de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

“Juf, bent u voor Geert Wilders of ons?”

door Greta F. Huis

Het beeldverbod uit zowel jodendom, christendom en islam biedt een bruikbare reactie op de spanningen op het snijvlak van politiek en religie.

De bel gaat, een tweedeklas mavo leerlingen is onderweg. Één van hen, Yassin, vraagt me bij het binnenkomen: “Juf, bent u voor Geert Wilders of ons?” Oh mijn hemel, wat antwoord ik daar zo een-twee-drie op? Terwijl ik nadenk over de vraag zorg ik dat de klas gaat zitten, jassen en caps uitdoet en de spullen gepakt worden. De orde van de dag komt op de voorgrond wanneer Adil vraagt of ze volgende week een schriftelijke overhoring krijgen over Rosa Parks en Martin Luther King. Ik antwoord bevestigend en de vraag van Yassin vervliegt, of laat ik het expres vervliegen? Misschien omdat ik er geen eenvoudig antwoord op heb.

Het gestolde beeld

De Zwitserse schrijver Max Frisch schreef eind jaren vijftig het toneelstuk Andorra, over een niet bestaand land. Het gaat over een jonge docent die van Andorra naar het buurland, het land van de ‘Zwarten’ trekt. Dat land is antisemitisch. Hij verwekt er een buitenechtelijk kind. Met zijn zoon gaat hij terug naar zijn vaderland Andorra waar steeds meer antisemitische tendensen zijn. Daar vertelt hij niet dat het zijn biologische zoon is, maar dat hij het kindje heeft geadopteerd, gered uit een pogrom. Vervolgens wordt die geadopteerde zoon door iedereen als jood gezien en bejegend. De ene doet dat met een grote dosis antisemitisme en de andere met een even grote portie filosemitisme. Zo wil de meubelmaker hem niet aannemen omdat joden geen ambachtslieden maar handelaren zijn. De priester maakt aan de geadopteerde zoon zijn voorliefde voor joden kenbaar. Gaandeweg begint de geadopteerde zoon zich te herkennen in het beeld dat anderen hem opleggen, het gestolde beeld van ‘de jood’. Die verbeelding leidt uiteindelijk tot de verwoesting van het hele gezin. De priester zegt achteraf: “Je zult je geen beeld maken van God, je Heer, en niet van de mensen, die zijn schepsels zijn. Ook ik ben schuldig geworden toen. Ik wilde hem met liefde tegemoet treden, toen ik met hem gesproken heb. Ook ik heb mij van hem een beeld gemaakt, ook ik heb hem geboeid, ook ik heb hem aan de paal genageld.” Frisch laat met zijn toneelstuk zien hoe destructief beelden zijn, hoe ze het leven verslinden en de dood tot gevolg hebben. En daarmee het belang van het beeldverbod, het tweede gebod of liever: de tweede leefregel door Mozes ontvangen.

Mede dankzij de enorme invloed van media als televisie en internet is de beeldcultuur enorm toegenomen. Het is een feit dat het makkelijker innemen en spreken is in beelden dan inhoudelijk met de nodige nuancering. ‘Fast food’ in de media heeft het grotendeels gewonnen van de ‘slow food’, de kranten en tijdschriften die een slijpsteen voor de geest willen zijn. Wilders weet als geen ander in te spelen op de behoefte aan kant en klare maaltijden zonder voedingswaarden. In de vorm van korte, eenvoudige en overzichtelijke beelden, met pasklare analyses zonder nuanceringen geeft hij antwoorden en biedt oplossingen. Zo spreekt hij zich in zijn verkiezingspamflet van 25 augustus 2006 uit voor: “Denaturalisatie en uitzetting recidiverende (Marokkaanse) straatterroristen met dubbele nationaliteit.” Dankzij het medium televisie komt het beeld dat Wilders hiermee oproept onmiddellijk voor ogen. Of je het wilt of niet. Bijvoorbeeld nieuwsitems over agressieve hangjongeren van niet Nederlandse afkomst in bijvoorbeeld Kanaleneiland, Utrecht. En natuurlijk wil ik dat die jongeren stoppen met hun destructieve gedrag voor henzelf en hun omgeving. Wilders weet dat ene beeld in stand te houden, te versterken en uit te breiden zodat de indruk ontstaat dat het een representatief beeld geeft van de gehele groep. Met alle destructieve gevolgen van dien. ‘Het probleem’ kun je daarmee lokaliseren, als zodanig bejegenen en zogenaamd als een gezwel uitsnijden en weggooien.
Naast de ronduit discriminerende beeldvorming die voortdurend door Wilders wordt opgeroepen is er ook van het tegenovergestelde sprake: ‘filo-allochtonisme’. Eind januari ging de Franse president Sarkozy op bezoek in één van de Parijse voorsteden. Hij vertelde de jongeren daar dat hij opleidingen voor ze ging regelen. En hij voegde er aan toe: “Het enige dat we vragen is de opleiding te volgen en vroeg op te staan.” Dat is ‘filo-allochtonisme’ pur sang. Vraagt hij van zijn eigen kinderen enkel vroeg op te staan en een opleiding te volgen? Het is toch vanzelfsprekend dat je vroeg opstaat om naar je dagelijkse verplichtingen als school of werk te gaan? Is dat al een prestatie? En een opleiding te volgen, alsof aanwezigheid al een geweldige prestatie is. Sarkozy wekt de indruk de jongeren te willen helpen, maar hij legt de lat wel verdomd laag waarmee hij, zonder het zelf te willen, de boodschap afgeeft aan de jongeren en de samenleving dat het hoogste wat van hen te verwachten is: op tijd komen en aanwezig zijn. Zo is de cirkel compleet en wordt het gestolde allochtonenbeeld andermaal gevoed.

Allochtonenmal
Tijdens mijn eerste jaar op het HLW vroeg Younes, een uitmuntende drie mavo-leerling bij mijn eerste schriftelijke overhoring of ik ook lette op spelfouten. Toen ik bevestigend antwoordde reageerde hij als volgt: “Maar juf, wij zijn allochtonen.” Waarom goot hij zichzelf in de mal van ‘allochtonen’? Bij het maken van de werkstukken en de spreekbeurten liet Younes juist zien hoe hij zich los kon maken van zijn eigen kader en in een andere godsdienst kon duiken, het voodoogeloof. En bovendien bracht hij grote scheuren aan in het stereotype beeld van poppetjes en spelden dat mensen over het algemeen van het voodoogeloof hebben. Waarom dan toch zichzelf vastspijkeren? Denkt hij, omdat hij allochtoon is, dat hij dus minder goed is? En ik hem daarom ook tegemoet kom, dus mats? Docenten die ‘filo-allochtonisme’ in de praktijk brengen? Ikzelf ook? Of leerlingen die denken dat we dat doen? Die vragen spelen door mijn hoofd nadat diezelfde Younes, nu in vier havo, me tijdens mijn kantinedienst aanspreekt en zegt dat hij een 7½ staat voor godsdienst&levensbeschouwing, maar als hij mij had gehad dat wel hoger was geweest.
Ik schrik hier behoorlijk van. En zeg dat als dat zo was hij de cijfers die ik hem in drie mavo heb gegeven dus onterecht waren en hem cadeau heb gegeven. Hij schudt ontkennend het hoofd. Maar waarom, zo vraag ik hem, is hij van mening dat als hij nu les van mij had gehad zijn cijfergemiddelde hoger zou zijn geweest? Hij antwoordt dat hij bij mij veel meer aftrek zou hebben gekregen voor zijn grammaticale fouten. Nu is zijn taalgebruik veel strenger beoordeeld dan toen hij nog bij mij zat. Terecht, zo antwoord ik hem, vier havo is een ander niveau dan drie mavo. En vraag hem wat nodig is om zijn Nederlands te verbeteren. En om dat dan te gaan doen.

In de schriftelijke overhoring over Rosa Parks en Martin Luther King worden feiten- en inzichtvragen gesteld. En ook de volgende vragen: “Welke voorbeelden ken je van ongelijke behandeling van mensen in onze tijd?” En “Met wat voor actie zou je hier aandacht voor kunnen vragen en het misschien wel kunnen stoppen?” Met vijf tweede klassen van alle niveaus krijg ik een rijk scala aan antwoorden. De situatie van vrouwen onder de Taliban-overheersing in Afghanistan wordt veelvuldig genoemd. Net als Geert Wilders en zijn film. De acties die worden geopperd gaan van negeren, demonstreren, een gesprek met hem zodat hij stopt met zijn uitspraken tot het maken van een film over de godsdienst van Geert Wilders. Veelvuldig krijg ik ook het antwoord: “allochtonen en autochtonen”. Twee beelden zonder inhoud, zonder toelichting. Zonder het noemen van voorbeelden. Alsof er per definitie ongelijke behandeling plaatsvindt en het benoemen van die twee groepen al voldoende duidelijk maakt.
Nu kan ik met voorbeelden uit de praktijk proberen tegenwicht te geven aan het negatieve beeld van ‘de allochtoon’ en ‘de moslim’. Maar is een ander beeld de oplossing? Naar aanleiding van het ‘allochtoon-autochtoon’ antwoord vraag ik een klas om uitleg. Imane, bescheiden en verlegen, zelden aan het woord in de klas, vertelt dat ze juist moeite heeft met dat “geallochtoon”. Ze legt uit hoe ze in Nederland ‘de allochtoon’ is maar op vakantie in Marokko ook. In de auto op weg van het ene land naar het andere, willekeurig welke van de twee, voelt ze zich thuis, happy en zichzelf want dan is ze geen allochtoon. Ook een ‘tegenbeeld’ leidt tot gevangenschap.

Beeldverbod
Dus Yassin, in antwoord op je vraag, ik ben niet voor Wilders die voortdurend het beeldverbod met voeten treedt. En ik ben ook niet voor ‘ons’ dat ook een gestold beeld is. Het beeldverbod is ontzettend belangrijk. Beelden verstikken, ontnemen het leven en bezetten de ruimte. Terwijl die ruimte leeg moet zijn, zodat je de ruimte hebt om te ademen, te kunnen zijn zoals je bent en wilt worden.
In een gesprek in het tv-programma 'Buitenhof' van een aantal maanden geleden zijn Laetitia Griffith, Tweede Kamerlid voor de VVD, en stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch te gast. Één van de onderwerpen is de ondervertegenwoordiging van agenten van niet-Nederlandse afkomst. Marcouch, zelf oud-agent, is voorstander van een politie-uniform met hoofddoek, Griffith is tegen. Zij brengt het argument in dat de geüniformeerde vrouwelijke agenten in Turkije en Marokko geen hoofddoek dragen. Marcouch vraagt hierop aan Griffith waarom ze Turkije en Marokko in het debat brengt. Hij vertelt haar dat hij een Nederlander is, geen Turk en geen Marokkaan, maar een Nederlander. Het beeld van de allochtoon past niet in zijn vocabulaire. Marcouch gooit het weg. Hij is Nederlander. En dankzij prinses Máxima weten we inmiddels dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. Wat een ruimte, wat een zegen!

De namen van de leerlingen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Het idee om de beeldkritiek van Frisch te vergelijken met de gestolde beeldvorming van allochtonen is ontstaan na het lezen van: Theo Witvliet, Het geheim van het lege midden. Over de identiteit van het westers christendom, Zoetermeer, Uitgeverij Meinema, 2003. bladzijde 35: “Andorra kan, mutatis mutandis, elk land zijn. Ook Nederland.”

Greta Huis is protestatns theoloog en godsdienstlerares aan het Hervormd Lyceum West in Amsterdam Slotervaart

De Helling 2008/1


Inhoud 2008/1