de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Longo maï: ecologie en economie

door Caroline Meijers

In de Europese coöperaties van Longo maï worden milieuvragen ingebed in ideeën over een ecologie die rechtvaardige economische en sociale verhoudingen veronderstelt. De biologische tuinbouw, de energiezuinige bouwprojecten en de bijdragen op het gebied van biodiversiteit staan allen in het perspectief van een fundamenteel andere samenleving.

Longo maï – een oude provençaalse groet die 'lang leven' of 'lange weg' betekent – is een beweging van tien coöperaties in Europa (en een dorpje in Costa Rica). Er leven zo'n tweehonderd volwassenen en ongeveer honderd kinderen en jongeren.
Het milieu stond nooit voorop bij de in 1973 opgerichte beweging. Longo maï is vin de eerste plaats een politieke beweging. De coöperaties verbouwen wel voedsel voor het eigen levensonderhoud, maar werven ook fondsen voor ondermeer acties voor vluchtelingen en migranten en de organisatie van discussiefora over politieke onderwerpen, zoals in 1990 over de toekomst van Europa na de val van de Berlijnse muur.
Ondanks dit 'primaat van de politiek' werken de coöperaties zoveel mogelijk op ecologisch verantwoorde wijze en produceren ze biologische producten. De vraag is nu: hoe is de verhouding tussen de politieke betrokkenheid en de ecologische werkwijze? Of met andere woorden: welke visie heeft Longo maï op de combinatie links en groen?

Sociale utopie
Longo maï is geboren uit twee linkse groepen. De eerste is Spartakus uit Oostenrijk, opgericht door een groep jongeren die als afdeling van de communistische partij met ludieke acties aandacht vroegen voor misstanden in tuchthuizen, maar in 1970 uit de partij traden omdat ze deze te star en dogmatisch vonden. Ook later blijft Longo maï wars van alle 'ismes'. Spartakus krijgt het enerzijds aan de stok met extreemrechtse jongeren en anderszijds met de politie, die hen ervan beschuldigt sympathisanten van de Duitse Baader-Meinhofgroep te zijn, hoewel Spartakus niet gewelddadig is. De Oostenrijkse grond wordt de jongeren te heet onder de voeten; zij vertrekken naar Zwitserland en sluiten zich hier aan bij een andere groep.
Hydra is ontstaan uit de studentenbeweging van 1968; zij zet zich ondermeer in voor de rechten van stagaires in bedrijven, bijvoorbeeld door het organiseren van stakingen. Ook voert Hydra actie tegen vreemdelingenhaat met de slogan 'Niet de vloedgolf van vreemdelingen bedreigt Zwitserland, maar de vloedgolf van domheid'.
De jongeren vinden elkaar in hun streven het politieke en persoonlijke met elkaar te verbinden. In Europa neemt de werkloosheid toe en klinkt overal protest tegen de gevestigde orde. De activisten constateren dat de politiek actieve jongeren in de steden worden gecriminaliseerd, zoals ook Spartakus al had ondervonden. Velen vluchten in drugs, waar de jonge activisten niets van moet hebben, net zomin als ze heil zien in de gewelddadige actiemethodes van bijvoorbeeld de RAF. Aan de andere kant hebben ze evenmin sympathie voor degenen die alle politieke actie achter zich laten, de steden verlaten en zich terugtrekken in een terug-naar-de-natuur filosofie.

Pionieren
Spartakus en Hydra zoeken een derde weg: geïnspireerd door de 19e eeuwse utopisten en vroege socialisten ontwerpen ze een plan om vrijzones op te zetten in de marginale berggebieden van Europa. Hier kan de eigen sociale utopie vorm krijgen en heeft men tegelijk een uitvalsbasis voor politieke acties. Tijdens een bijeenkomst met jongeren uit tien landen in Bazel wordt in 1972 besloten tot het opzetten van Europese pionierdorpen.
Met het verwerven van een oude boerderij en 300 hectare in de Franse Provençe is de eerste coöperatie een feit. De jonge pioniers hebben weinig op met de ecologische beweging: macrobioten en wietrokende hippies beschouwen ze als navelstaarders. Maar in plaats van zich bezig te houden met ideologische schermutselingen werken de jongeren van Longomaï ze liever concreet aan hun eigen toekomstvisioen.
Veel jongeren komen langs en sommige blijven. Nieuwe coöperaties ontstaan in de loop der jaren in Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland en het voormalige Oost-Duitsland. Elke coöperatie neemt zijn eigen besluiten, maar men komt regelmatig bij elkaar om beslissingen te nemen die de hele beweging betreffen. Een formele hiërarchie is er niet; de enige (ongeschreven) regel is dat besluiten gezamenlijk genomen worden en dat het eigendom collectief is. Niemand krijgt loon; er is een gemeenschappelijke kas. Tussen de coöperaties is veel contact; de reizen tussen coöperaties zijn een belangrijk onderdeel van het leven in Longo maï. Ook verhuizen mensen regelmatig van de ene naar de andere coöperatie.
De pioniers raken steeds meer vertrouwd met de vragen en problemen van de Europese marginale landelijke gebieden waar zij zich hebben gevestigd. In de loop der jaren ontwikkelt Longo maï een eigen ecologische visie.

Ontspannen economie
Trouw als zij zijn aan de eigen politieke uitgangspunten, verwerpen de jongeren van Longo maï vanaf het begin de industriële landbouw, gebaseerd op monocultuur en export, omdat deze boeren afhankelijk maakt van handelaars in zaadgoed, kunstmest en landbouwmachines en hen vaak diep in de schulden stort. Dit leidt tot een uittocht van boeren en vooral van hun kinderen uit de landelijke gebieden, met name de berggebieden, waardoor de kleinschalige plattelandsstructuur verloren gaat en daarmee de onafhankelijkheid en de kennis van grote bevolkingsgroepen. In de derde wereld leidt het huidige landbouwsysteem tot onrecht en hongersnood.
Volgens Longo maï is het enige mogelijke antwoord op dit systeem: de wereldwijde ontwikkeling van micro-economische netwerken, gecontroleerd door de producenten zelf. Iedere regio kan zichzelf ontwikkelen op basis van het trio landbouw, veeteelt en ambachtelijke nijverheid. Ruilhandel tussen de regio's en toerisme kunnen de inkomsten aanvullen. Het gaat er om de productielijn van het begin tot het einde in eigen hand te houden.
In Longo maï is dit al vroeg in de praktijk gebracht. Met kuddes schapen – van oudsher de basis van de lokale economie in berggebieden – trekken de jongeren zomers door de bergen. In de Franse Alpen verwerft Longo maï een oude spinnerij, waar de wol wordt verwerkt tot kleding en dekens. Deze worden in de eigen winkel bij de spinnerij verkocht, op markten en via correspondentie. De hele productielijn is in eigen handen. Hetzelfde gebeurt inmiddels op het gebied van hout, wijn en groente en fruit.

In 1978 sticht Longo maï een 'Europees landfonds', waarin de grond van de eigen coöperaties is ondergebracht en dat zich ten doel stelt de ontvolking van de Europese berggebieden tegen te gaan. Zo heeft Longo maï bijgedragen aan de stichting van onafhankelijke coöperaties in Hongarije, Oost-Duitsland, België en Spanje. Na de grote branden in 1979 worden ook voorstellen uitgewerkt voor het onderhoud van de Franse bossen, die veelal in slechte staat verkeren. Frankrijk verwaarloost de eigen bossen, die een kwart van het land bedekken, maar importeert al zijn meubels uit het buitenland. Een absurditeit.
In Nederland grazen overal schapen op de dijken; zij dragen bij aan het onderhoud van deze moeilijk bij te houden plekken. In de duingebieden is sinds kort een oude gewoonte weer in ere hersteld: kuddes geiten helpen om de overwoekering van heide te voorkomen. Longo maï propageert deze manier van landschapsonderhoud sinds lang. In 1982 bijvoorbeeld lag in Frankrijk al 4 miljoen hectare land braak en sindsdien is dit alleen maar toegenomen. 'Moeilijke' en dus onrendabele gebieden worden aan hun lot overgelaten, met erosie, branden en andere problemen als gevolg. Frankrijk importeert intussen grote hoeveelheden schapenvlees, terwijl de traditionele schapenfok verdwijnt. Met de herinvoering van schaapskuddes in marginale gebieden snijdt het mes aan twee kanten: het landschap wordt beter beheerd en er wordt zinvol werk gecreëerd voor jonge werklozen. Door middel van een 'schapenbank' wil Longo maï het jonge herders mogelijk maken een eigen kudde te beginnen. De bank leent schapen en rammen uit, die worden teruggegeven wanneer de nieuwe kudde groot genoeg is.
Met behulp van deze en andere, vergelijkbare projecten wil Longo maï vergeten bergtradities en praktische boerenwijsheden aan de vergetelheid ontrukken en zo een meer ontspannen landelijke economie mogelijk maken.

Nieuwe ecologische projecten
Longo maï bestaat inmiddels 34 jaar. Het is één van de zeer weinige bewegingen uit het begin van de jaren zeventig die de tand des tijds hebben doorstaan. Ongetwijfeld heeft dit te maken met de capaciteit om te veranderen en in te spelen op politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Het overzicht van politieke activiteiten (zie onderaan) laat dit zien, maar het geldt ook voor vele veranderingen die hebben plaatsgevonden in de coöperaties. Maar continuïteit is er ook, namelijk het leven volgens een anarchistisch model waar autonomie en zelfbestuur voorop staan. En nog altijd kiezen jongeren voor het leven in Longo maï. Deze jongeren hebben een afkeer van de kapitalistische maatschappij en zijn op zoek naar andere samenlevingsvormen. In de coöperaties kunnen zij hun idealen over een samenleving zonder hiërarchie, zonder geld en concurrentie praktisch vorm geven.
In verschillende ecologische projecten komen de ideeën van Longo maï samen. Bijvoorbeeld waar het gaat om autonomie op het gebied van energie. De wolspinnerij in Chantemerle wekt al sinds 1976 zelf stroom op met behulp van een kleine turbine in de beek naast het huis. De eigen machines lopen op deze stroom, net als de eigen verwarming. Helaas is het niet gelukt een overeenkomst te sluiten om het surplus in het Franse elektriciteitsnet te sluizen. Ook de coöperatie de Montois in de Zwitserse Jura heeft een kleine waterkrachtcentrale geïnstalleerd. Hier lukte het wel om tweederde deel van de elektriciteit, die de boerderij zelf niet gebruikt, in het publieke net te laten stromen. Daarnaast heeft de boerderij zonnepanelen op het dak die voor warm water zorgen.
De coöperatie in Mecklenburg in de voormalige DDR, waar 16 volwassenen en 9 kinderen wonen, heeft de noodzakelijke verbouwing op ecologisch verantwoorde wijze aangepakt. Dit is niet alleen zichtbaar in de bouw van zonnepanelen op het dak, maar ook in de bouw als zodanig. Die is energiezuinig, zoveel mogelijk met materiaal dat in de regio voorhanden is en met zo eenvoudig mogelijke technieken, zodat iedereen aan het werk kan bijdragen.
Ook de andere coöperaties van Longo maï experimenteren veel op dit terrein. In de Provençe zijn huizen gebouwd van stro, van hout, van ongebakken steen enzovoort. Iemand die er na 35 jaar genoeg van had in een caravan te wonen – men kampt in Longo maï voortdurend met ruimtegebrek – bouwde een huis van hout, leem en stro. Het bleek er aangenaam toeven. Het huis is zo goed geïsoleerd dat het er koel is tijdens de hete zomers wanneer het buiten 35 graden is. Longo maï verenigt graag het praktische en nuttige met het aangename.

Zaden zonder grenzen
Het graan dat op de coöperaties wordt verbouwd, was in voorgaande jaren bestemd als veevoer. De laatste tijd wordt het ook weer gebruikt voor het eigen dagelijks brood. Dit heeft te maken met de toename van geïndustrialiseerde, eenzijdige graansoorten op de markt, die ontwikkeld zijn om een hoog rendement te leveren en een gemakkelijke verwerking te garanderen. Dit graan is vatbaarder voor ziektes en van inferieure kwaliteit. Zo wordt de in Europa toenemende glutenallergie nogal eens toegeschreven aan het gebruik van deze graansoorten. En in tegenstelling tot deze meermaals gekruiste graansoorten kunnen de korrels van de ‘oude’ graansoorten het volgende jaar weer gezaaid worden, zodat geen afhankelijkheid van zaadhandelaars ontstaat.
Dit verhaal gaat ook op bij de teelt van groenten en peulvruchten. Longo maï houdt zich sinds 2004 bezig met de productie van 'oude' zaden. Bij kleine boeren en tuinders is nog sprake van een biodiversiteit, die in de geïndustrialiseerde agrarische sector dreigt te verdwijnen. Longo maï verzet zich tegen de uniformisering van landbouwgewassen en draagt bij aan het behoud van vele oude plantenrassen. Samen met de stichting Kokopelli die zich inzet voor biodiversiteit (de naam is ontleend aan een mythische figuur, een vruchtbaarheidsgod die meestal wordt afgebeeld als een fluitspeler met een bochel, symbool van een zak met zaden) organiseert de coöperatie in de Provençe cursussen voor de productie van zaden. Onder de titel 'zaden zonder grenzen' worden ook elders in de wereld activiteiten ondernomen. Longo maï ondersteunt Kokopelli, ondermeer door de stichting meer bekendheid te geven in andere Europese landen.

Groene politiek
Ecologie heeft in Longo maï allang niet meer het imago van navelstaarderij: het wordt beschouwd als een politieke aangelegenheid die grote prioriteit verdient. Op het spel staan de organisatie van onze hele landbouw- en voedselindustrie en het landschapsbeheer, kortom de economische structuur van de samenleving.
De benadering van 'groene vragen' moet echter niet gericht zijn op technische oplossingen, zoals bijvoorbeeld gebeurt in de film van Al Gore of bij verschillende ‘groene’ bewegingen. In plaats daarvan moeten er voorstellen worden gedaan voor structurele verandering van het economische systeem. Grote multinationals kunnen immers gemakkelijk biologische groente leveren door deze op grote schaal te produceren en daarbij gebruik te maken van onderbetaalde werknemers, vaak illegale migranten, die onder zeer slechte omstandigheden moeten leven, zoals bijvoorbeeld in de grote kassen in het Zuid-Spaanse El Ejido en in het Westland in Nederland. We schieten er weinig mee op wanneer arme kleine boeren in de derde wereld geen voedsel voor hun lokale gemeenschap meer kunnen verbouwen doordat grote bedrijven hun grond in beslag nemen om 'schone' biobrandstof te produceren voor onze auto's. Na de alarmerende berichten over de opwarming van de aarde kunnen we dan ook nog een toename van hongersnoden verwachten.
Longo maï is daarom van mening dat de ecologische vragen niet kunnen worden opgelost zonder diepingrijpende sociaal-economische veranderingen. Een ecologie die niet alleen de
natuur, maar ook de mens respecteert, is noodzakelijkerwijze anti-kapitalistisch.

Dit artikel is de door Erica Meijers vertaalde en bewerkte versie van 'Longo maï, un projet écologique?', dat eerder verscheen in Refractions, recherches et expressions anarchistes, nr. 18 (mei 2007). Zie http://refractions.plusloin.org.

Literatuur/websites
Beatriz Graf, Longo maï – Revolte und Utopie nach '68. Gesellschaftskritik und selbstverwaltetets Leben in den Europaïschen Kooperativen, Thesis Verlag 2005. (Binnenkort geeft Longo maï een Nederlandse vertaling van dit boek uit, informatie bij de redactie.)
Luc Willete, Longo Maï 20 ans d'utopie communautaire, Paris 1995.

http://www.omslag.nl/longomai/
http://www.kokopelli.asso.fr

Politieke activiteiten van Longo maï
Een greep uit vele acties: na de coup tegen Allende voert Longo Maï in 1973 actie voor de ontvangst van vluchtelingen uit Chili en blijft door de jaren heen protesteren tegen het ontstaan van het 'fort Europa'.
In 1982 wordt het comité voor de verdediging van vluchtelingen en immigranten opgericht (CEDRI). Met regelmaat vinden dakloze immigranten onderdak bij Longo maï.
In 1987 richt men samen met andere vrije radio’s (zelf heeft men in Zuid-Frankrijk radio Zinzine gestart) de FERL op, een federatie ter ondersteuning van vrije media.
Na de val van de muur ontstaat in 1989 het Europese Burgerforum, waarin de zoektocht wordt voortgezet naar een 'derde weg' tussen kapitalisme en staatssocialisme. Tijdens de oorlog in het voormalig Joegoslavië brengt Longo maï vertegenwoordigers van de verschillende bevolkingsgroepen bijeen ter bevordering van multiculturalisme en in 1992 wordt het AIM opgericht, een alternatief netwerk van journalisten voor het behoud van onafhankelijke informatie tijdens de oorlog.
In Zwitserland wordt Causes Communes opgericht voor partnerrelaties tussen gemeentes in Zwitserland en het voormalige Joegoslavië.
Sinds 2000 wordt in heel Europa campagne gevoerd tegen de industriële landbouw en de hieraan gekoppelde uitbuiting van mensen zonder verblijfsvergunning.
Door de jaren heen organiseert Longo maï tal van congressen, geeft tijdschriften, boeken en brochures uit en maakt radioprogramma's.

De coöperaties van Longo maï
'Moedercoöperatie' in Limans in de Provençe in Zuid-Frankrijk. Hier is ook het radiostation Zinzine gevestigd.
Wolspinnerij in Chantemerle bij Briançon in de Franse Alpen.
Houtverwerkingscooperatie in Treynas in de Ardêche.
Wijncoöperatie La Cabrery in de Luberon. Produceert biologische wijn.
De coöperatie in de Crau legt zich toe op de teelt van groente en fruit en de verwerking ervan in conserven.
Gemengd boerenbedrijf Hof Stopar in Karinthië in Oostenrijk, van waaruit menige protestactie tegen Jörg Haider werd georganiseerd, lang voor hij Europese bekendheid kreeg.
Gemengd boerenbedrijf Le Montois in de Zwitserse Jura.
Veeteelt en biologische landbouw in de Ulenkrug in voormalige DDR.
Vluchtelingencoöperatie Finca Sonador in Costa Rica, gesticht in 1978 ten behoeve van de opvang van vluchtelingen van het regime van Somoza in Nicaragua, later uit El Salvador. Nu wonen er ook landloze boeren uit Costa Rica.
Administratief kantoor in Bazel in Zwitserland, tevens basis van de acties voor vluchtelingen en migranten zonder verblijfsvergunning in Zwitserland.
Gemeenschapshuis en kaasmakerij in de Oekraïne.

Caroline Meijers leeft en werkt sinds 1982 in de coöperaties van Longo maï in Frankrijk en Zwitserland. Hier is ze bovendien actief in solidariteitscampagnes met mensen zonder verblijfsvergunning. In Nederland werkte ze ondermeer samen met OKIA (Ondersteunings Komitee voor Illegale Arbeiders) en Omslag, werkplaats voor duurzame ontwikkeling.

De Helling 2007/2


Inhoud 2007/2