de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Derrida & Superman

door Rick Dolphijn

Gelijktijdig overleden eind 2004 de filosoof Jacques Derrida en Christopher Reeve, de acteur die Superman speelde. Dat is geen toeval, het is een politiek manifest. Hun vertrek staat voor de aankondiging van een nieuwe tijd: de ethiek van de vrijheid wordt ingeruild voor die van de moraal.


I Jacques Derrida en de afkeer van macht
In de nacht van vrijdag 8 op zaterdag 9 oktober overleed de Franse filosoof Jacques Derrida. Met Derrida verliezen we de laatste van de grote poststructuralistische denkers, waartoe ook de eerder al overleden Gilles Deleuze, Félix Guattari, Michel Foucault, Emmanuel Levinas en Jean-François Lyotard behoren. Het is een groep filosofen die met de studentenprotesten van mei 1968 onder de vleugels van Sartre uitkroop en sindsdien de intellectuele agenda van Frankrijk en ver daarbuiten heeft gekleurd. Een sterk academische beweging die een opmerkelijke ethiek voorstond. Een ethiek die zich niet richt op het oordelen of veroordelen van wat als ‘niet-goed’ gezien wordt, maar een ethiek die het oordeel blijft uitstellen, een ethiek die zich ten alle tijden tracht te onttrekken aan iedere vorm van dogmatiek.
Het is niet eenvoudig om kort te verwoorden op welke wijzen de poststructuralistische filosofen deze ethiek bedreven. Vooral omdat ze een erg diverse groep vormen; ze verhouden zich ieder op een andere wijze tot de geschiedenis van de filosofie, ze maken gebruik van andere (anti) methodologieën en verwijzen in hun werk ook nauwelijks naar elkaar. Dat zij toch als groep gezien worden heeft wellicht te maken met hun marxistische/maoïstische overtuigingen, die zij ook na 1989 trouw zijn gebleven. En dat zij – in tegenstelling tot structuralisten als Claude Lévi-Strauss, Roland Barthes en Jacques Lacan – zich niet ten doel stelden om vanuit een aantal praktijken een sociaal, politiek of ethisch model op te bouwen, maar juist te laten zien dat iedere structuur zijn beperkingen heeft en dat het de taak van de filosoof is om die beperkingen aan het licht te brengen.
Het ligt niet voor de hand hier direct een ethiek in te zien. De vele critici – met name afkomstig uit dezelfde studentenprotestbewegingen – hebben het immers ook niet nagelaten de poststructuralisten steeds te bestoken met vragen omtrent wat dan wél ‘goed’ is. Misschien dat de critici met Derrida nog wel het meest moeite hadden.

Tiran
Jacques Derrida, geboren in Algerije in 1930 in een joods middenstandsgezin, groeide uit tot het gezicht van deze nieuwe generatie filosofen. In zijn beginjaren richtte Derrida zich vooral op de taalkunde (zie bijvoorbeeld De la Grammatologie, 1967), later is hij zich steeds nadrukkelijker gaan richten op de ethische kwesties. Derrida spreekt dan nadrukkelijk over gastvrijheid, vergevingsgezindheid, vriendschap en wereldburgerschap. Bijzonder actuele thema’s waarin de vraag ‘hoe goed te handelen’ direct aan de orde komt. Maar, en dit is van groot belang, Derrida bespreekt deze thema’s niet met de bedoeling een nieuw goed en kwaad te formuleren; hij doet dit om te overdenken op welke wijze dergelijke oordelen tot stand komen. Zijn ethiek is geen denken over goed en kwaad maar over de voorwaarden om goed en kwaad überhaupt als categorieën in te kunnen zetten.
Een van de grote voorbeelden voor Derrida (en de andere poststructuralisten) was Friedrich Nietzsche. Derrida achtte Nietzsche, in tegenstelling tot wat de gangbare opvatting is, een door en door ethisch denker. En wel omdat Nietzsche zich zeer nadrukkelijk afzette tegen de christelijke moraal, tegen de tegenstelling goed-kwaad zoals die door het christendom (lees: de Kerk) geformuleerd wordt. Ethiek volgens Nietzsche, betekent dat je de keuzes die je maakt in het dagelijks leven niet baseert op het oordeel van God of op een andere transcendentale mogendheid die van jou een afhankelijkheid verwacht, maar dat je je keuzes maakt naar aanleiding van wat jij – in een bepaalde situatie – als goed ervaart.
Dit is wat Nietzsche bedoelt met de Übermensch, een centraal concept in zijn denken. De Übermensch is geen tiran die zich, als ware hij een God, genoodzaakt voelt te oordelen over het menselijk leven, zoals dit begrip onder het nationaal-socialisme is ingevuld (met dank overigens aan Nietzsche’s zuster Elisabeth en haar man Bernhard Förster, een prominent leider van de anti-semitische beweging in Hitler-Duitsland). Het is geen mens die boven de mensen staat. Integendeel. De Übermensch onttrekt zich juist aan iedere vorm van macht, van hiërarchie, of stelt zich dit in ieder geval keer op keer ten doel.

Afbranden
Ook bij Derrida zien we dat ethiek zich uitdrukt als een afkeer van macht. In de breedste zin des woords. In zijn beginjaren deed hij dit door tekstanalyse, waarbij hij steeds weer probeerde te laten zien op welke manier argumenten zichzelf voortdurend ondergraven. Critici (hij had er nogal wat) zeiden dat Derrida slechts bezig was met het afbranden van ieder verhaal, maar zo simpel ligt het niet. Wat Derrida verstaat onder het begrip deconstructie (hijzelf was niet zo’n aanhanger van dit begrip, maar in de literatuur is het uitgegroeid tot de definitie van zijn werk) is géén negatieve beweging. Dat wil zeggen: deconstructie is een negatieve (destructie) én een positieve (constructie) beweging in een. Deconstructie betekent dat ieder argument zichzelf altijd al ondergraaft en daarmee een nieuw argument uitlokt.
Derrida leest een auteur – Heidegger, Marx, Artaud, Mallarmé, Levinas – met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en probeert dan te laten zien waar het argument spaak loopt, waar het tekort schiet, waar het zich afsluit voor het bijzondere, het andere. Hij heeft geen methode, hij begint simpelweg met het lezen en al lezende laat hij de tekst zichzelf tegenspreken. De tekst deconstrueert zichzelf.
Later doet hij hetzelfde met de ideeën over wat goed en kwaad is. Hij laat zien dat iedere morele regel, ieder idee van het goede, hoe noodzakelijk ook, een beperking oplegt, omdat het altijd al vol zit met interne tegenstellingen en geen oog heeft voor wat eraan ontsnapt (het andere). Iedere gearticuleerde ethiek ondergraaft zichzelf en eindigt in een dogmatiek, een stel arbitraire regels waar we ons maar aan dienen te houden. Iedere ethiek produceert afhankelijkheid en zelfs onderworpenheid. Het mag geen verrassing zijn dat Derrida zich daar weinig gelukkig mee voelt.
Derrida praktiseert een Nietzscheaanse ethiek. Een ethiek die geen hogere macht accepteert, die zich onttrekt aan iedere definitie van het goede, die zijn oordeel niet formuleert aan de hand van leefregels, maar die denkt vanuit de situatie, en die zelfs dan nog blijft proberen het oordeel uit te stellen en open te blijven staan voor het andere. Bij Nietzsche zweert de Übermensch ieder vorm van christelijke dogmatiek af. Derrida verzet zich tegen de dogmatiek die in ieder filosofisch en moreel argument schuilgaat.

II Superman en het gevecht tegen de macht
In hetzelfde weekend dat Derrida overleed, kwam ook aan het leven van de Amerikaanse acteur Christopher Reeve een einde. Reeve is slecht 52 jaar oud geworden. De laatste negen jaren was hij vrijwel volledig verlamd, na een zware dwarslaesie te hebben opgelopen als gevolg van een onfortuinlijke val van een paard. Reeve was een niet bovenmatig getalenteerd acteur met een buitenproportioneel Swiebertje-complex; in de jaren 70 en 80 heeft Reeve tot vier maal toe de rol van Superman vertolkt en is er tot het eind van zijn leven mee geassocieerd. Reeve was Superman. Met Reeve stierf Superman.
Er is veel over de figuur van Superman geschreven. In de ogen van veel critici doet de figuur van Superman nogal Freudiaans aan. Freuds driedeling van de geest is er in ieder geval zeer nadrukkelijk in te herkennen. De hoofdpersoon, de journalist en brave burgerman Clark Kent, is het ego dat zich staande probeert te houden in een wereld waarin het Kwaad (het Id) voortdurend de macht dreigt te grijpen. En juist op de momenten dat het ego lijkt te worden overspoeld door negatieve krachten is daar het alter-ego in de vorm van Superman die met daden het Id weet te beteugelen en de harmonie weer (tijdelijk) weet te herstellen.
Dat Superman zich niet eerst in zijn maillot hoeft te hijsen alvorens zijn tegenstanders te lijf te gaan – zoals alle andere (latere) superhelden – maar zijn blauw-rode pak (inclusief cape!) altijd al onder zijn kleding draagt, versterkt dat Freudiaanse beeld. Immers, een alter-ego is niet iets dat zich van buiten op het zelf projecteert, het is er altijd al onderdeel van. Net zoals overigens het Id. Ook de misstanden die Superman signaleert werpen zich namelijk van binnen uit op. Immers, het is de voorstelling van Clark Kent (het ego) dat Metropolis in gevaar is, en het is Clark Kent die hier vervolgens – middels Superman – weer actie tegen onderneemt. Freud stelt in Substitution: “We geven onze geheime zorgen en verlangen weer in de vorm van sprookjes”, en dat is precies wat er gebeurt bij Superman: ieder Superman epos is te lezen als een gecomprimeerde Freudiaanse psychologie waarin het ego, gekweld door het Id en ondersteund door het alter-ego, zich een weg zoekt in het alledaags leven.

Verliefd
Maar meer nog dan Freudiaans, is Superman Nietzscheaans. Niet eens zozeer omdat het woord Superman een letterlijke vertaling is van Nietzsche’s Übermensch; hij belichaamt hem ook. Daar waar Derrida de Nietzscheaanse ethiek weer tot leven doet komen middels woord en geschrift, doet Superman dit middels lichamelijkheid. Daar waar Derrida de Übermensch voorstelt als een ontsnapping aan iedere filosofische en morele dogmatiek, tracht Superman keer op keer de wetten van de lichamelijkheid aan zijn laars te lappen. Want het is uiteindelijk niet eens zozeer het Kwaad dat Superman wil bestrijden, het is de Macht waar hij zich aan wil onttrekken middels zijn bovenmenselijke krachten. Het is iedere definitie van lichamelijkheid die hij steeds opnieuw wenst te ondergraven. Of het nu gaat om meteoren of om megalomane redacteuren bij concurrerende kranten, Superman bevecht de Macht, bevecht het oordeel van de Macht. En niet door hier een andere Macht tegenover te stellen. Superman blijft net zo naïef als Derrida; hij blijft redacteur bij de Daily Planet, hij blijft verliefd op Lois Lane en hij weet (op vaak miraculeuze wijze) steeds weer te voorkomen dat iemand weet te achterhalen dat hij Superman is.

III Derrida en Superman verdrongen door de moraal
Zowel Jacques Derrida als Christopher Reeve/Superman praktiseerden een Nietzscheaanse ethiek. Een ethiek die zich niet tot doel stelt om leefregels op te stellen en van mensen verwacht zich te onderwerpen aan de moraal. Integendeel. Derrida en Superman zochten naar een ethiek van de vrijheid, naar een Umwertung aller Werten te komen, zoals Nietzsche dat stelde. Een andere ethiek die zich niet ten doel stelde een andere macht in het zadel te helpen (vooral in het geval van Reeve is dat bij voorbaat al een onmogelijke gedachte), maar juist keer op keer probeert zich aan iedere vorm van macht te onttrekken. Derrida deed dit allereerst door een tekst van binnen uit open te breken, en vervolgens door iedere morele positie te ontleden om aldus te bedenken hoe goed en kwaad als categorieën ingezet worden. Reeve/Superman deed dit door steeds weer de grenzen van het lichamelijke af te tasten.
Het is natuurlijk geen toeval dat Derrida en Superman in hetzelfde weekend overleden. De rolverdeling was al zo zuiver Westers: Derrida was de reïncarnatie van de Übermensch in termen van de geest, en Superman de reïncarnatie van de Übermensch in termen van het lichaam. Die moesten wel hand in hand het ondermaanse verlaten. Allebei hebben ze tijdens hun leven, op geheel eigen wijze invulling gegeven aan een andere manier van denken over het goede. Een andere ethiek. Een ethiek die niet zegt hoe het moet. Een ethiek die al walgt bij het horen van de begrippen ‘waarden en normen’. Een ethiek die niet verwacht dat je je schikt naar de consensus, naar de geldende ideeën over wat goed is. Ethiek bij Derrida en Superman betekent juist daartegenin gaan. Het betekent dat je weerstand biedt, dat je in het zoeken naar het goede argumenten kraakt en je niet laat intimideren door wetten en regelgeving. Ethisch handelen betekent je verzetten.

Blozen
Het is natuurlijk ook geen toeval dat Derrida, de laatste der poststructuralisten, en Superman, de enige echte superheld, juist nu van ons heen gaan. In deze tijd, waarin de aloude godsdiensttwisten weer oplaaien, waarin commissies van wijze mannen worden geacht na te denken over wat in godsnaam waarden en normen zijn, waarin het nationale onderwijsbudget (of wat daarvan over is) zonder blikken of blozen wordt overgeheveld naar het potje ‘repressie’, waarin een minister van Justitie nota bene serieus nadenkt over manieren waarop ‘mogelijke terroristen’, nog voordat zij een vinger hebben uitgestoken, kunnen worden vervolgd, heeft de tweeledige incarnatie van de Übermensch simpelweg niets meer te zoeken. Wanneer de ethiek weer wordt verdrongen door de moraal, wanneer de Übermensch weer wordt verdrongen door een God die vrees en angst inboezemt, die niet schroomt te oordelen en die ons haarfijn kan uitleggen wat Goed is en wat Kwaad, dan wordt het tijd voor Derrida en Superman om te gaan.

(Met dank aan Marcel Cobussen)

Rick Dolphijn is docent cultuurfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

De Helling 2005/1


Inhoud 2005/1