de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

De erfenis van onze ouders

door Shervin Nekuee

Globalisering brengt niet alleen meer en goedkopere handel en communicatie van over de grenzen. Het betekent ook internationalisering van terrorisme en criminaliteit én ook blijvende aanwezigheid van internationale politiek in de media en in de gemoederen van het publiek. Tegelijk worden nationale identiteiten weer relevant. De confrontatie met de wijde wereld roept de vraag op naar wat eigen is. Dat is een tendens in heel Europa.
In Nederland zien velen een link tussen een gebrek aan historisch besef en de huidige multiculturele clash. De argumentatie loopt als volgt. De immigranten kennen de geschiedenis van onze strijd voor vrijheid van meningsuiting en onze inspanning om een verzorgingsstaat te realiseren niet. Daarom gaan zij zo laconiek om met de erfenis van onze voorvaderen. Dat is allemaal te wijten aan het feit dat wij Nederlanders, vooral de jonge generatie, een beroerde historische kennis hebben, dus ook niet in staat zijn om de nieuwkomers iets over te brengen met trots en waardering.

Ik kom zelf uit een land waar historisch besef als een van de belangrijkste deugden wordt gezien, en ik voel mij dus thuis bij een pleidooi voor meer kennis van de geschiedenis – al zou ik waarschuwen voor te veel historisch besef, wat in Iran vaak tot een overmaat aan nostalgie en een blik op het verleden leidt.
Als wij immigranten de context kennen waarbinnen Nederland is ontstaan en de oorsprong weten van de huidige ordening van de samenleving, dan kunnen we ons beter tot de structuur en dominante cultuur verhouden. Geen twijfel over mogelijk. We moeten de voorvaderen van het huidige Nederland kennen en koesteren en elk keer onze keuzes aan die van hen spiegelen. Historische kennis zou voor immigranten een helder licht kunnen laten schijnen op het kortste pad naar emancipatie binnen de Nederlandse samenleving.

Er zijn echter grote bezwaren tegen het soort historische besef dat woordvoerders als Paul Scheffer en anderen bepleiten. Mijn eerste punt van kritiek betreft de scheefheid in het denken van Scheffer en de zijne. Hun pleidooi voor kennisnemen van de geschiedenis is ultra nationalistisch en territoriaal. Het gaat om de geschiedenis van het stuk grond waar we ons als samenleving op bevinden en de interactie met omliggende volkeren. Als er belangstelling is voor de grote wereld daarbuiten, dan betreft het de oude koloniën en de door Hollanders onderworpen volken.
Het één op één koppelen van de inhoud van de geschiedenis aan het verleden van de natie-staat, in een land waar het collectief verleden van groeiende etnische groepen ver buiten deze natie-staat liggen, is een denkfout van de eerste orde. Je kunt niet van kinderen van wie de historische identiteit in het Midden-Oosten ligt, verwachten dat ze de Amerikanen zien als de geallieerde bevrijders van Nederland. In het collectieve geheugen van diegenen die uit het Midden-Oosten komen is Amerika een grootmacht die regionale vazallen steunt in hun autoritair bewind, een symbool voor onderdrukking. En daar is reden voor.

Er is kortom een verschil in historisch referentiekader tussen de Hollander en de immigrant en dat moet onder de ogen gezien worden. Je kunt het geheugen en de geschiedenis van de immigrant niet uitwissen en reloaden met een Hollandse. Wie denkt dat door veel gewicht te leggen op het ene referentiekader, de Hollandse, en ander te verzwijgen, die van de immigrant, de verschillen worden weggewerkt, is naïef. Wanneer het referentiekader van grote groepen wordt ontkend en onderdrukt, zal dat alleen maar een obsessief strijdpunt worden, zoals nu het geval is met de islam en de geschiedenis van het Midden Oosten.

Moeten we onze geschiedenis beter kennen? Ja, beslist. Maar die ‘we’ is meervoud en de geschiedenis van onze wording houdt niet op bij de grenzen van Nederland. Ik denk wel dat het realistisch is om in het onderwijs meer aandacht aan de Nederlandse geschiedenis te besteden dan aan de geschiedenissen van de honderd-en-een immigranten die op school rondlopen. Maar je kunt niet zomaar de historische identiteit van de nieuwe Nederlanders irrelevant verklaren.
Sterker nog, meer concrete kennis van eigen wortels en thuisland is voor immigrantenkinderen de beste remedie tegen fantoombeelden over de roots. Wie bijvoorbeeld de imaginaire umma van de moslimfundamentalisten wil bestrijden, doet er goed aan om moslimjongeren een historisch boek over het conflict tussen moderniteit en fundamentalisme binnen de islamitische wereld te laten lezen. Ik adviseer The Clash of Fundamentalisms van Tariq Ali.

De Helling 2006/1


Inhoud 2006/1