de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Founding Fathers 2

Cor Ofman: “Ik ben van de linkse kerk”

door Erica Meijers

Als bijdrage aan de discussie over de uitgangspunten van de partij die tot de herfst van 2008 binnen GroenLinks wordt gevoerd, blikt De Helling met een aantal Founding Fathers van de partij terug op de ontwikkelingsgang van GroenLinks. Als tweede komt aan het woord: Cor Ofman.

Cor Ofman (1952) was de laatste voorzitter van de Evangelische Volks Partij (EVP) en de eerste EVP'er op de eerste lijst van GroenLinks bij de verkiezingen van 1989. Hij maakte deel uit van het voorlopig bestuur van GroenLinks dat de partij begeleidde tot aan het eerste Congres. Ofman volgde Ab Harrewijn op als voorzitter van De Linker Wang, het met GroenLinks verbonden platform voor geloof en politiek. Vorig jaar trad hij terug. In zijn dagelijks werk als protestants pastor bij de Open Deur, een kerkelijk centrum voor advies en gesprek, en als consulent van de Diaconie van de Protestantse Gemeente Amsterdam heeft hij veel te maken met vluchtelingen, illegalen en mensen die onder het bestaansminimum leven.


Met welke verwachtingen stapte je vanuit de EVP in GroenLinks?

“Ik stond er heel ambivalent in. We hebben heel lang geaarzeld en zijn op het nippertje in de onderhandelingen gesprongen. Daardoor was onze invloed beperkt. We waren het hele kleine zusje.
Het ambivalente had te maken met de rol die de EVP wilde spelen in de politiek, namelijk een progressief alternatief zijn voor het CDA, terwijl GroenLinks zich ter linkerzijde van de PvdA opstelde. Voor sommigen in de EVP lag het woord ‘links’ al moeilijk, omdat dat afstotend kon werken voor de groep kiezers waar wij op mikten. De EVP was radicaal-evangelisch. Wij vonden dat het evangelie niet aan rechts voorbehouden was. Wij wilden een progressief geluid laten horen dat gebaseerd was op bijbelse uitgangspunten zoals gerechtigheid en vrede. In christelijke kring lag de combinatie christelijk en links vaak moeilijk. Links was rood en de ‘rooien’ waren de vijanden. Toen de EVP in 1981 werd opgericht was de situatie sterk gepolariseerd. Over GroenLinks wordt wel eens smalend gezegd: de linkse kerk. Maar de EVP was voor sommige mensen echt het alternatief voor de kerk. Mensen vonden houvast in de partij. Hier konden ze hun interpretatie van de bijbel vertalen in politiek handelen.”

Sinds de tijd van de Doorbraak (1946) zijn er ook christenen die bewust voor linkse partijen kiezen en confessionele, christelijke politiek afwijzen. Hoe verhielt de EVP zich daartoe?
“De EVP is gegroeid in de tijd dat het CDA tot stand kwam. Het was een fusiepartij van de Evangelische Progressieve Volkspartij (EPV) en de CDA-werkgroep ‘Niet bij brood alleen’. De EPV was linkser. De werkgroep wilde zich niet te ver verwijderen van hun in het CDA achtergebleven broeders en zusters. Zij hadden ook moeite met onze lijsttrekker Cathy Ubels, die in haar tijd in de Kamer (1982-1986) de samenwerking zocht met Ria Beckers, Ina Brouwer en Andrée van Es. De vraag die steeds speelde in de EVP was: moet je aansluiting zoeken bij klein links of aanschuren tegen het CDA? Gaandeweg is de vleugel die voor het CDA koos weggegaan. De andere kant koos voor GroenLinks. Maar dat gebeurde toen er feitelijk geen andere opties over waren. We hebben nog geprobeerd een aansprekende lijsttrekker te vinden, want Cathy Ubels had na haar vertrek uit de Kamer geen fiducie meer in christelijke politiek. Ze is ook niet meegegaan richting GroenLinks. Toen dat niet lukte, want vakbondsman Anton Westerlaken en dominee Hans Visser bedankten voor de eer, had zelfstandig meedoen aan de verkiezingen geen zin meer. Om geen stemmen verloren te laten gaan is in 1989 de keuze gemaakt om aansluiting te zoeken bij GroenLinks. Maar het was wel een sfeer van slikken of stikken. Ik zag het als mijn taak als voorzitter om te voorkomen dat mensen verbitterd zouden afhaken of dat er een gigantische tweespalt zou komen. Dat is gelukt: er is met overgrote meerderheid voor de fusie gekozen.”

Wat trok jou aan in de EVP?Waarom wilde je zo’n direct verband leggen tussen geloof en politiek?
“Ik denk dat ik heel fanatiek was, of principieel, hoe je het bekijkt. Ik was lid van Arjos, de jongerenorganisatie van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Ik ben uit de ARP gestapt omdat Biesheuvel tegen ons had gezegd dat hij wilde dat de AR met de PvdA ging samenwerken, maar vervolgens ging hij met de VVD en de DS70 in zee. Ik vond dat kiezersbedrog en voelde me in elk geval zelf bedrogen. Dat is voor mij het breekpunt geweest. Maar mijn gedachtegoed was wel gevormd door de grotendeels gereformeerde AR-traditie. Een zekere rechtlijnigheid en prinzipienreiterei hoorde daarbij. Ik geloof dat je vanuit – natuurlijk altijd je eigen interpretatie van – bijbelse uitgangspunten kunt komen tot een politiek die daarmee in lijn is. Dat was mijn ideaal.”

En toen kwam je dus toch in een partij terecht waar het evangelie niet expliciet als inspiratiebron gold. Was dat voor jou problematisch?
“Er was binnen GroenLinks altijd ruimte voor mensen met een levensbeschouwelijke achtergrond en ik zag en zie ook geen alternatief. Belangrijk was wel dat er een ontmoetingspunt is waar we elkaar nog kunnen toetsen vanuit progressief-christelijk denken en vanuit de bronnen: de Linker Wang. Dat moest geen EVP-smaldeel in de partij zijn, maar een breed christelijk overleg. De eerste voorzitter Ab Harrewijn kwam uit de CPN. En inmiddels maken ook moslims en hindoes deel uit van de Linker Wang, die nu een dikke 700 leden heeft.”

Welke invloed heeft het gedachtegoed van de EVP buiten de Linker Wang in GoenLinks?
“Ik denk dat die beperkt is. Bij de EVP was er een sterke pacifistisch-vredelievende invalshoek, al werd die niet gedeeld door de mensen van ‘Niet bij brood alleen’. Toen de zaak rondom Bosnië en Servië speelde en Ab Harrewijn woordvoerder was van defensie hebben we ook in de Linker Wang forse discussies gehad en waren we het helemaal niet eens met de koers van GroenLinks. De EVP was een organisatie van de derde weg, tussen communisme en kapitalisme in. Ook nu heb ik om die reden moeite met de sociaal-economische keuzes van GroenLinks op dit moment en de keuze voor een links-liberale koers.”

Nu staat religie sinds enige tijd weer op de agenda in politiek en samenleving. Hoe gaat GroenLinks daar wat jou betreft mee om?
“Ik merk weinig van GroenLinks op dit terrein. De vraag is: wat willen we nu eigenlijk? In de eerste plaats moeten we scherper onderscheid maken tussen religie en cultuur, dat loopt nu vaak erg door elkaar heen. Bovendien zijn we heel erg gericht op de moslims, terwijl er onder de migranten ook erg veel christenen zijn uit andere culturen, zo’n 800.000. Ik zie dat iemand als André Rouvoet optreedt voor 1000 mensen en echt een poging doet om de migranten aan te spreken. GroenLinks is hier afwezig, terwijl er ook voor ons een potentieel ligt aan die kant. Deze mensen zijn nog niet zo bekend met de politiek in ons land.”

Is daarvoor nodig dat GroenLinks een meer religieus profiel toont of moet ze moskeeën en kerken durven binnen te gaan om de mensen daar op te zoeken?
“GroenLinks is er voor het politieke verhaal. Daar gaat het om. En dat is gebaseerd op een aantal principes en een zekere levensbeschouwing. Sociale rechtvaardigheid, opkomen voor de onderkant van de samenleving, opletten dat je niet maar alles consumeert zodat de volgende generatie ook nog kan leven. Dat zijn denk ik principes die ook voor christenen en moslims aantrekkelijk kunnen zijn. En dan kan het heel nuttig zijn wanneer vertegenwoordigers van GroenLinks een achtergrond hebben die ook voor christelijke migranten herkenbaar is.”

Thema’s zoals homoseksualiteit, vrouwenemancipatie etc. liggen vaak moeilijk bij deze groepen. Moet de discussie daarover weer opnieuw worden gevoerd?

“Ja, ik denk het wel. De vraag is: moet je mensen met het mes op de keel dwingen: als je dit niet accepteert van de Nederlandse samenleving, dan hoor je er niet bij, dan moeten we jullie niet, of moet je zoeken naar aanknopingspunten die er wel zijn? Zoals rechten op het gebied van werk en opkomen voor mensen aan de onderkant. Je kunt natuurlijk zeggen: wil jij opkomen voor mensen die homo’s niet zien zitten en vrouwen naar het aanrecht verwijzen? Maar ik denk dat je mensen tijd en ruimte moet gunnen om zich te ontwikkelen op deze punten. Je moet eerst hun vertrouwen winnen door voor hun positie in de samenleving op te komen. Ik eis ook niet dat mensen mij eerst als homo erkennen voor ik ze als pastor help. In de eerste plaats gaat het om de sociale nood: zuerst das Fressen und dann die Moral.”

Maar GroenLinks staat er juist om bekend dat ze opkomt voor rechten van homoseksuelen.

“Ja, gelukkig maar, daar profiteer ik ook van. Daar moet ze ook niet mee stoppen, maar waar het mij om gaat is dat de partij wat meer aandacht zou moeten geven aan mensen die ze niet automatisch tot haar electoraat rekent. Wil je mensen alleen maar bereiken omdat ze potentiële stemmers zijn, of wil je een visie uitdragen die gebaseerd is op rechtvaardigheid, een vreedzame manier van conflicten oplossen, zorgvuldig met milieu en samenleving omgaan. Wil je die waarden onder de aandacht brengen van mensen die daar nog heel erg aan moeten wennen en dat misschien heel utopisch vinden?”

Een educatieve taak voor GroenLinks?
“Verheffing is geen vies woord, waarom zou je dat niet stimuleren? Het aardige van GroenLinks is dat wij als partij meerdere inspiratiebronnen kennen en dus zelf het voorbeeld zijn van het feit dat je met elkaar kunt samenwerken vanuit inspiratiebronnen die elkaar vroeger verketterden, zoals bijvoorbeeld communisten en christenen. GroenLinks zou haar eigen geschiedenis meer kunnen uitdragen en een rol kunnen vervullen in het weerbaarder maken van deze nieuwkomers aan de onderkant van de samenleving. Daarvoor moet je je wel laten zien op hun televisiekanalen en hun ontmoetingsplekken. Je moet mensen opzoeken, al is hun wereld voor ons misschien heel vreemd. Confrontatie is natuurlijk wel eens nodig, maar ik vind het in deze tijd heel belangrijk dat tegenstellingen worden overbrugd. Daarvoor is het wel van belang dat de contacten niet vrijblijvend zijn. Je moet de moed hebben je zo diepgaand met andere culturen bezig te houden dat je leert hoe je het met elkaar kunt uithouden.”

Erica Meijers is hoofdredacteur van De Helling

De Helling 2008/1


Inhoud 2008/1