door Erica Meijers
Eind mei kwam GroenLinks bijeen om zich te bezinnen op de toekomst van de partij. Eén van de gasten was Paul Schnabel, de directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau. Hij zag geen oplossing voor de steeds nijpender wordende voedseltekorten en milieuproblemen wereldwijd. Maar, raadde hij GroenLinks, jullie moeten wel blijven wijzen op het probleem. Daarmee deelde hij de partij de ondankbare taak van Kassandra toe, de Trojaanse prinses uit de Ilias van Homeros die van de goden een dubbelzinnige gave ontving: zij kon in de toekomst zien, maar haar voorspellingen werden nooit geloofd. Hoe feller Kassandra de mensen waarschuwde voor een naderende ramp, hoe minder men geloofde dat dit zou gebeuren. De politieke moraal van deze geschiedenis lijkt te zijn: Wie voor Kassandra speelt hoeft niet te rekenen op veel aanhang, want mensen dromen liever weg bij mooie praatjes in plaats van de harde werkelijkheid onder ogen te zien. Er is echter geen reden om denigrerend te doen over het verlangen naar een rozevingerige dageraad, om in de terminologie van Homeros te blijven. Een politieke partij moet de mensen dan wel niet naar de mond praten, ze kan evenmin volstaan met hameren op problemen en schetsen van doemscenario's, hoe reeël die ook lijken. Het advies van Schnabel lijkt me onbruikbaar: GroenLinks moet niet voor Kassandra spelen. Ze moet juist perspectief geven door te laten zien dat er alternatieven zijn voor milieukatastrofes, honger en andere rampspoed. Door te analyseren wat er precies aan de hand is, en met welke, - misschien voorlopig kleine – stappen er een uitweg kan worden gebaand. In deze Helling wordt hiertoe op verschillende terreinen ook – weer – een poging gedaan.
De Helling 2008/2