de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

De Moslim als Minnaar

door Marja Vuijsje

Ze had getwijfeld of ze ons wel zou vertellen over haar prille geluk. Per slot van rekening wist je in het huidige tijdsgewricht maar nooit hoe er gereageerd zou worden als je meedeelt dat je een liefdesverhouding bent begonnen met Een Moslim. Eigenlijk had ze verwacht dat de jeugdvriendinnen uit Amsterdam-Oost haar zouden gaan bestoken met de bekende griezelverhalen over islamieten die hun vrouwen maltraiteren. En dat ze – net zoals vele anderen hadden gedaan – zouden zeggen dat ze naïef was om te denken dat die van haar altijd even aardig en hoffelijk zou blijven.
Hoe dan ook, onze reünie kreeg een verrassende wending toen zij ging uitleggen waarom haar blik telkens zo afwezig op een onduidelijke verte was gericht. Het kwam – ze moest het gewoon kwijt – allemaal door Hassan.
“Hassan? Heet jouw nieuwe vriend Hassan?”, vroeg ons jaren geleden “ook vanwege de buitenlanders” naar Almere verhuisde ex-klasgenootje. Uit de vertraging in haar manier van spreken konden wij opmaken dat ze even moest wennen aan het idee. “En waar komt hij vandaan?”
“Hij is geboren in Marokko”, antwoordde onze zwijmelaar, met zo’n zucht die mensen slaken als ze in de illusie verkeren dat er zoiets als één Grote Liefde bestaat en ook nog denken deze gevonden te hebben. Uit de opsomming van kwaliteiten die zij in hem had aangetroffen, bleek in ieder geval dat hier een vrouw aan het woord was die meende zowel een goede minnaar als een soulmate gevonden te hebben. Hassan, zoveel werd duidelijk, was een man met eigenschappen waarover de meeste heterovrouwen slechts kunnen dromen. Je kon goed met hem praten, heerlijk met hem vrijen, uitbundig met hem lachen en als het even niet meezat tegen hem aanleunen. Bovendien was hij er zo een die uit zichzelf de afwas deed, na de eerste afspraak al had onthouden hoe zij haar koffie dronk en niet onder stoelen of banken stak hoe blij hij met haar was.
Even zaten we alle vijf weg te dromen bij het concept Hassan.
“Goh,” zei Almere. “Een Islamiet.” Het klonk alsof ze nog steeds iets moest wegslikken. De stilte die zij liet vallen werd echter meteen gevuld door de twee andere vriendinnen-van-vroeger. Die bleken gezegend met een rijke fantasie over De Moslimman. De een had in een grijs verleden ook wel eens iets met een meneer van moslimhuize gehad. Ze herinnerde zich vooral dat de seks zo fantastisch was geweest. De ander wilde meteen gedetailleerd weten hoe dat in zijn werk ging met Een Moslim. Of het met een Hassan echt heel anders was als met een Henk. Waarop de ervaringsdeskundige met groot enthousiasme uit haar geheugen opdiepte dat haar moslimminnaar veel meer op haar genot gericht was geweest dan de inheemse Nederlanders waarmee ze het bed had gedeeld. Met een “o ja?”, deed ze ook een duit in het zakje. “En was dat gelukkig toeval of hebben moslims volgens jou een extra talent op dat gebied?” Volgens haar waren moslimmannen inderdaad gezegend met een hoog Rudolph Valentino-gehalte. Ook van andere westerse vrouwen die eens bemind werden door moslimmannen had ze gehoord dat de Hassans veel gevoeliger, liever en sensueler waren dan de Henken. “Ik denk dat dat komt omdat westerlingen onder alle omstandigheden rationeel willen blijven”, was haar conclusie. “Oosterse mannen schamen zich niet voor hun emoties.”
“Dat is waar”, meende onze vrouw uit Almere, die weer helemaal bij de les was. “Daar kunnen die droogkloten van ons nog wat van leren.”

Die middag vroeg ik me af aan welk beeld ik, als ik moslimman zou zijn, de voorkeur zou geven: dat van de zachte maar gepassioneerde minnaar of toch maar liever dat van de gewelddadige engerd? Ik vond het geen eenvoudige keuze.

De Helling 2005/2


Inhoud 2005/2