideale voorbeeld van de flaneur.

Voor de perfecte flaneur, schreef Baudelaire in Le peintre de la vie moderne (1863), voor de gepassioneerde observator, is het een groot genoegen om zijn verblijfplaats te kiezen in de oneindige, bewegende menigte. De gedachten van de mensen die hij gadeslaat vermengen zich met zijn overpeinzingen. De flaneur is buiten de deur toch altijd thuis; hij ziet de wereld maar hij koestert er ook zijn verborgenheid. Voilà de genoegens van deze vrije geesten volgens Baudelaire.

De flaneur wordt niet gestoord door de kortste weg maar laat ruimte en tijd open. Hij laat zich graag afleiden door zijpaden of ophouden door onverwachte ontmoetingen. Zijn doel? Geen ander dan het voeden van een gretige nieuwsgierigheid.

Waarom zou het domein van de flaneur zich beperken tot de stad? Of zelfs tot de fysieke wereld? Flaneren kan net zo goed over het Internet, door een bibliotheek, je hoofd, of dat van een ander. De onverwachte ontmoetingen zijn natuurlijk waar je het voor doet: met mensen, ideeën, herinneringen, beelden. Zelfs clichés worden charmant waar je ze niet verwacht.

De laatste tijd lijkt denken vooral in het teken te moeten staan van ‘nieuw’, ‘jong’ en ‘innovatie’. Maar wat is er mis met ‘duurzaamheid’ in denken, of is die term alleen gereserveerd voor het milieu en misschien - anders geformuleerd - voor de nationale canon? Waarom vinden we het zo moeilijk om een elite van deskundigen te accepteren? Zijn we bang dat experts ons met hun slimmigheden misleiden? De gevestigde politiek, de gevestigde media, we lijken ze steeds meer te wantrouwen. Is onervarenheid eerlijker?

‘Vernieuwing’ brengt op z’n minst ook een (symbolische) breuk met zich mee, het verlangen naar vernieuwing heeft iets destructiefs. Voor de flaneur daarentegen is het vrij laten van de tijd (wat de Romeinen otium noemen) een groot goed. De verwondering vindt hij niet in een vernieuwend beeld, maar in het kijken zelf. Al flanerend kan het zijn dat je op iemand stuit die je iets laat zien wat je nog niet eerder op die bepaalde manier heb bekeken, dat je iets tegenkomt wat je op het andere been zet. Iets wat fascineert en prikkelt. Of iemand. En een ervaren gids kan behoorlijk sexy zijn.

Een eerste oriëntatiepunt voor de flaneur is bijvoorbeeld Edmund White’s The Flâneur. White lokt je mee door de achterafstraatjes van Parijs en vertelt met grote eruditie over de paradoxen van de stad waar hij als Amerikaan in zekere zin een buitenstaander is, maar waarin hij zich al jaren met het grootste gemak beweegt. Dat maakt de blik van de flaneur scherp en spannend: hij staat er tegelijk buiten en er middenin.

White leidde natuurlijk naar Baudelaire, en op zoek naar een digitale tekst van Le peintre de la vie moderne, met een omweg via het woordenboek (de echte flaneur blijft ook daar natuurlijk een tijdje rondhangen), kwam ik terecht bij het tijdschrift ‘Hermenaut’. In de online versie van dit bolwerk van ‘uit academia gevluchte intellectuelen’ staat een geestig artikel van opper-Hermenaut Joshua Glenn, ‘An Idler’s Glossary’. Onder ‘Dawdle’, wat ‘treuzelen’ betekent, of ‘slenteren’ (weer – toepasselijk - tien minuten verloren in het woordenboek): “Paul Virilio suggereerde, toen hij opmerkte dat Socrates consequent te laat (atopos) op elke afspraak verscheen, dat filosofie zelf voortkomt uit ‘ijdele (vaak nutteloze) nieuwsgierigheid, die weer voortkomt uit het verdwijnen van fysieke inspanning zodra die niet meer nodig is’. En laten we ook niet vergeten wat Oscar Wilde ons op het hart drukte, dat ‘punctualiteit de dief van de tijd’ is. Treuzel dus vooral!”

Marijntje Denters (1976) studeerde klassieke talen en culturele studies. Zij werkt bij de VPRO voor de programma’s Zomergasten en Tegenlicht.

De Helling 2008/2


Inhoud 2008/2