de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Twijfel

door Lisa Boersen

Eens was ik erg ongelukkig in mijn baan. Ik was zestien en werkte als serveerster in een Italiaans restaurant.
“Wat eten die mensen?”, vroeg mijn baas en hij wees naar een carpaccio-etend stel. “Wat eten die mensen zonder pepermolen?”
“Lekker hè, salade zonder olie en azijn!”
“Ik zou ook wel een half uur op mijn koffie willen wachten.”
“Jij bent een dom meisje,” zei mijn baas vaak, als klanten beleefd maar dringend om een lepel vroegen voor hun soep. “En erg dun,” want ook dat dunne zat hem dwars. Zijn opmerkingen maakten me niet veel alerter. Het was alsof ik steeds hardnekkiger de pepermolen vergat, alsof ik blinde vlekken kreeg voor klanten. Aangezien het om een zomerbaan ging, waren we redelijk snel weer van elkaar af en konden we beiden door met ons leven.

Pas hoorde ik op de radio dat het grootste deel van de WAO-ers arbeidsongeschikt is door gevoelens van onzekerheid. Het was zo’n kort overzichtje van nieuwsfeiten, dus meer toelichting kreeg ik niet.
Gevoelens van onzekerheid. Het bleef door mijn hoofd spoken. Wanneer word je zó onzeker dat je niet meer kunt werken? Je wordt onzeker als je iets niet kunt. Maar als dat over een lange periode het geval is – zonder hoop op vooruitgang – kun je beter een heel andere baan gaan zoeken. Je kunt ook onzeker worden als je denkt dat andere mensen veel beter functioneren dan jij. Of als andere mensen je onzeker máken (hier dacht ik aan mijn Italiaanse baas). Of als je meer moet doen dan menselijkerwijs mogelijk is, maar dat valt jezelf nauwelijks te verwijten. Toen dacht ik: Maar mensen die nooit onzeker zijn, zijn vreselijk irritant. Gebrek aan onzekerheid gaat meestal gepaard met kortzichtigheid, blaaskakerij of regelrechte domheid. Eigenlijk zijn mensen die níet aan zichzelf twijfelen arbeidsongeschikt. Denk aan Bush.
Hier begon ik in de war te raken. Onzekere mensen hebben bovendien lang niet altijd reden tot onzekerheid. “Ach joh, je doet het toch prima”, horen zij vaker dan “ja, als ik jou was, zou ik ook onzeker zijn”. Ze leggen de lat hoog en eisen veel van zichzelf. Prima vereisten voor een baan.
En is niet iedereen onzeker? Misschien helpt het als we dat eerlijk aan elkaar zouden toegeven. Vooral mensen met een voorbeeldfunctie, mensen uit de media en de politiek.
“Ik weet dat ik er wel eens naast zit”, zou Erwin Kroll zeggen, “en tóch ga ik proberen het weer te voorspellen”. Dat zou een hoop mensen goed doen, zelfs een kleine zucht van verlichting kunnen geven. “Hey, we’re all struggling.”
Hoewel...van politici zouden we dat niet accepteren, bedacht ik me. “Goedenavond,” ik zag Balkenende nerveus met zijn vingers door zijn haar strijken, “mensen, slapeloze nachten heb ik gehad van dat terrorisme. Je doet je best, maar af en toe denk ik ook: waar gaan we heen met zijn allen.”
Leiders moeten visie hebben. Wéten waar we heen gaan. Ook dit vond ik opeens een belachelijke gedachte, en ik dacht weer aan kortzichtige, domme blaaskaken. Ik dacht weer aan Bush. Echte leiders twijfelen, dacht ik, wikken en wegen, tasten in het duister, gaan alle opties na, zien de verschillende perspectieven, leggen de lat hoog en eisen veel van zichzelf.
Eigenlijk, dacht ik, behoort een goede leider vreselijk veel gevoelens van onzekerheid te hebben.
Maar die mensen zitten nou net in de WAO.

De Helling 2005/1


Inhoud 2005/1