door Shervin Nekuee
Mag ik mij wagen aan uw geschiedenis, mijn hoog geachte Hollandse lezer? Het thema van de boekenweek dit jaar was ‘Spiegel van de Lage Landen’. Die boekenweek ligt al maanden achter ons, zult u zeggen, maar toch wil ik dit thema aangrijpen om een cruciale ontstaansmoment van dit land met u door te nemen. Het is een scčne uit de geschiedenis, die in mijn hoofd steeds meer aan betekenis en drama wint in het licht van de huidige hetze tegen islam en moslims in de Lage Landen. Het is een stukje polemische geschiedenis, een scherf van de inmiddels kapotgeslagen nationale spiegel van de religieuze tolerantie.
We schrijven april 1565; de woordvoerder van de Raad van State is op audiëntie bij Filips II. Het is Lamoraal, Graaf van Egmond. Het is een wijs besluit van Willem van Oranje en anderen om juist de edele Egmond als hun woordvoerder te kiezen. Ten eerste is Egmond een dappere krijgsheer die zijn loyaliteit aan het Spaanse rijk keer op keer op het strijdveld heeft getoond. Bovendien, gezien de reikwijdte van zijn familiebanden, die strekken van Spanje tot Beieren, is hij meer een burger der Habsburgers dan een typische bewoner der Lage Landen. Egmond vertegenwoordigde een groep trouwe dienaren die enkel wat meer autonomie en religieuze verdraagzaamheid van hun heerser verwachten, en nog geen radicale onafhankelijk in hun gedachten hadden.
Egmond, deze beminnelijke seńor, houdt namens de Raad van State een pleidooi voor religieuze tolerantie. Filips II wijst het pleidooi af.
Hier stopt mijn historische feitenkennis en begint de verbeelding. Ik schat Egmond veel hoger in dan een eenvoudige boodschapper. In mijn hoofd wordt hij door de felle afwijzing van Filips II polemisch. Ik stel mij voor dat Egmond verder gaat door te wijzen op een ander rijk waar de religieuze tolerantie werkt zonder dat het de macht van de staat ondermijnt. In hedendaagse spreektaal zegt Egmond tegen Filips II: “Ottomanen doen het al een hele tijd!”
Het is een redenering die de pleitbezorgers van tolerantie in die periode in de Lage Landen vaker gebruikten. Egmond legt het argument als laatste troef op de koninklijke tafel.
Egmond kende zijn geschiedenis goed, hij wist het volk dat vanuit Madrid de dienst uitmaakte in Europa tot voor kort geen nachtrust had, bang als ze waren voor de islamitische macht. Nog geen eeuw geleden zagen de Spaanse prinsen geel van nijdige jaloezie op de bloeiende wetenschap, kunst en mystiek van Al-Andulus waar de christenen, joden en moslims leefden onder bescherming van verlichte moslimheersers. Egmonds verwijzing naar dit islamitisch rijk (het Ottomaanse) als een modelstaat tegenover de vorst van het katholieke Spanje, is als het wapperen met een rode lap voor een Iberische stier. Polemiek van de meest effectief soort!
Niet lang daarvoor hadden katholieke koningen Spanje ‘bevrijd’ uit de schaduw van het tot dan toe superieure moslimrijk. De joodse en islamitische wetenschappers, kunstenaars en mystici werden uitgemoord of weggejaagd. De nieuwe heerser hadden hard hun best gedaan om in de preken van hun priesters, in de reconstructie van verleden en met nieuwe ingelaste feesten de bloeiende islamitische periode uit het collectieve bewustzijn van Spanje weg te wassen. Moslims, of liever gezegd de Moren, werden in de nieuwe nationale verhalen gereduceerd tot een bende wrede barbaren, en inderdaad is een van de grootste Spaanse feesten nog altijd de Reconquista.
Garcia Lorca, de meest gevierde Spaanse dichter aller tijden, schreef ooit over de mythevorming rond de ‘bevrijding’ van moslims door de katholieke koningen: “Een verschrikkelijk moment, al leren ze ons op school het tegenovergestelde. Er ging een bewonderenswaardige beschaving verloren, een poëzie, een astronomie, een architectuur en een verfijning die uniek waren in de wereld.”
Daar staat de woordvoerder van de Lage Landen, die de vorst van een rijk dat gebouwd is op moslimhaat adviseert om het politieke model van een islamitische staat te volgen. Gedurfder kan het niet. De arrogante macht te lijf gaan met herinneringen die zij liever kwijt is dan rijk. In mijn verbeelding zie ik de elegante Egmond met een glimlach de woede in het gezicht van Filips II aanschouwen.
Hoe het afloopt tussen het Spaanse vorstenhuis en Nederland weten we allemaal. Het ethos van Egmonds boodschap aan Filips II is nog altijd actueel. En misschien meer dan ooit in deze tijden van verdachtmakingen en het verbieden en aan de ketting leggen van religieuze ideeën die de machtige meerderheid niet bevallen. Pluralisme is het logische stelsel in een multi-etnisch en multi-religieuze staat en het onderdrukken van minderheden is vragen om problemen. Noch tolerantie, noch tirannie kennen een culturele of geografische begrenzing; ze kunnen elk moment binnen de islam of christendom, in de West of in de Rest, de kop op steken.
De Helling 2005/2