de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Samenwerking boven concurrentie

door Irene van den Broek

Irene van den Broek reageert op de zeven aanbevelingen van Perotti.

Veel studenten vinden hun onderwijs niet uitdagend. Uit onderzoek van de onderwijsinspectie blijkt dat zelfs een op de drie studenten niet geprikkeld wordt door zijn of haar opleiding. Het pleidooi van Perotti en de uitdagingen waar hij ons voor stelt, sluiten daarbij aan.
Studenten, docenten, onderzoekers, instellingen en de (Europese) overheid moeten de schouders eronder zetten om het onderwijsklimaat op het gewenste (Lissabon) niveau te brengen. In Lissabon is immers afgesproken Europa de “de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld” te maken. Om dat doel te bereiken zou er fors meer geïnvesteerd moeten worden in R&D (Onderzoek en Ontwikkeling, red.), innovatie en onderwijs.
Ook de Nederlandse overheid geeft aan naar een meer innovatieve en competitieve kenniseconomie toe te willen. Zo moet in 2010 de helft van Nederland hoger opgeleid zijn. Het zijn grote woorden, maar helaas wordt er nog geen actie ondernomen om deze woorden in meer concrete acties om te zetten. De afgelopen 25 jaar zijn de investeringen in het hoger onderwijs eerder teruggelopen dan toegenomen. Als men kijkt naar de uitgaven per student, dan ziet men één lange dalende lijn.
Veel van de voorstellen die Perotti doet, kosten echter geld. Maatwerk bieden, inspelen op de wensen en ambities van studenten, verregaande internationalisering en tóch de toegankelijkheid van het onderwijs behouden, dat vraagt om forse investeringen. Dat veel instellingen het collegegeld voor niet-EER studenten de komende jaren zonder gêne verhogen tot vele duizenden euro’s – niet op te brengen voor veel studenten uit met name ontwikkelingslanden – laat wel zien dat het streven naar kennisuitwisseling met gemotiveerde studenten uit juist die landen niet erg hoog op het prioriteitenlijstje staat. Aan de ene kant gooien we de grenzen open – de zogenaamde Bologna-verklaring moet zorgen voor meer en betere mobiliteit van studenten binnen Europa – aan de andere kant slaan we keihard de deur dicht voor getalenteerde studenten die de pech hebben net op een ander plekje op de wereldbol te wonen.
De oproep van Perotti om, zonder de toegankelijkheid van het hoger onderwijs op het spel zetten, te komen tot maatwerk om zo elk individueel talent tot bloei te laten komen, klinkt als muziek in mijn oren. Toch is er ook een kanttekening te plaatsen bij enkele punten uit zijn betoog, vooral daar waar het gaat om de concurrentie van onderwijsinstellingen binnen Nederland, maar ook van het Nederlandse onderwijs met die van andere landen. De afgelopen jaren is er veel te doen geweest over het versterken van de concurrentie tussen onderwijsinstellingen. In 2004 werd besloten te gaan experimenteren met een open bestel. In zo’n open bestel kan iedere aanbieder, uit Nederland of een ander land, een opleiding aanbieden en daarvoor overheidsbekostiging ontvangen, mits deze opleiding van voldoende kwaliteit is. Hierdoor zouden, zoals ook Perotti beweert, instellingen scherp worden gehouden en de kwaliteit verbeteren. Maar een aantal problemen worden hiermee over het hoofd gezien. Zo zullen private aanbieders vooral opleidingen aanbieden met een lage kostprijs die goed ‘in de markt’ liggen, zoals rechten of economie. Opleidingen in sectoren als techniek en bèta-studies zijn duurder en liggen slechter in de markt. Het gevolg zal dan ook zijn dat deze opleidingen tegen een hogere prijs aangeboden moeten worden. Hierdoor wordt de toegankelijkheid beperkt en zullen er nog minder studenten kiezen voor deze opleidingen. Ook zal de toch al beperkte pot met overheidsgeld over meer instellingen worden verdeeld, wat leidt tot versnippering van de financiële middelen. Meer concurrentie betekent ook niet automatisch meer kwaliteit. Sterker nog, de mogelijkheid bestaat dat concurrentie zal leiden tot een situatie waarin veel opleidingen aan de onderkant van de kwaliteitseisen gaan zitten om de kostprijs zo laag mogelijk te houden en de concurrentieslag te kunnen overleven. Ook op internationaal gebied kan je je afvragen of samenwerking en onderlinge afstemming niet veel zinniger is dan concurrentie tussen instellingen.

Irene van den Broek is voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond

De Helling 2007/3


Inhoud 2007/3