de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Reactie op Jasper Blom

Global Casino

door Kees Vendrik

Een progressief antwoord op de kredietcrisis moet een aantal lessen uit het verleden ter harte nemen. Pas dan gaat het beest weer terug in zijn hok.

Het is een oude wijsheid in de economische wetenschap: financiële markten zijn inherent onstabiel en veel economische crises worden meestal ingeluid door een financiële meltdown. De geschiedenis van het moderne kapitalisme is welbeschouwd een aaneenschakeling van instortende beurzen, runs op uitstaand spaargeld bij banken, (internationale) schuldencrises, kapitaal- en valutavlucht, faillerende banken, creditcrunches en ander monetair ongemak. En dat blijft meestal niet zonder gevolgen. De reële economie loopt vaak (grote) schade op: de bedrijvigheid valt stil, mensen raken hun baan kwijt en de overheidsfinanciën slaan uit het lood.

Al zo’n tachtig jaar proberen monetaire autoriteiten het ‘financiële beest’ te temmen. Grofweg twee wegen werden daartoe bewandeld: alle grote financiële instellingen werden onder scherp toezicht gesteld van de centrale bank en daarnaast trok de overheid vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw brandschermen op tussen banken en verzekeraars. Daarmee werd getracht de impact van financiële debacles te beperken. Alles op alles werd gezet om een grootschalige uitbraak van verlies van vertrouwen te voorkomen.
Dat beeld is veranderd sinds begin jaren tachtig. Het toezicht is gebleven en op tal van onderdelen versterkt. Voor het overige kreeg de vrije markt alle ruimte. Nationale barrières werden snel opgeruimd en de schotten tussen de deelmarkten verdwenen, waardoor bijvoorbeeld Nationale Nederlanden, de NMB en de Postgiro konden fuseren. In adembenemend tempo is sindsdien een globale financiële markt ontstaan, waar gigantische bedragen in omgaan en exotische financiële technieken aan de orde van de dag zijn. Zo kon de Amerikaanse hypotheekcrisis niet alleen een recessie in de Verenigde Staten inluiden, maar ook overal ter wereld financiële instellingen in de problemen brengen.

Verloedering
Wat te doen? De eerste conclusie moet zijn dat politici en monetaire autoriteiten de oude wijsheid over de instabiliteit van financiële markten vanaf de jaren tachtig ten onrechte niet ter harte hebben genomen. Door vergaande liberalisering en internationalisering van de financiële sector toe te staan, zijn enorme risico’s genomen die zich ternauwernood met goed toezicht laten ondervangen. Het financiële beest is ‘los’. Terecht wijst Jasper Blom erop dat de internationale fora die zich bezighouden met de kredietcrisis zich vaak verliezen in voorstellen voor het perfectioneren van de markt door vergroting van transparantie en secuur om de hamvraag heenlopen: zijn de financiële markten zelf oorzaak van financiële instabiliteit? Zonder deze erkenning komen we niet ver. Zouden we dat wél doen, dan opent zich een nieuw zicht op te voeren beleid.
Er speelt meer. Amerikaanse bankiers blijken onder invloed van perverse beloningssystemen enorme risico’s te hebben genomen door vrijwel ongezien iedereen een hypotheek aan te smeren. Vervolgens werden de risico’s op deze hypotheken als aandelenpakket doorverkocht, hetgeen onder Amerikaanse regelgeving als een verlichting van de bankenbalans mocht worden beschouwd. Creditratingbureaus – die financiële posities beoordelen – hebben hierover lichtzinnig geoordeeld en zo diverse banken en financiële instellingen bereid gevonden deze pakketten in te kopen. Met andere woorden: door absurde beloningen hebben de hypotheekbanken onverantwoorde risico’s genomen én anderen aan hun broek gesmeerd met instemming van de creditratingagencies. Niemand in de markt wist kennelijk meer wat van waarde was of had zelfs een belang dat uitdrukkelijk te verzwijgen. Ook het Amerikaanse bankentoezicht is hier zwaar door de mand gevallen, want was in geen velden of wegen te bekennen.
Deze verloedering van de beginselen van behoorlijk bankieren is volgens veel analisten in de hand gewerkt door het monetaire beleid van voormalig president van de Amerikaanse centrale bank, Alan Greenspan. Hij benutte alle monetaire instrumenten om de Amerikaanse economie aan de gang te houden en leek tamelijk succesvol. Bij dreigende recessies verraste Greenspan met regelmaat vriend en vijand met felle (opeenvolgende) renteverlagingen ten einde banken tot lenen, bedrijven tot investeren en consumenten tot kopen aan te zetten. In actieve dienst werd hij daarom bewonderd, want de Verenigde Staten hebben sinds begin jaren negentig een indrukwekkende groei achter de rug. Nu wordt hij daarom verguisd, want geld was onder Greenspan spotgoedkoop. De aandelenhausse (en krach), de gigantische schuldenberg van Amerikaanse bedrijven, overheid en particulieren en ook de bancaire hypotheekgekte zijn daarvan rechtstreeks gevolg. Zou geleend zijn bij het IMF, dan was al lang een ingrijpend aanpassings- en saneringsprogramma aan de Amerikaanse bevolking zijn opgedrongen.

Beest
Een progressief antwoord op de kredietcrisis zal deze lessen ter harte moeten nemen. De noodzaak tot ingrijpen in de beloningsstructuur is evident: variabele beloningen moeten worden teruggedrongen. Ratingbureaus zullen onder toezicht gesteld moeten worden om de integriteit van de adviesmarkt te versterken. Scherpere boekhoudkundige regels (met name in de VS) zijn nodig om off balance activiteiten van banken in te perken. Monetaire autoriteiten ontkomen er niet aan de geldkraan minder kwistig te hanteren.
Ik deel de opvatting van Jasper Blom dat progressieve politici zich niet moeten blindstaren op de ‘sprinkhanen’ onder de financiële instellingen. Private equity en hedge funds spelen met regelmaat een dubieuze rol ten aanzien van bedrijven die in hun gezichtveld komen – dat is een apart debat waard – maar dat vormt geen antwoord op dreigende financiële instabiliteit. Dat geldt ook voor een al dan niet brede Tobintax. Ook daar heeft Blom een punt.
Zijn voorstel voor een lagere risicoweging voor investeringen in de reële economie vind ik interessant. Ik kan niet geheel overzien of dat een substantiële impact heeft op het verminderen van risico’s van instabiliteit, maar het werpt wel een drempel op om al te lichtvaardig risicovolle posities in te nemen in haute finance zelf.
Blom’s pleidooi voor democratisering van de financiële en monetaire politiek ondersteun ik vanzelfsprekend. Al was het maar om meer draagvlak te krijgen voor een serieus debat over het global casino en de risico’s die daaraan verbonden zijn. Onlosmakelijk is daaraan de vraag verbonden of de financiële integratie én innovatie niet te ver zijn doorgeschoten. Ik denk van wel. Het geeft het internationale financiële stelsel een ongekende kracht en impact die de spankracht van de nationale toezichthouders te bovengaat. Zwaardere regulering voor alle financiële instellingen is daarvoor nodig. Het beest moet terug in zijn hok.

Kees Vendrik is financieel woordvoerder Tweedekamerfractie GroenLinks

De Helling 2008/2


Inhoud 2008/2