de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Vrijzinnigheid biedt geen houvast

door Jos van der Lans

Halsema’s vrijzinnig-linkse agenda (zie Helling 2004-2) overtuigt allerminst. Ten onrechte verklaart ze de moraal als politiek verboden terrein. Met kritiek op hedonisme en onverschilligheid is daar juist veel te winnen. GroenLinks moet vrijheden temmen in plaats van omhelzen.

Laat ik het maar meteen zeggen: ik zit met het vrijzinnig-linkse van Femke Halsema in mijn maag. Natuurlijk heeft de combinatie iets wat iedere linkse intellectueel zal aanspreken. Vrijzinnig links is immers het tegenovergestelde van ‘dogmatisch’ of ‘verstard’ of ‘schematisch’ of ‘orthodox’ of ‘rigide’ of ‘sektarisch’ links, dus wie zou zich daar niet in kunnen vinden?
Maar wat helpt het mij nu bij het beoordelen van de vraagstukken van deze wereld? Van wie doet de titel 'vrijzinnig links' mij onderscheiden? Welke andere vertegenwoordigers van links worden daarmee op hun plaats gewezen? Met dat soort vervolgvragen beginnen meteen mijn aarzelingen, want misschien is het probleem van links wel juist dat er nog maar zo weinig dogmatici en orthodoxe overtuigden in levende lijve rondlopen. De oude gloed, het rechtlijnig fanatisme is in het linkse kamp al jaren geleden uitgedoofd. Zijn we – sinds 1989 – niet allemaal een beetje vrijzinnig?
Oké, misschien dat de SP nog het meest in de buurt van de klassieke gedachten en organisatievormen is gebleven, maar het zou de creativiteit van Marijnissen c.s. onrecht doen om hen als orthodox weg te zetten. Zeker, zij hebben een rotsvaste overtuiging dat de overheid invulling moet geven aan voorwaarden en inhoud van maatschappelijke solidariteit, en in die zin zijn het klassieke maakbaarheidsadepten, maar daarvan neem je niet echt afstand door jezelf het predikaat vrijzinnig op de borst te spelden. Bovendien: ook in het GroenLinkse denken neemt de overheid als maakbaarheidsmotor nog steeds een prominente plaats in, zoals Halsema in haar eigen betoog op meerdere plaatsen duidelijk maakt.

Charme
Dat is dus mijn eerste probleem: ‘vrijzinnig links’ klinkt veelbelovend, maar hoe langer je erover nadenkt hoe minder houvast het biedt. Het onderscheidend vermogen is eigenlijk gering en in politiek-ideologisch opzicht is het – anders dan de term ‘groen’ bijvoorbeeld – geen woord waar je patent op kunt aanvragen. Het is – anno 2004 – eerder iets wat een klimaat aanduidt, een geestverwantschap, misschien wel een politieke stijlvorm. Het zegt iets over het soort intellectualiteit, over de voorliefde voor open en creatief debat, over de plicht tot vrijdenken. Dat is mooi en daar kan ik me goed in vinden, maar daarmee is de charme van het begrip ook wel zo’n beetje uitgewerkt. Veel meer zit er simpelweg niet in.
De verwarring ontstaat omdat Halsema met haar beschouwing een dubbel doel lijkt te willen dienen. In de eerste plaats zoekt zij naar een (Groen?)links antwoord op het veranderende conservatieve klimaat. Dat is ook verreweg het meest interessante onderdeel van haar betoog. Aan de hand van Isaiah Berlins ‘negatieve’ en ‘positieve’ vrijheidsbeginselen, die in haar ogen samen de politieke ankers van het liberalisme vormen, verwijt zij liberale en conservatieve denkers hun eigen gedachtegoed niet serieus te nemen. In zo'n polemische positie is Halsema op haar best. Ze gaat niet uit van een vanzelfsprekend gelijk, maar bijt zich vast in het denken van haar politieke tegenstanders, onderzoekt dat en confronteert het met tekortkomingen en tegenstrijdigheden. Dat is klasse.
Zo'n intellectuele exercitie stelt haar bovendien in staat om links te wapenen tegen al te gemakkelijk meebuigen met de conservatieve wind en de populistische tijdgeest. Dat is een reëel gevaar en Halsema toont in haar betoog overtuigend aan dat er heel veel culturele en politieke verworvenheden zijn die links – ondanks alle conservatieve angstbeelden – niet zo maar te grabbel moet laten gooien. (Groen)Links als hoeder van de emancipatoire en democratische verworvenheden van de jaren zeventig, dat lijkt mij een intellectueel interessante en in het huidige tijdsgewricht behoorlijk controversiële politieke strategie.

Katterig
Als Halsema het daar bij gelaten had, had ze mijn politieke hart gestolen. Maar Halsema wil meer. Want na deze intellectuele krachttoer zet zij zich aan haar tweede doelstelling: de uitwerking van een vrijzinnige politieke agenda. Dat had ze beter niet kunnen doen. Ik kan daar met de beste wil van de wereld niet veel meer in lezen dan een wat bloedeloze actualisatie van het eerste hoofdstuk van het verkiezingsprogramma. Halsema's agendapunten 1. Vrijheid mogelijk maken, en 2. Vrijheid beschermen, refereren weliswaar aan respectievelijk het negatieve en positieve vrijheidsbeginsel van Isaiah Berlin, maar de tekst is verder een keurige samenvatting van wat er zoal in de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks is bedacht. Het zou mij niet verbazen als het concept van de tekst langs verschillende fractieleden is gegaan, want iedereen vindt er wel wat van zijn/haar gading in.
Halsema's agenda is zwaar polemisch in de richting van de regering (die uiteraard weinig goeds doet), maar elke kritische verwijzing naar andere linkse partijen blijft hier impliciet. Dat is bewust, want zij poogt hier niet zozeer een GroenLinkse agenda te schetsen, maar een brede progressieve agenda.
Dat overtuigt allerminst, zeker niet nadat zij haar analyse nogal katterig ten opzichte van haar sociaal-democratische bondgenoten is begonnen (de leegte van links = de leegte van de sociaal-democratie). Sterker, mij bekroop het vermoeden dat Halsema's vrijzinnigheid toch vooral gelezen moet worden als een afwijzing van het conservatieve moralisme dat in de politiek – ook aan de linkerzijde – aan het opkomen is.
Het normen-en-waarden-debat, het gehamer op de Nederlandse cultuur, Halsema gruwelt ervan. In die zin is ze inderdaad een heuse liberaal: de staat moet zich ver houden van de levens van burgers, die – binnen de grenzen van de grondwet – hun eigen autonome keuzen moeten maken. Punt. Zij schrijft: “Burgers hoeven niet te worden bestookt met normen-en-waarden-sites, noch moeten zij een gekunstelde nationale identiteit krijgen opgedragen.”

Grote Politiek
Onder verwijzing naar het cultuurconservatieve offensief schoffelt zij daarmee ook alle linkse pogingen om het moderne hedonisme, de hedendaagse cultuur van afzijdigheid, het materiële egocentrisme, de sociale onverschilligheid te bekritiseren en te bestrijden onder het tapijt. Want ja, wie zich op dat terrein manifesteert waagt het om de vrijheid van anderen (ook al is dat de vrijheid van luilekkerland) van kritische kanttekeningen te voorzien en dat stuit de vrijzinnige Halsema tegen de borst.
Dat lijkt mij voor een Groene partij op termijn een politieke ingewikkelde levenshouding. Want het gaat niet alleen over cultuur en moraal, ook het milieu is niet alleen iets abstract, iets wat bedrijven en overheden aangaat of onpersoonlijke wetten betreft. Net als cultuur en moraal, is het milieu uiteindelijk toch ook iets van mensen zelf, van individuele overwegingen, van menselijke handelingen en het lijkt mij dat als je dat als politieke no-go-area uitroept, je jezelf op termijn machteloos maakt.
Ik begrijp de huiver van Halsema wel (vrijheden zijn immers ons hoogste goed), maar ik deel hem niet. Terecht wijst Jet Bussemaker in haar reactie op Halsema in het vorige nummer van de Helling erop, dat links op deze immateriële terreinen niet met lege handen staat en dat juist ook in GroenLinkse kringen de laatste jaren gewerkt is aan wat zij een communitaristische agenda noemt. Die is rijk gevuld met kleine verhalen en praktijken, die variëren van straatetiquette-projecten tot een aanzet voor een ‘Agenda voor een democratische cultuur’. De kunst is om van al deze kleine gedachten en initiatieven, die het sociale weefsel van de samenleving betreffen, Grote Politiek te maken. In feite gaat het debat over de multiculturele samenleving daarover: de kunst van het samenleven van mensen met een hoge vrijheidsgraad.
Het is mijn overtuiging dat juist voor GroenLinks – met haar anarchistische traditie van zelforganisatie en empowerment – hier een eigen politiek perspectief ligt te wachten, dat een veel groter onderscheidend vermogen heeft dan de vrijzinnig-linkse agenda die Halsema ons voorhoudt. Die agenda brengt ons in allerhande praktische politieke dilemma's en keuzes ook niet veel verder, zoals de – door mij samengestelde en uiteraard licht ironisch bedoelde – Grote GroenLinkse Vrijzinnigheidstest in dit nummer duidelijk maakt. Negen van de tien GroenLinksers scoren natuurlijk ergens in het midden, voortdurend zoekend naar een evenwicht tussen de consequent libertaire (vrijzinnige) zelfbeschikking aan de ene kant en de collectieve noodzakelijkheden aan de andere kant. Zo hoort het ook.
In een westerse democratie en rechtsstaat als de onze ontsnapt uiteindelijk niemand van autochtone huize aan een liberale inborst, want die wordt er met de paplepel ingegoten. Vrijzinnigheid is vanuit dat perspectief gewoon, het hoort bij het dominante wereldbeeld van autonoom kiezende burgers. De politieke strijd gaat er juist om in welke mate we bereid zijn om vrijheden te relativeren en afhankelijk te maken van doelen die verder reiken dan eigenbelangen. Daarom is het moderne lot van links eerder om het liberalisme te temmen en strak te clausuleren dan te omhelzen. En dat temmen beperkt zich niet tot het sociaal-economisch terrein, maar moet ook in sociaal-cultureel opzicht een politieke inhoud krijgen.
Daarvoor is wel net een andere toonsoort nodig dan Femke Halsema nu aanslaat.

Jos van der Lans is lid van de Eerste Kamer voor GroenLinks. Zie voor meer informatie: www.josvdlans.nl

De Helling 2004/3


Inhoud 2004/3