door Chris Keulemans
Het autowrak van de aanslag op 5 maart op de boekenmarkt van het Al Mutanabbiplein reisde begin juni naar Amsterdam. Verschillende sprekers ‘lazen’ het wrak, waaronder Keulemans. Philippe Velez Mc Intyre maakte de foto op de cover van de Helling.
In Bagdad is het schrift uitgevonden.
En het is een stad van lezers, volgens het oude verhaal over de Arabische literatuur:
de boeken worden in Cairo geschreven, in Beiroet gedrukt en in Bagdad gelezen.
Onder Saddam waren boeken verdacht. Nu zijn ze dodelijk.
Wie op 5 maart iets te lezen kwam zoeken op Al Mutanabbi kan het niet navertellen.
En toch.
Saleh Faris, de theatermaker die we zojuist hoorden, is net terug van een bezoek aan zijn oude vrienden op de kunstacademie in Bagdad. Hij vertelde me dat hij er nog nooit zoveel jonge schrijvers had gezien als deze keer, en nog nooit zoveel nieuwe dichtbundels.
De Bagdadi’s blijven lezen en schrijven, boeken uitgeven en kopen.
Boeken hebben geduld. Met een beetje geluk hebben ze het eeuwige leven.
De plegers van zelfmoordaanslagen niet. Die hebben haast.
Om hun fatale werk te doen. En om in de hemel te komen.
Tegen die moorddadige haast is weinig te doen.
Je kan een stad zijn auto’s niet verbieden. Zeker niet als lopen te gevaarlijk is.
Je kan de zelfmoordenaars niet controleren zolang de politie met ze samenwerkt.
Je kan voedselmarkten, huishoudmarkten en boekenmarkten niet sluiten uit angst voor de volgende aanslag.
Je kan een stad niet sluiten. Je kan een stad niet opheffen.
Bagdad al helemaal niet. Bagdad heeft al zo vaak bewezen dat er een toekomst is na het dode punt.
Wat je wel kan doen: de dood en de verwoesting behandelen met dezelfde zorg en aandacht waarmee een boekenliefhebber zijn dichtbundels behandelt.
Zoals dit wrak.
Op de ochtend van 5 maart was dit een rijdende auto, met levende passagiers.
Even later was het een hoop verwrongen metaal, omringd door resten van mensen, papier vol bloedvlekken en de scherven van uitgeblazen etalages.
Maar het wrak is niet met walging weggesleept en vernietigd.
Het is intact gelaten. Het is serieus genomen voor wat het is: een vehikel van bewustzijnsvernauwing, blinde moordzucht, kunsthaat, dood.
Er is geen wraak genomen op het wrak.
Integendeel. Het is weggehaald van de boekenmarkt, het is zorgvuldig ingepakt, het is dankzij de samenwerking van Irakese en Nederlandse boekenliefhebbers voorbij politie en douane geloodst, het is twaalf grenzen overgevlogen en het is met aandacht geplaatst in het hart van Amsterdam, dat volgend jaar Wereldboekenstad is.
Het is behandeld als een kostbare Arabische poëziebundel.
Het staat hier uitgepakt, voor ons om te lezen.
De rijdende bom is een boek geworden. Het heeft een geschiedenis en een toekomst.
Het heeft de tijd op Al Mutanabbi niet stilgezet. De zelfmoordenaars zijn dood, de omstanders ook, maar de lezers niet. Hier niet en in Bagdad ook niet.
Chris Keulemans is schrijver.
De Helling 2007/2