door Marja Vuijsje
Met zijn armoedige jasje en klunzige omgangsvormen doet de huidige president van Iran mij steeds denken aan een oude Israëlische kibboetsnik die ik wel eens tref bij mijn broer in Jeruzalem. Niet alleen in uiterlijk en presentatie zijn er overeenkomsten tussen de Iraanse grootleverancier van akelige holocaustontkenningen en de in Hongarije geboren Israëliër die als enige van zijn familie de Tweede Wereldoorlog overleefde. Net zoals Ahmadinejad combineert de vriend van mijn broer een aantal linkse opvattingen over sociale rechtvaardigheid met een hang naar complottheorieën. Al staat de inhoud van de complotten die de twee mannen ontwaren diametraal tegenover elkaar. Terwijl Ahmadinejad furore maakt met het idee dat de zionisten de massamoord op de joden grotendeels uit hun duim hebben gezogen om zich als wrede imperialisten te kunnen nestelen in het Midden-Oosten, is de voormalige Hongaar ervan overtuigd dat iedereen met kritiek op Israël er eigenlijk op uit is het karwei af te maken dat door Hitler is begonnen: uitroeiing van alle joden. Niet-joden die daar anders over denken zijn volgens hem ordinaire antisemieten. Voor de joden die vinden dat Israël concessies moet doen om vrede te sluiten met zijn buurlanden heeft hij zo mogelijk nog diepere minachting; allemaal verraders van hun vergaste bloedverwanten.
Hoewel de oude kibboetsnik zich wel erg ongeremd overgeeft aan zijn angsten, is hij in Israël niet de enige die met een lang geleden geïmplanteerd wantrouwen de wereld om zich heen beziet en vindt dat er niet hard genoeg opgetreden kan worden om de veiligheid van het joodse thuisland te garanderen. Net zoals Ahmadinejad niet de enige moslimse inwoner is van het Midden-Oosten die Israël ervaart als het ultieme symbool van westerse overheersing en meent dat de joden die daar na ’45 zijn gekomen niets hebben te zoeken in hún regio.
Wie een voorliefde heeft voor heftige symboliek en een sfeer van broeierig wantrouwen kan in het Midden-Oosten zijn hart ophalen. Wie in de ban is van het idee dat de wereld van nu wordt beheerst door tegenstellingen tussen De Islam en Het Westen hoeft weinig meer te doen dan te wijzen op de retoriek die in het Midden-Oosten wordt gebezigd om te suggereren dat daar de ultieme cultural clash plaatsvindt. Het is niet alleen vanwege de olie dat de rest van de wereld met argusogen volgt wat daar allemaal gebeurt en westerse kranten elke harde uitspraak die daar wordt gedaan gretig optekenen. Toen een regeringsgetrouwe krant op instigatie van de Iraanse president aankondigde dat ze in antwoord op de Deense cartoons een tentoonstelling ging organiseren met holocaustcartoons werd daarover in Europa, Amerika en Israël uitgebreid verslag gedaan.
Door alle berichtgeving hierover zou je verwachten dat het storm ging lopen daar bij die tentoonstelling in Teheran. Met rode oortjes begon ik aan een artikel van een journalist van de Frankfurter Allgemeine Zeitung die er vier uur lang was blijven rondhangen. Er waren slechts zes bezoekers komen opdagen: drie westerse journalisten en hun tolken. Zijn conclusie: het rauwe antisemitisme leeft niet onder Iraniërs. Bovendien hebben ze wel wat anders aan het hoofd.
Waarschijnlijk heeft dát bericht mijn oude kibboetsnik niet bereikt.
De Helling 2006/3