de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Vrouwen

door Lisa Boersen

Hij was zo’n jaar of vijftig en had slangenleren laarzen aan. Dat zegt niet alles, maar wel een hoop.
Hij was ook kaal, roodverbrand en glimmend van het zweet. Dikke druppels gleden langs zijn slapen. Met een zakdoek veegde hij zijn voorhoofd af, en daarna bleef hij nog even in zijn zakdoek staren, met zo’n blik van dat-geloof-je-toch-niet.
Zo vond ik hem. Ik ging naast hem op het bankje zitten. Het busstation was verder leeg, ik had de bus naar San José net gemist. Hij waarschijnlijk ook.
De man keek op. ‘Look,’ zei hij, op zijn Amerikaans en hij wapperde met zijn zakdoek voor mijn neus.‘Doorweekt. Wat een klere land. Fucking hell’. Hij leunde met zijn ellebogen op zijn knieën. ‘Right?’ Hij keek me aan, wachtend op instemming.
Ik haalde mijn schouders op.
Hij fronste zijn wenkbrauwen. ‘Hoe bedoel je?’
‘Nou,’ zei ik. ‘Ik vind dit geen fucking hell. Moet je kijken hoe mooi het hier is. De natuur in Costa Rica is prachtig,’ en ik wees naar het tropische regenwoud aan de andere kant van de autoweg.
‘De natuur…’ herhaalde hij. Hij haalde een tandenstoker uit zijn borstzakje en begon erop te kauwen. ‘Er zijn hoop dingen waar ik van hou, but nature ain’t one of them’.
Het was even stil.
‘Waar hou je wel van?’ vroeg ik, nieuwsgierig geworden naar wat hem wel enthousiast zou maken.
‘Vrouwen,’ zei de man, maar hij bleef treurig kijken.
‘O,’ zei ik. Ik keek hem aan. ‘En verder?’
‘Verder niets.’ De man ging rechtop zitten. ‘En zeker niet van alle vrouwen,’ ging hij door. Hij haalde zijn tandenstoker uit zijn mond en prikte ermee in de lucht. ‘Zeker niet van vrouwen uit fucking Nicaragua die niet met je willen trouwen.’
Ik wachtte op meer, maar de man was stil. Hij kauwde op zijn lip. Af en toe keek hij me vanuit zijn ooghoeken aan. Misschien wilde hij dat ik door zou vragen.
‘Ging je met een vrouw uit Nicaragua trouwen?’ vroeg ik tenslotte.
‘Ging,’ zei de man, ‘maar ze wil niet meer. Bitch’.
‘Hoezo niet?’
De man keek me aan. ‘Zó’n dikke ring heb ik haar gegeven, zó’n ring dikke gouden ring. Met een diamantje. Want diamonds are forever...’. De man lachte bitter. ‘Diamonds are for a week,’ zei hij, ‘toen had ze het bekeken.’ Hij zuchtte. ‘Ze heeft de ring niet teruggegeven.’ Hij keek me aan. ‘Zou jij dat doen?’ vroeg hij. ‘De ring houden?’
‘Ik niet,’ zei ik.
‘Zie je wel,’ zei de man. ‘Ze heeft me gebruikt. Ze wilde een yankee. Ze dacht: die vent neemt me mee naar Amerika. Los Estados Unidos’, Hij pakte zijn tas van de grond, en haalde er een plastic zakje met vers gesneden stukken ananas uit. Hij spuugde zijn tandenstoker uit en nam een hap ananas. ‘Voor arme mensen moet je oppassen,’ zei hij met zijn mond vol, ‘want die willen je geld. Ik zou maar uitkijken als ik jou was.’
‘Hoe lang kenden jullie elkaar al?’ vroeg ik.
‘Een week,’ zei hij.‘Ik ben speciaal hier naartoe gekomen om met haar te trouwen. Ik had haar uit een advertentie. Ze zou mee teruggaan naar Ohio. In Ohio zijn de wijven al helemaal niet te harden. Lelijke koeien, maar ze doen alsof ze verdomme Cindy Crawford zijn, zoveel eisen stellen ze aan een man.’
‘En nu?’ vroeg ik. ‘Ga je nu weer naar huis?’ Ik zag hem al met zijn cowboylaarzen in het vliegtuig zitten, een lege stoel naast de zijne. ‘I’m a poor, lonesome cowboy…’.
Maar de man schudde zijn hoofd. ‘Nee,’ zei hij. ‘Ik blijf. Fuck Ohio. Weet je hoe makkelijk het is voor een Amerikaan om in Costa Rica een vrouw te scoren?’ Hij bukte zich samenzweerderig naar me toe. ‘Ik heb hier zoveel Amerikanen gesproken, en ze zeggen het allemaal. Zeker die vrouwen uit Nicaragua, die hebben hier niets, die zijn arm en eenzaam, zonder familie.’ Hij keek voldaan. ‘Ik ga in San José een appartement zoeken,’ zei hij. ‘Ik heb de kranten door zitten nemen.’ Hij gooide het nu lege plastic zakje op de grond en veegde zijn handen aan zijn spijkerbroek af. ‘Het kunnen toch niet allemaal bitches zijn.’ Uit zijn tas haalde hij een krant, waarin een paar advertenties waren omcirkeld. ‘Maar ik vraag me steeds af wat dit betekent…’ Hij wees wat advertenties aan. ‘Heredia’,’ zei hij, ‘al die advertenties voor huizen beginnen met ‘Heredia’ ….what the fuck betekent ‘Heredia’ – te huur of zo?’
Ik glimlachte. ‘Nee,’ zei ik, ‘Heredia is een stad. Deze appartementen staan niet in San José…’
De man trok zijn wenkbrauwen op. ‘O,’ zei hij. ‘Nou ja. What the fuck. Ga ik daar wonen. Wie weet hoe de wijven daar zijn,’ en met een teder gebaar streek hij met zijn hand over de krant.

De Helling 2005/2


Inhoud 2005/2