de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Portrettenserie: Bart en Ria Bruins-Slot

Twee geloven op één kussen 1

door Hapé Smeele en Erica Meijers

Daar slaapt de duivel tussen’, aldus een oude uitdrukking. Uit de verhalen van de stellen die in deze Helling worden geportretteerd, blijkt daar weinig van. Hoewel sommigen aanvankelijk moeilijkheden ondervonden van hun omgeving, bleken de interconfessionele en in één geval interreligieuze verschillen geen beletsel in de relatie. Om terug te keren naar de tijden dat een confessioneel gemengd huwelijk een onmogelijkheid was, moet je minimaal drie generaties terug; daarvan kunnen niet veel echtelieden meer getuigen. Voorwaarde voor een in gelovig opzicht goed huwelijk blijkt de capaciteit tot relativeren en de erkenning van de traditie van de ander. De ontkerkelijking droeg vaak ook een steentje bij aan de ontspanning. Een optimistische serie van fotograaf Hapé Smeele en Erica Meijers. De foto's zijn alleen te zien door de PDF van de Helling te downloaden. (zie voorpagina)

Bart en Ria Bruins Slot
Getrouwd op 19.3.1971, kerkelijk huwelijk op 25.6.1971.

Hij: van huis uit gereformeerd
Zij: van huis uit rooms-katholiek

Bart Bruins Slot en Ria Strik ontmoetten elkaar in 1968, in de tijd dat Bart Bruins Slot bij de krant de Gelderlander werkte. Zijn vader, de gereformeerde voorman J.A.H.J.S. Bruins Slot, hoofdredacteur van het dagblad Trouw en fractievoorzitter van de ARP in de Tweede Kamer, adviseerde hem om eens bij deze – van oorsprong rooms-katholieke – krant aan de slag te gaan. “Dat zegt veel over de open geest waarin ik ben opgevoed, want in mijn jeugd was het oversteken van de grenzen tussen de zuilen nog allesbehalve gewoon” , zegt Bruins Slot. Desondanks ging hij omzichtig te werk bij de introductie van Ria Strik in de familie. Na enkele bezoeken aan andere familieleden kreeg hij een brief van zijn vader waarin deze schreef dat hij zijn vriendin “van wie de goede roep haar vooruit gegaan is” graag wilde ontmoeten. Toen Ria Bruins Slot-Strik later eens naast hem aan het avondmaal zat in de gereformeerde kerk, was hij daar zichtbaar ontroerd onder. Tot aan de jaren zestig, toen de oecumenische beweging in Nederland terrein begon te winnen, was het uitgesloten dat protestanten en katholieken samen aan de ‘tafel des Heren’ zouden zitten. Omgekeerd leidde dit ook tot bijzondere situaties. Bruins Slot, die in zijn eigen kerk nog niet mocht meedoen aan het avondmaal omdat hij nog geen openbare belijdenis had gedaan, ging in de katholieke kerk met zijn aanstaande schoonfamilie wel ter communie, ook al om niet op te vallen door als enige in de bank te blijven zitten. Knielen deed hij om die reden ook, maar zo’n beetje half, want daar keek hij toch heel vreemd tegenaan. Zijn schoonmoeder liet hem vanzelfsprekend met haar kinderen ter communie gaan, maar toch had zij moeite met de situatie. “Is hij katholiek”, was haar eerste vraag toen Ria Strik vertelde dat ze een aardige jongen had ontmoet, “ Je weet toch dat de huwelijksdag de mooiste dag van je leven is.” Hiermee gaf zij aan te hechten aan de huwelijksvoltrekking binnen de rooms-katholieke kerk. Pas op haar sterfbed, in januari van dit jaar, zei ze: “Jullie geloven heel anders, maar wel in dezelfde God.” “Pas toen was het goed”, vertelt Ria Bruins Slot-Strik.
In de kerkdienst waarin Bruins Slot en Strik trouwden namen zowel een katholiek priester als een gereformeerde predikant deel. Eerder had Bruins Slot bij de pastoor aangegeven niet te trouwen in de plaatselijke kerk, omdat door deze priester werd gezegd dat de toen zeer nieuwe en moderne liederen van de zojuist na conflicten over het celibaat uitgetreden priester Huub Oosterhuis eerst ter goedkeuring aan de bisschop moesten worden voorgelegd. “Het was een prachtige dienst, maar eigenlijk weet ik niet of ik nu in de trouwboeken van de katholieke kerk sta”, vertelt Ria Bruins Slot, maar belangrijk is dit voor haar niet. De eerste jaren gingen ze zondags om en om naar een rooms-katholieke en een gereformeerde kerk, maar uiteindelijk voelden ze zich het meest thuis in de gereformeerde kerk in hun woonplaats. Ria Bruins Slot verzorgde hier – ze was onderwijzeres van beroep – ook catechisatie voor jongeren, totdat iemand er achter kwam dat ze katholiek was. Toen bleek het toch een probleem. Onder een volgende predikant pakte ze het weer op. “Ik ben nooit gereformeerd geworden, daar zag ik geen aanleiding toe. Veel uit de rooms-katholieke traditie is me ook nog dierbaar. Tot mijn zestiende ging ik iedere dag naar de mis en biechtte iedere maand”, aldus Ria Bruins Slot. “ Het is voor ons nooit een probleem geweest dat we verschillende achtergronden hadden, maar als er kinderen waren geweest hadden we misschien wel botsingen gekregen over schoolkeuze en eerste communie en dergelijke.”
Bart Bruins Slot, die na enkele jaren in de journalistiek als bestuursambtenaar werkte, vertelt: “We hebben zeer genoten van de woelige jaren zeventig in de kerken en in de samenleving. Maar nu is er sprake van een terugslag. In die jaren gingen de kerken bewust midden in de wereld staan, nu richten ze zich vooral naar binnen. In de samenleving weet men soms niet om te kunnen gaan met religie, omdat het beeld van de jaren vijftig nog altijd rondwaart. Alles wat naar religie riekt wordt als slecht beschouwd.” “Aan de andere kant wordt er erg veel aan religie opgehangen”, reageert Ria Bruins Slot, “Terwijl ik me ook wel eens afvraag hoe groot de invloed er nu werkelijk van is. Ben je een beter mens als je gelovig bent opgevoed? Soms denk ik wel dat je dan meer normen en waarden meekrijgt, maar er is ook veel waarvan ik afscheid genomen heb. De hoogverheven almachtige God zegt mij niets meer.” “ Nee, aldus Bart Bruins Slot, “Het gaat om de God van beneden, de God die tussen de mensen is.”

De foto van Hapé Smeele is alleen te zien door de pdf van deze Helling te dowloaden. Zie de voorpagina van dit nummer.

Hapé Smeele is fotograaf.
Erica Meijers is hoofdredacteur van de Helling.

De Helling 2008/1


Inhoud 2008/1