door Han Dijk
Nadenken over religie en politiek betekent in de Cubaanse samenleving allereerst nadenken over je verhouding als christen tot de socialistische samenleving. Sinds de jaren negentig betekent dat ook om deze keuzes te verantwoorden tegenover christelijk fundamentalisme dat Cuba vanuit de Verenigde Staten binnenkomt.
Christenen vormen een minderheid op Cuba. Slechts tien procent van de Cubanen zijn kerkelijk meelevend. Opvallend genoeg voor een Latijns-Amerikaans land is de rooms-katholieke kerk er klein. Protestanten hebben op Cuba meer betekenis. Veel christenen steunen de revolutie.
Revolutie en geloof was oorspronkelijk bepaald geen vanzelfsprekende combinatie op Cuba.
De kerken, vooral de kerkleidingen, hadden moeite met de revolutie. In protestantse kring weken aanvankelijk vele pastores en predikanten naar Miami uit. Ze dachten net als vele anderen dat de revolutie van korte duur zou zijn en dat ze zo weer terug zouden kunnen keren. Dit heeft voor veel plaatselijke gemeenten problemen opgeleverd, maar ook gezorgd voor een sterke lekeninbreng.
De katholieke kerk op Cuba was van oudsher de kerk van de koloniale grootgrondbezitters en van de medestanders van het (neo-)koloniale Batista-regime van voor 1959. Vooral in katholieke kring, zeker in de begintijd van de revolutie, werden sabotageacties voorbereid in samenwerking met de VS. “De katholieke kerk stond en staat voor een deel nog steeds met de rug naar Cuba en met het gezicht naar Miami”, vertellen mensen van de katholieke basisgroep ‘Oscar Romero’. (Romero was een bisschop uit El Salvador die in 1981 tijdens een kerkdienst voor het altaar werd neergeschoten vanwege zijn steun aan de bevrijdingsstrijd.) Veel revolutionair gezinde mensen verlieten deze kerk.
Theologie van de bevrijding
Langzamerhand is er een nieuwe situatie ontstaan door het groeiende inzicht dat de socialistische samenleving niet alleen maar een slechte zaak is. Juist ook niet vanuit centrale bijbelse en christelijke gegevens. Veel gewone mensen aan de basis waren revolutionair gezind. Zij vonden dat het daarbij ging om het hart van christen- en kerk-zijn. De bevrijdingstheologie speelde hierbij een belangrijke rol. Die benadrukte dat Jezus opkwam voor de armen en onderdrukten in de samenleving. Deze beweging breidde zich in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw onder de armen van Latijns-Amerika uit. Raul Suarez, directeur van het Centrum Martin Luther King (CMLK) in Havana, bekeerde zich in 1971 “tot het menselijke, want geloof kan alleen beleefd worden door je in te zetten voor de samenleving: dat is het uitgangspunt van de theologie van de bevrijding”. Onder invloed van bevrijdingstheologen veranderde bij velen de kijk op bijbel en christendom drastisch. De Peruaanse theoloog Gustavo Gutierrez: “God is niet overal en er zijn twee goden. De God van de slaven en die van de slaveneigenaren zijn met elkaar in gevecht en wij delen in die strijd”. In de deelname aan de bevrijdingsbeweging leerde men om marxisme als instrument van analyse te hanteren. Reinerio Arce Valentin is rector van het Theologisch Seminarie in Matanzas, waar de voorgangers uit de meeste protestantse kerken op Cuba worden opgeleid. Banden worden onderhouden met de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Valentin was betrokken bij de oprichting van de beweging Christenen voor het Socialisme in 1974 tijdens het socialistische experiment in het Chili van Allende. Het zijn deze ontwikkelingen geweest die christenen op Cuba gevormd hebben en nog steeds bezig houden. Ze hebben er ook hun eigen gezicht aan gegeven, omdat op Cuba een socialistisch bewind aan de gang was en marxisme dé manier was om de samenleving te begrijpen en op te bouwen. Het gaf christenen op Cuba een eigen taal.
Staat en kerk
Onder invloed van deze ontwikkelingen gaf de staat tenslotte zijn antichristelijke houding op.
Arce Valentin: “De oecumenische beweging vroeg in de jaren tachtig een dialoog aan met de regering en de partij. Dat luidde het einde in van de discriminatie van christenen in de samenleving”. In de loop der jaren werden actieve christenen lid van de Poder Popular (de Volksmacht, het parlement) en namen actief deel aan discussies. De Cubaanse Raad van Kerken sprak zich meer en meer ondersteunend uit over de hoofdrichting van de socialistische samenleving.
Deze Raad van Kerken bestaat uit 25 kerken en twaalf oecumenische bewegingen waaronder het al genoemde CMLK en het Theologisch Seminarie van Matanzas. Het oecumenisch gezinde CMLK is in 1985 gesticht en leunt aan tegen een Baptistenkerk in een volkswijk van Havana. Het werkt in de arme buurt mee aan bouwprojecten. In de traditie van de bevrijdingstheologie lezen mensen uit de buurt samen de bijbel vanuit de vragen die uit het samenleven vandaag opkomen. Ds. Raul Suarez is directeur van dit centrum. Tot de staf behoren naast baptisten een katholieke priester en twee niet-christelijke marxistische wetenschappers. De katholieke kerk neemt niet officieel deel aan de oecumene, maar sinds het pausbezoek in 1998 zijn de contacten verbeterd. “Misschien minder met mensen uit de hiërarchie, maar wel met parochies en parochianen aan de basis”, zo vertellen mensen van de katholieke basisgroep ‘Oscar Romero’.
In de jaren tachtig kwam er in de Cubaanse samenleving als geheel een verandering van denken op gang. Hoogleraar sociologie Ester Peréz, staflid van het CMLK: “We merkten toen dat er het nodige in Cuba diende te veranderen, wilden we het contact met de bevolking niet verliezen. Met behulp van de methode van de beroemde Braziliaanse pedagoog Paolo Freire hebben we projecten opgezet om met de mensen aan de basis in gesprek te raken over de richting van de revolutie. Moesten we ons overgeven aan het kapitalisme of een weg zoeken die niemand nog kende? Voor het laatste is gekozen”.
Dit ook vandaag nog voortdurende proces leidde in 1991 op een partijcongres tot de afschaffing van de marxistisch-leninistische idee dat de staat een atheďstische staat diende te zijn en dat het wetenschappelijk atheďsme het denken diende te leiden. In positieve zin leidde het tot de instelling van de mogelijkheid voor christenen om volwaardig lid van de partij te worden. De vertegenwoordiger van het religieus bureau van de Communistische Partij, Isidro: “We hebben ons aanvankelijk in de war laten brengen. We dachten dat christenen vanwege de houding van vooral de rooms-katholieke kerk alleen maar antirevolutionair konden zijn en dus dat er geen andere weg mogelijk was dan het atheďsme centraal te stellen. Het wetenschappelijke atheďsme bleek echter helemaal niet zo wetenschappelijk.”
Nieuwe stromingen
De theologie van de bevrijding riep twee intensieve reacties op. Enerzijds deed (en zij doet dat nog steeds) de rooms-katholieke kerk er vanuit Rome veel aan om vertegenwoordigers van die theologie officieel het zwijgen op te leggen. Dit trof bijvoorbeeld de Braziliaanse priester Leonardo Boff. In 1985 kreeg hij een spreek- en publicatieverbod van de congregatie voor de geloofsleer onder voorzitterschap van de toenmalige kardinaal en huidige paus Joseph Ratzinger. Toen zich dit dreigde te herhalen verliet Boff het priesterschap. Anderzijds zagen heersende kringen in de Verenigde Staten met lede ogen aan dat bevrijdingstheologen mensen mobiliseerden tegen de invloed van de vrije marktideologie. Uit de christelijk-fundamentalistische achterban van Pat Robertson, de voorganger van de rechts-politieke Moral Majority-beweging in de Verenigde Staten, werden in de jaren negentig grote aantallen evangelisten naar Latijns-Amerika en ook naar Cuba gestuurd.
Dit christelijk fundamentalisme dat vanuit de Verenigde Staten komt, moet onderscheiden worden van evangelicale en charismatische gestalten van het christendom, die zich beroepen op de fundamenten en perspectieven van belijden. Het gaat hier om uiterst militante vormen van christendom die de wereld in tweeën delen en alles wat niet christelijk is principieel als des duivels zien, iets dat goed aansluit bij de termen waarin president Bush zijn beleid af en toe giet.
In 2004 is in de Verenigde Staten door de regering Bush het initiatief ‘Towards a new Cuba’ opgezet om de Cubaanse revolutie te ondermijnen en het land weer onder de invloed van de Verenigde Staten te brengen. Expliciet wordt hier onder andere gesteld dat contact met religieuze groepen gezocht dient te worden of dat er plekken gecreëerd dienen te worden als basis voor antirevolutionaire beďnvloeding. Raul Suarez van het CMLK brengt hier de nieuwe fundamentalistische en Pinksterachtige groepen mee in verband, die aan het ontstaan zijn en samenkomen in ‘cultushuizen’. In de kerken hebben ze last van die groepen. “Ze leggen accenten die we hier in Cuba al lang hadden overwonnen: dat vrouwen geen ambt zouden mogen bekleden en dat voorgangers ver boven de gemeente zouden moeten uitsteken.”
Hij heeft intussen bij de regering alarm geslagen, hoewel hij aanvankelijk samen met anderen in de Raad van Kerken had opgeroepen om deze groepen rustig hun gang te laten gaan. Dat laatste is nog steeds de lijn van de regering. Volgens Suarez zouden nu echter juridische vormen gezocht moeten worden om deze groepen aan te vechten. Hij heeft onderzoek gedaan naar dit fenomeen en zeker sinds het initiatief van Bush van 2004 de indruk gekregen dat ze “sectarisch en gevaarlijk zijn”. Vanwege het puur individualistische in hun benadering en hun afwending van de samenleving zijn ze gemakkelijk manipuleerbaar.
Perspectieven
Waarom bereiken deze groepen vandaag de dag de geesten van arme mensen meer dan de theologie van de bevrijding? De klappen die aan theologen van de bevrijding zijn uitgedeeld hebben een gat geslagen waar deze groepen op kunnen inspelen. Maar daarnaast speelt mee dat de bevrijdingstheologie te intellectueel was geworden. Suarez: “Je moet niet enkel met ingewikkelde taal bij de mensen aan komen en allereerst gewoon tegen de armen zeggen dat God niet wil dat de mensen arm zijn, maar dat ze leven. Niet dat de theorie niet nodig is, maar je moet met de mensen in gesprek blijven.” De laatste jaren lijkt er weer hernieuwde aandacht voor de in de bevrijdingstheologie oorspronkelijk zo belangrijke theologiebeoefening in de praktijk. De andersglobaliseringsbeweging en de naar links tenderende ontwikkelingen in landen als Venezuela en Bolivia geven niet alleen Cuba lucht, maar de linkse beweging in heel dit continent.
Dit artikel is gebaseerd op een ontmoeting van Vlaamse en Nederlandse theologen met Cubaanse theologen en marxistische wetenschappers.
Han Dijk is protestants theoloog en free-lance journalist
De Helling 2008/1