de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Founding Fathers GroenLinks I
“Uitgangspunten GroenLinks heel levensvatbaar”
Interview met Leo Platvoet

door Erica Meijers

De Helling blikt met een aantal founding fathers van de partij terug op de ontwikkelingsgang van GroenLinks. Als eerste komt aan het woord: Leo Platvoet. Dit is een langere versie dan die in de geprinte Helling verscheen.

Leo Platvoet (1951) was in het oprichtingsproces van GroenLinks onderhandelaar namens de PSP en tot aan het eerste partijcongres in november 1990 de eerste partijvoorzitter. Tussen 1990 en 1994 was Platvoet fractievoorzitter van GroenLinks in de Amsterdamse Gemeenteraad. Van 1999 tot 2007 was hij namens de partij lid van de Eerste Kamer. Hij is actief in de groep Kritisch GroenLinks. Leo Platvoet werkt op dit moment bij BMC, een adviesbureau voor ‘good governance’ in de publieke sector, waar hij zich vooral met projecten in Oost-Europa en de Balkan gaat bezig houden.

"Veel oude linkse dogma’s zijn in de loop van de jaren '80 verlaten. En het moet gezegd worden: te lang heeft de ontwikkeling in het denken binnen radicaal-links stil gestaan om met nieuwe ideeën en alternatieven te komen voor de vastgelopen situaties op tal van terreinen. Deze impasse wordt met de vorming van Groen Links doorbroken. Daarbij is het de kunst om de diversiteit aan inspiratiebronnen waar Groen Links uit put op zijn actuele meerwaarde te schatten. Niet om zo een nieuwe, afgeronde, dominante GroenLinkse ideologie te proclameren. Compromisloos en utopisch geformuleerde doelstellingen in termen van fundamentele mensenrechten zijn daarin even onontbeerlijk als de antifascistische strijdbaarheid van de CPN, de christelijke confrontatiebenadering van de EVP, het antimilitarisme van de PSP en de progressieve-coalitie oriëntatie van de PPR. Groen Links moet de ambitie hebben tegen heersende opvattingen in een voortrekkersrol te vervullen. Een nauwe band met ontwikkelingen buiten de parlementaire circuits is daarvoor van levensbelang. Een open partijcultuur is nodig om duizend bloemen te laten bloeien. Partijgenoten, congres van GroenLinks, vandaag begint onze toekomst. Laten wij er een goede start mee maken.”

Aldus sprak Leo Platvoet op 24 november 1990 in zijn openingstoespraak op het eerste congres van GroenLinks. Dankzij de val van de Berlijnse muur en de ontideologisering van links door wat Platvoet in zijn toespraak noemt “de ontploffing van de communistische, totalitaire Oost-Europese regimes”, dankzij de toenadering tussen de kleine linkse partijen in hun verzet tegen de rechtse kabinetten van de jaren tachtig en tenslotte dankzij de val van het tweede kabinet Lubbers in mei 1989 was de nieuwe partij GroenLinks in relatief korte tijd uit de grond gestampt. Leo Platvoet was er nauw bij betrokken.

Wat verwachtte je destijds van GroenLinks?
“Eigenlijk wat iedereen toen verwachtte. We rekenden er op dat we konden waarmaken wat alle onderzoeken altijd aantonen: dat er links van de PvdA een fors electoraat zit.
Door de fusie moest er een aansprekend, links alternatief voor de PvdA komen.”

Was het voor jou inhoudelijk een breuk, de overgang van PSP naar GroenLinks?
“Nee, op dat moment zeker niet. De typische dingen die voor de PSP heel sterk golden, zoals het antimilitaristische, het republikeinse en een uitgesproken links sociaal-economische programma, staan allemaal heel redelijk in het eerste verkiezingsprogramma. Voor mij was het een hele verdedigbare overgang. De kernpunten in het uitgangspuntenprogramma van een paar jaar later zijn nog steeds verrassend actueel. Ik zit nu in het panel waar we over de uitgangspunten van GroenLinks praten, maar er is voor mij niet echt een reden om die fundamenteel ter discussie te stellen. Maar op de lange termijn gezien is er wel een verschuiving opgetreden. Het is misschien niet goed om te spreken van verrechtsing, maar er zit wel een verwatering in van een aantal opvattingen die de basis waren voor het ontstaan van GroenLinks en die volgens mij nog steeds heel levensvatbaar zijn.”

Kun je daar bepaalde momenten voor aangeven?
“Jazeker. Het eerste moment is de wijziging van het standpunt tegenover de NAVO die heeft plaatsgevonden door de druk om in te stemmen met de interventies in Joegoslavië. Het was in een periode dat wij groeiden, dat we begonnen na te denken over regeringsverantwoordelijkheid. Ik vond het heel onverstandig om daar over te praten als je in de oppositie zit. Ook had ik er grote moeite mee dat we wat betreft Joegoslavië akkoord zijn gegaan. Mijn kritiek was dat GroenLinks teveel de neiging had zichzelf te overschatten. GroenLinks zit niet aan de onderhandelingstafel met de VS en de NAVO en de EU als het gaat om het voormalige Joegoslavië. We gedroegen ons teveel alsof onze positie er iets toe deed in dat krachtenveld.”

Was dat een wissel van ideële politiek naar reaalpolitiek?
“ Ja, vanuit een heel irreëel uitgangspunt. Wij gingen voorwaarden stellen voor een bombardement. Alsof iemand uit het internationale krachtenveld er rekening mee zou houden wat een partij als GroenLinks daarvan vond. En daardoor lieten we in mijn optiek wel de heldere lijn los. We gingen mee in de draai die de NAVO heeft gemaakt door een verdachte organisatie tegen het ‘communistische gevaar’ een nieuwe functie te geven in plaats van er scherp afstand van te nemen. Terwijl de NAVO, zo stond vorige week nog in de NRC, zichzelf volkomen overbodig heeft gemaakt. Het is zoeken naar doelen die er niet zijn. Dat is ongeloofwaardig.
De NAVO is een vat vol tegenstellingen. Eigenlijk hadden we het toen al in de gaten; als het hoofdargument er niet meer is, dan maak je het jezelf enorm moeilijk. En wij hadden als partij jarenlang een anti-navostandpunt gehad. Op het moment dat de NAVO in de jaren negentig over de rand moest worden geduwd, gingen wij mee helpen zoeken naar een nieuwe functie.
Het anti-NAvostandpunt was een anti-Koude oorlog standpunt, maar ook een anti-militaristisch standpunt. Door de functieverschuiving van de NAVO en de toetreding van de vele nieuwe landen uit Oost-Europa; kortom door de hele nieuwe opstelling van de NAVO dreigt er een nieuwe wapenwedloop te ontstaan. Dat is wat er nu in feite gebeurt. Je ziet het aan de spanningen met Rusland. Dat is de prijs die wordt betaald voor het in stand houden van de NAVO. En wij hebben daar nooit voluit voor gekozen; we zijn altijd in de marge gebleven, maar we hebben het niet frontaal afgekeurd. Ook wat er nu gebeurd is eens te meer een reden om een anti-navostandpunt in te nemen. Zie de strategische ontwikkelingen die de NAVO nu doormaakt. De NAVO bemoeit zich met allerlei zaken die in feite onder VN mandaat zouden moeten plaatsvinden. De NAVO wordt gedomineerd door de VS en we weten hoe de VS over de VN denkt. GroenLinks wil dat vredesmissies onder de vlag van de VN worden gedaan. Dat is niet te rijmen met het steunen van de NAVO. Ik vind dat er nog steeds een belangrijke reden is om het anti-NAVO standpunt te handhaven.”

Zijn er nog meer van dat soort momenten?
“Het tweede hoofdpunt is voor mij de sociaal-economische politiek. GroenLinks baseert zich op verschillende inspiratiebronnen. Dat is prima. Maar nu wordt één punt, namelijk het vrijheidsbegrip, naar boven gehaald en bovendien aan het liberalisme gelieerd. Natuurlijk zijn vrijheid en individuele ontplooiing heel belangrijk. Maar in de negentiende eeuw waren het de socialisten die opkwamen voor burgerlijke vrijheden zoals algemeen kiesrecht en vrouwenkiesrecht, niet de liberalen. 1848 en 1917waren revolutionaire momenten waarin niet de liberalen het voortouw hebben genomen. Daarom vind ik het zo slecht om het liberalisme die begrippen te laten claimen. Historisch klopt dat niet. Vrijzinnigheid vind ik overigens ook een onduidelijke term. Vrijheidslievend is wel mooi. Dat zat ook in het emancipatoire erfgoed van de PSP. Maar het liberalisme is nooit een bron van GroenLinks geweest. Al wil dan niet iedereen van liberalisme spreken, het is niet voor niets dat het NRC stelselmatig schrijft over de liberale oppositie en daarmee expliciet doelt op D66, VVD en GroenLinks.”
“Alsof dat vrijheidsbegrip het probleem van deze tijd is. Alsof een gebrek aan vrijheid het springende punt zou zijn in de Nederlandse politieke verhoudingen van dit moment. Alsof dat kiezers in beweging zou brengen. Is nou het gebrek aan vrijheid de factor die verhindert dat mensen die zich nu niet kunnen emanciperen, die kansen wel krijgen? Dat zie ik niet. Door het vrijheidsbegrip te laten prevaleren en het bovendien te verbinden met de economische context zijn we op een koers terecht gekomen die er toe leidt dat de kiezers waarvoor wij moeten opkomen, de zwakkeren in de samenleving, zich niet meer herkennen in GroenLinks. Dat verklaart ook waarom wij een zwak links profiel hebben.”

Er wordt nu vaak gesproken over de tegenstelling tussen conservatisme versus liberalisme. Het verlangen naar veilige, kleine wereld tegenover een open houding, die internationaal is gericht en cultureel liberaal is. Zie jij die tegenstelling ook in Nederland?
“Ja en Nee. Ik zie het wel, maar het is niet de dominante tegenstelling. Je kunt kosmopoliet zijn en toch vinden dat mensen in het veranderende Europa recht hebben op een veilige omgeving, dat is ook een hele menselijke eigenschap. Dat moet je niet tegen elkaar uitspelen. Ik vind dat een betrekkelijke tegenstelling. De SP, die door GroenLinks onder de conservatieve partijen wordt geschaard, is op talloze terreinen wel degelijk heel internationaal. Wij beschouwen Europa als een mensenrechtenproject en zij als een kapitalistische project. En voor allebei is wat te zeggen, denk ik. Politiek kom je ook niet verder met deze tegenstelling.”

Als het niet om vrijheid gaat. Waar gaat het dan wel om?
“Het gaat om de juiste balans tussen solidariteit en vrijheid. Hoe zie je de essentie van de maatschappelijke ontwikkeling; wat zijn de sociaal-economische tegenstellingen die er toe doen in de maatschappij en die een bron van verandering kunnen zijn. Aan welke kant ga je staan? Die vragen moet je stellen. En daar zijn we nooit echt diep op ingegaan. Door de overdreven nadruk op het vrijheidsbegrip is de sociaal-economische component naar de achtergrond verdwenen. En daarmee ook hoe je kijkt naar het belang van sociaal-economische tegenstellingen in Nederland en aan welke kant je gaat staan en waar je coalities sluit en waar je het wilt veranderen.”

Hoe is jouw analyse van die tegenstellingen?
“Dat is dat wij dat wij het hebben nagelaten die analyse te maken. Neem nu de discussie over het ontslagrecht, de verplichte participatietrajecten, de verkorting van de WW: die is helemaal losgezongen van de vraag hoe in deze globaliserende wereld de macht van het kapitaal zich vertaalt. Het is gericht op ontwikkelingen als flexibilisering en de positie van freelancers. Maar de grote meerderheid van de werknemers werkt nog steeds in CAO’s in bedrijfsverband. Die mensen hebben dus niets aan zo’n type discussie en dat soort maatregelen. Het uitgangspunt om in de sociaal-economische verhoudingen de kant van de werknemers te kiezen lijkt langzaam te verdwijnen in GroenLinks. Daar kan ik niet in meegaan. Want in mijn analyse zitten de cruciale tegenstellingen wel in die verhouding. De macht van ondernemers wordt echt niet ingetoomd door verkorting van de WW of flexibilisering van het ontslagrecht, integendeel!
Natuurlijk moeten we opkomen voor outsiders, maar niet op basis van een theoretisch denkmodel door een tegenstelling te creëren met werkenden. We zijn in een soort van blauwdrukdenken terecht gekomen, los van de concrete werkelijkheid zoals mensen die ervaren. In het rapport van Van Ojik dat de verkiezingsuitslag evalueerde wordt dat kernachtig verwoordt. In een van de conclusies wordt gezegd: we hebben geen sociaal profiel, we zijn te diep in een niche terecht gekomen, er is weinig warmte, we hebben abstracte doelgroepen. Dat vat voor mij de kritiek op de huidige koers wel samen.”

Elders in deze Helling pleit Huub Dijsselbloem voor het pragmatisme als koers voor GroenLinks. Wat vind je daarvan?
“Het stuk van Dijsselbloem spreekt me wel aan. De stelling da democratisering niet ophoudt bij staatkundige democratie onderschrijft GroenLinks wel, maar we hebben er niet echt een agenda op. Het heeft geen prioriteit, maar ik vind het zelf wel een belangrijk punt, omdat uiteindelijk ook de democratisering van de sociaal-economische verhoudingen daarbij horen. Denk aan machtsverschuivingen in een bedrijf, inspraak in ondernemingen etc. Dat laten we als GroenLinks liggen.
Dijsselbloem noemt het pragmatisme een middenweg tussen het communitarisme en liberalisme, maar ik zou het meer zien als een onderdeel van de sociaaldemocratische visie op de democratisering van de hele maatschappij in al zijn geledingen. Ik vind het een verrijking van het gedachtegoed. En dat punt mag best meer nadruk krijgen in onze agenda, al zie ik daar niet echt een obstakel.”

Beschouw je jezelf als een communitarist?
“ Nee. Niet in de klassieke zin dat in het communautaire systeem de basis ligt van onze samenleving. Maar ik zie mezelf ook niet als een individualist. Ik ben voor een mengvorm. Maar dit soort modellendenken is geen antwoord op de dynamiek in de samenleving. Het gaat er om op welk moment je het ene moet benadrukken en op welk moment het andere.”

GroenLinks voert op dit moment een discussie over de uitgangspunten van de partij. Je zit zelf in één van de vier panels. Hoe verloop het?
“Er moet wat mij betreft nog wel wat gebeuren om de discussie te verbreden. We zijn nu, in november 2007, dilemma’s aan het formuleren die vervolgens de partij in gegooid moeten worden zodat mensen kunnen meedenken. Dat is op zich wel een goede werkwijze. Ik hoop dat de spirit die er een half jaar geleden was weer wat meer terugkomt. Naar aanleiding van de motie van Kritisch GroenLinks op het congres over de cultuur, de strategie en het imago van de partij, was er een breed gevoelde noodzaak voor een koersdiscussie. Op dat congres was er een élan dat dat nodig was, omdat het nu niet goed liep.”

Maar de lijn die in het verkiezingsprogramma was uitgezet werd wel door de meerderheid van het congres aangenomen. Hoe verhoudt zich dat dan tot elkaar?
“Dat dubbelkarakter zat er inderdaad in. Maar als een lijsttrekker haar positie verbindt aan een visie opvatting, dan zie je meteen dat velen geen ruzie willen riskeren. Congressen zijn er vaak goed in om verschillende dingen te willen en tegenstrijdige besluiten te nemen. Toch was er een gevoel dat er meer discussie moet komen van onderop en ik hoop dat dat blijft. Het is natuurlijk een lange weg met al die panels en daardoor kan het allemaal weer wegsijpelen. Uiteindelijk komt het er toch op neer dat het er voor de leden wat te kiezen moet zijn.”

Moet er niet wat op het spel gezet worden om te voorkomen dat het bij in en uitpraten blijft? Zou de discussie niet wat meer op scherp gezet moeten worden?
“ Dat ben ik helemaal met je eens. In de panels kom je niet altijd verder, ook omdat alle pannels een andere blik hebben.”

Je maakt deel uit van de groep Kritisch GroenLinks. Uit dit gesprek blijkt opnieuw dat er veel zaken anders gaan dan jij zou willen. Wat bind jou nog aan GroenLinks?
“Ik voel mij nog heel goed thuis bij GroenLinks hoor. Het multiculturele, het internationale, de visie op ontwikkelingssamenwerking, op democratie – er zijn talloze opvattingen die ik deel. Bovendien is de discussie over de sociaal –economische politiek geen uitgemaakte zaak. Maar het is wel belangrijk voor mij hoe die afloopt.”

Voel je je een PSP’er of een GroenLinkser?
(lacht hard) “Nee, ik voel me, ja…. Nou ja, ik ben nog steeds langer lid geweest van de PSP dan van GroenLinks. Kijk, ik merk wel dat mijn politieke ankerpunten niet zo vreselijk veel veranderd zijn. Als ik eerlijk ben is dat wel zo. Dus in die zin voel ik me … nou ja… ook nog steeds een PSP’er. Het is zoiets als een dubbele identiteit.”

Literatuur

P. Lucardie, W. van Schuur en G. Voerman, Verloren Illusie, Geslaagde Fusie? GroenLinks in historisch en politicologisch perspectief, Leiden: DSWO press 1997

B. Ojik, Scoren in de linkerbovenhoek, juli 2007.

L. Platvoet, ‘ Onderhandelen, onderhandelen, onderhandelen….’ Dagboek van de onderhandelingen tussen de oprichtingspartijen van GroenLinks, De Helling herfst 1989. Zie voor de tekst: www.leoplatvoet.nl/onderhandelen.htm

‘Vandaag begint onze toekomst’. Openingstoespraak van Leo Platvoet op het eerste GroenLinkscongres in 1990, na te lezen op: www.leoplatvoet.nl/congrestoespraak.htm

De Helling 2007/4


Inhoud 2007/4