door Mohamed Rabbae
De politieke islam is het kind van de seculiere politiek, geboren op de puinhopen van de seculiere regimes in de Arabisch-islamitische wereld. Zijn aantrekkingskracht wordt sterk gevoed door de weerstand tegen het kolonialisme en de hegemonie van het Westen.
Na de val van de Berlijnse muur in 1989 verklaarde Willy Claes, de toenmalige secretaris- generaal van de NAVO, de islam tot de nieuwe vijand van het Westen na het failliet van het communisme. Sindsdien zijn de Westerse ogen continu gericht op deze godsdienst. Maar de islam zit pas vanaf elf september 2001 scherp op het netvlies van de wereld. Na de aanslag op de Twin Towers in New York wordt de islam in het Westen voornamelijk geassocieerd met terrorisme en geweld. Deze associatie berust voor een deel op onweerlegbare feiten. Er zijn immers moslims die in naam van de islam blindelings geweld gebruiken. Voor een ander deel gaan achter deze associatie politieke strategieën schuil die de terroristische kaart graag spelen om het legitieme gewapende verzet van de moslims te diskwalificeren en te breken – zoals in het geval van het verzet van Hamas tegen Israël en van de Irakezen tegen de bezetting van hun land door de Verenigde Staten. De politieke islam wordt in het Westen in de regel voorzien van een conservatief religieus etiket en politiek beschouwd als een reactionaire beweging. Is deze etikettering juist en conform de realiteit van de Arabisch-islamitische wereld?
Fundamentalisme
De politieke islam is in belangrijke mate geïnspireerd door het fundamentalisme. Deze religieuze stroming wil terug naar de zuivere letter van de Koran en de navolging van de ‘salaf’, de ouden uit de tijden van de profeet en de eerste kaliefen. Belangrijke exponenten van deze restauratie van de zuivere islam zijn de Irakees Ibn Hanbal (9e eeuw), de Syriër Ibn Taymiya (12e eeuw) en de Saoedische Ibn Abd al-Wahab (18e eeuw). Hun roep om terug te keren naar de zuivere islam viel vaak samen met ongenoegen over de crises in de islamitische ‘oema’ (natie) in het Midden-Oosten: de bloedige onderlinge conflicten bij de steeds terugkerende twisten over de legitimiteit van de opvolgers van de profeet, de inval in Irak door de Mongolen, de kruistochten, dan wel de kolonisatie door Turkije. Deze conservatieve ideologie werd echter in de negentiende eeuw door twee belangrijke denkers doorbroken: de Afghaan Jamal-Eddine al-Afghani en de Egyptenaar Mohamed Abdou. Deze invloedrijke fundamentalisten hadden een belangrijk en vernieuwend project: ondanks hun verzet tegen de Europese hegemonie wilden ze de Westerse democratie verzoenen met trouw aan de islamitische traditie. Ook kreeg de rede een belangrijke plaats in hun islamitische beschouwingen. Hun project werd echter aanzienlijk tegengewerkt door het toen nog steeds levende ressentiment bij de elite tegen het Westen als gevolg van het breken van de modernisering van Egypte door Europa en als gevolg van de latere kolonisering van datzelfde Egypte door de Engelsen. Sindsdien kent het fundamentalisme slechts een éénrichtingsverkeer: weg met de Westerse morele waarden en terug naar de zuivere islamitische bron!
Nationalisme
Als gevolg van het Europese kolonialisme in praktisch alle Arabisch-islamitische landen vanaf de negentiende eeuw werd het fundamentalisme in toenemende mate overvleugeld door nationalistische bewegingen. Door het verzet tegen de Europese kolonisator heeft het (Arabisch) nationalisme als het ware de agenda van het fundamentalisme overgenomen. Toen bijvoorbeeld Frankrijk in 1944 in Marokko de bewoners van Berberse afkomst probeerde te scheiden van de andere Marokkanen van Arabische afkomst (Decret Berbère) omdat ze verschillende afkomst en juridische tradities hadden en verschillende talen spraken, heeft de nationale beweging – waarin beide bevolkingsgroepen vertegenwoordigd waren – zich met succes krachtig verzet tegen deze verdeel-en-heers-politiek. De reactie van de nationale beweging luidde duidelijk en trots: “We zijn allebei moslims en de Arabische taal is de taal van de Koran!”. De Franse, Engelse en Nederlandse kolonisatoren zijn uiteindelijk in de tweede helft van de twintigste eeuw door het nationalistische verzet verjaagd uit alle Arabische en islamitische landen: Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Indonesië. De leiders van deze nationalistische bewegingen werden de nieuwe leiders van deze landen. Na de eerste overwinningsroes werden de bevolkingen van deze landen soms zeer snel geconfronteerd met groot sociaal en economisch onrecht. De nieuwe elite werkte meer aan zelfverrijking dan aan de welvaart van de brede lagen van de bevolking. De corruptie greep snel om zich heen. De armen werden vaak aan hun lot overgelaten. Deze situatie vroeg duidelijk om verzet van de kant van de bevolking. Dit was dan ook één van de belangrijkste motieven voor de oprichting van de beweging van de 'Moslim Broeders' in Egypte in 1927 onder leiding van Hassan el Banna, grootvader van de huidige vermaarde islamgeleerde Tariq Ramadan. Geleidelijk kreeg deze beweging navolging in andere landen: Jordanië, Soedan, Tunesië, Marokko, Indonesië, etc. In Algerije waar de zelfverrijking van de heersende elite een abjecte dimensie kreeg werd de islamitische beweging (Front Islamique du Salut) door de meerderheid van bevolking verwelkomd als een integer en sociaal alternatief voor het alom corrupte regime. In Lybië wist kolonel Kaddafi de opkomst van een islamitische beweging handig te voorkomen door enerzijds de integratie van de islam in zijn leiderschap en het positioneren van de islam als de derde weg (Groen Boek) naast het kapitalisme en het communisme en anderzijds door een redelijk profijt door de bevolking van de olierijkdom. In Marokko heeft wijlen koning Hassan het lange tijd zonder islamitische beweging weten uit te houden dankzij de combinatie van wereldlijk en godsdienstig leiderschap. Ook het feit dat hij een verre afstammeling van de profeet zou zijn heeft daarbij geholpen. Maar de zelfverrijking, de corruptie en de armoede gepaard gaande met een repressieve politiek, brachten uiteindelijk ook hier een islamitische tegenbeweging tot stand. Het zelfde patroon voltrok zich in Tunesië. Al die landen waar de islamitische bewegingen sterk opkwamen hadden één gemeenschappelijk kenmerk: de seculiere politieke partijen waren of zelf deel van de macht geworden en dus gecorrumpeerd en onbetrouwbaar in de ogen van de bevolking of, in geval van een radicale oppositie, definitief gebroken door de heersende machthebbers door liquidaties, verdwijningen en langdurige gevangenisschap. Hierdoor ontstond tegenover deze heersers een politiek vacuüm. In die leemte zijn de islamitische bewegingen met succes gesprongen. De sterkte van deze bewegingen ligt in het geloof als mobiliserende kracht en breekijzer tegen de absolute macht van de heersers in combinatie met een breed sociaal en maatschappelijk werk onder het arme deel van de bevolking: onderwijs, medische hulp, financieel steun, etc. Ook ligt hun politieke ideologie dichter bij de bevolking dan het communisme of het socialisme. Het gevolg hiervan is een toenemende sympathie en steun onder de bevolking en een revival van de islam als bron van gerechtigheid en integriteit. De moskees zijn tegenwoordig op vrijdag overvol. In het Midden-Oosten doet zich een zelfde ontwikkeling voor: de islamitische bewegingen zijn de enige sociale en politieke krachten die geloofwaardig zijn in de ogen van brede lagen van de bevolking. In Palestina heeft de islamitische Hamas, dankzij haar sociale werk en haar verzet tegen Israël, en tegen de corruptie binnen de seculiere organisatie Fatah, deze laatste volledig overrompeld bij de laatste landelijke verkiezingen.
De islamitische beweging Hezbollah in Libanon is om haar sociale werk en haar succesvol militaire verzet tegen Israël zeer populair, niet alleen in Libanon maar ook in de hele islamitisch- Arabische wereld. Een tweede succesfactor voor de islamitische bewegingen – naast hun verzet tegen sociaal onrecht en corruptie in het binnenland – ligt in hun verzet tegen de Verenigde Staten. De Amerikanen worden in de Arabisch-islamitische wereld gezien als de sponsors en zetbazen van de corrupte en repressieve regimes. Door hun bezetting van Irak, hun onvoorwaardelijke steun aan Israël en het feitelijk goedkeuren van de bezetting van Palestina kunnen de Amerikanen nergens in deze landen rekenen op enige sympathie van de kant van de bevolking. Integendeel. De islamitische bewegingen worden gezien als de enige krachten die niet buigen voor de Amerikanen. Zolang het Westen een hypocriete politiek voert in het Midden-Oosten en zeker als ook Turkije afgewezen wordt door de Europese Unie dan zal de kloof tussen beide werelddelen groot blijven en zullen de islamitische bewegingen aan gewicht winnen.
Bloedig
Soms, daartoe gedwongen door de heersende seculiere macht maar soms uit eigen strategie kiezen de islamitische bewegingen ervoor om zich om te vormen tot politieke partijen om binnen het heersende politiek systeem te opereren. In het ene geval (Algerije) is dit ingegeven door de strategie om het systeem van binnenuit te veranderen, in het andere geval (Turkije, Marokko) om te laten zien dat het niet de bedoeling is om een islamitische staat te vestigen maar wel om de morele en ideologische ontsporing van de seculiere machthebbers te corrigeren. In sommige landen zoals Tunesië wordt de islamitische partijen de toegang tot de politieke arena formeel verboden of feitelijk onmogelijk gemaakt. In Algerije heeft het leger begin jaren negentig met steun van Frankrijk op het laatste moment de landelijke verkiezingen geannuleerd om te voorkomen dat de Front Islamique du Salut (FIS) een overweldigende overwinning zou boeken na een verpletterende succes bij de gemeenteraadsverkiezingen. Sindsdien verkeert Algerije in één van de bloedigste fasen van haar geschiedenis. Zowel de regering als de FIS schuwde hierbij het gebruik van blind geweld allerminst. De islam als godsdienst kan blijkbaar zowel het beste als het slechtste in de mens naar boven brengen! In Marokko heeft de huidige koning een andere weg gevolgd: net vóór de landelijke verkiezingen van juli 2007 werden nieuwe kiesdistricten ingevoerd. In de districten waar de islamitische Parti pour le Développement et la Justice (PDJ) zeer populair was viel het minste aantal zetels te winnen. In Egypte hebben de Moslim Broeders ondanks de tegenwerking van de regering een behoorlijke vertegenwoordiging in het parlement, maar niet genoeg om de macht van Mubarak te breken. Datzelfde geldt ook in Jordanië. Ook in Libanon heeft Hezbollah gekozen voor de politieke participatie en is thans vertegenwoordigd in het parlement. In Turkije is de AKP van premier Erdogan zeer populair, heeft een sterke machtspositie in het parlement en leidt Turkije langzamerhand via allerlei hervormingen naar de integratie binnen de Europese Unie. Erdoğan heeft duidelijk de les van Mohamed Abou in de prakrijk gebracht. Hij heeft de westerse democratie verzoend met trouw aan de islamitische traditie. Hamas moest zich van het Westen eerst omdopen tot een politieke partij en meedoen aan de verkiezingen in Palestina maar kreeg op instigatie van Israël snel het etiket 'terroristische organisatie' van Europa en Amerika zodra ze een grote overwinning boekte. Het ressentiment tegen het Westen en zijn lokale “marionetten” zal hierdoor alleen maar sterker worden in de Arabisch-islamitische wereld. En de aantrekkingskracht van de islamitische bewegingen des te groter!
In de ogen van de bevolking zijn ze de enigen die het hoofd kunnen bieden aan de macht van de corrupte en repressieve regimes. Het breken van de macht van de Shah van Iran in 1979 is een sprekend voorbeeld daarvan. Ze belichamen tevens het enige echte verzet tegen de hegemonie van Amerika en de bezetting van Palestina door Israël.
Niet bij brood alleen
De opkomst van de politieke islam is duidelijk het gevolg van het failliet van de seculiere heersers. De coalitie tussen deze heersers en Amerika maakt de positie van deze politieke stroming bij de bevolking alleen maar sterker. Bij eerlijke verkiezingen zoals in het geval van Turkije en Palestina zou de politieke islam in nog meer landen aan de macht komen.
In Nederland biedt de verzorgingstaat en het sociale stelsel de politiek islam geen aanleiding om voet aan de grond te krijgen. Daarnaast geldt dat de overgrote meerderheid van de moslims zich thuis voelt in de Nederlandse democratie en rechtsorde. Tot nu toe hebben de moslims ervoor gekozen om binnen de bestaande partijen te integreren. Zolang ze als migranten werden gezien, met een zwakke sociaal-economische positie, werden hun belangen – met name door de linkse partijen – redelijk verdedigd. Maar zodra ze bleken ook een godsdienst te hebben raakten deze partijen in de war. Immers links heeft allang de godsdienst achter zich gelaten. Het gevolg hiervan is dat (extreem)rechts al sinds 2002 het debat domineert. Links viel stil. Wil links nog een band houden met de moslims dan zal ze haar positie ten opzichte van de godsdienst (islam) moeten herdefiniëren: de seculiere democratie verzoenen met de religieuze (islamitische) identiteit. Ook de linkse mens leeft niet bij brood alleen! Doet links dat niet en hebben de moslims voldoende kaders, dan zal de politieke islam op een gegeven moment in de Nederlandse arena binnentreden. Ook hier zou de politieke islam ten tonele verschijnen omdat de seculiere partijen het laten afweten!
Mohamed Rabbae is oud lijsttrekker en oud Tweede Kamerlid GroenLinks
De Helling 2008/1