door Koen Dortmans
Het moderne streven naar vrijheid en opheffing van alle beperkingen heeft de mensheid opgezadeld met een ecologische tijdbom. De Duitse filosoof Wilhelm Schmid zet hier zijn ‘levenskunst’ tegenover: de kunst om in alle vrijheid te kiezen voor beperking.
Op de computerfoto die onlangs in de dagbladen stond, lijkt Nederland zo mooi rood gekleurd. Maar wie de betekenis van de kleuren op het plaatje van de ESA-onderzoekssatelliet ENVISAT kent, weet wel beter. De diep rode vlekken duiden op de hoge concentratie schadelijke stofdeeltjes in de lucht. De lucht is zo ongezond dat achttienduizend Nederlanders tien jaar eerder sterven omdat ze teveel fijn stof inademen, zo berekende het Milieu- en Natuurplanbureau in haar rapport dat zij in mei aan staatssecretaris Van Geel van Milieu aanbood. Alleen roken blijkt slechter voor de gezondheid.
De ongezonde luchtkwaliteit zette een maand eerder inwoners van Den Haag aan tot politieke actie. Bewoners van de Amsterdamse Veerkade daagden hun gemeentebestuur voor de rechter. Samen met Milieudefensie eisten ze concrete plannen om de luchtkwaliteit in hun straat te verbeteren.
Na een relatieve radiostilte van enkele jaren, lijkt het milieu weer aan publieke aandacht te winnen. Het zijn vooral beelden die Nederlanders aan het denken zetten. De satellietfoto met de Nederlandse luchtkwaliteit is slechts één voorbeeld. Een foto van de smeltende sneeuwtop van de Afrikaanse Kilimanjaro op de voorpagina’s van sommige kranten een ander. Hoogtepunt was ongetwijfeld de computeranimatie die Nova in februari toonde van een onderlopend Nederland, door de toekomstige gevolgen van het broeikaseffect. Even vergat Nederland haar overige problemen.
Erg verrassend vindt de Duitse filosoof Wilhelm Schmid de reactie op zulke beelden niet. “Het is onpopulair te beweren maar het ecologische vraagstuk plaatst alle sociale problematiek in de schaduw. Cynisch gezegd: het integratieprobleem is in Holland meteen opgelost als de zeespiegel zo ver stijgt dat het hele land onder water stroomt.”
Het krantenbericht over de boze Hagenezen dat ik Schmid laat zien, verbaast hem niet. “Uiteindelijk handelen mensen vooral uit existentieel eigenbelang; uit puur egoïsme, om het minder vriendelijk te zeggen. Voor moraal interesseert niemand zich ten diepste, voor het eigen leven echter des te meer. Wie de kwaliteit van zijn leven zo direct ziet aangetast of zich zelfs in het voortbestaan bedreigd voelt, is zonder meer geneigd te handelen. Het probleem echter van de ecologische bedreigingen is de ongrijpbaarheid. Het inademen van slechte lucht is zeker niet gezond maar dat houden we wel een tijdje uit. Problematischer zijn de stoffen die je ruiken noch proeven kunt, zoals CO2 en methaan die een verwoestende uitwerking op het klimaat hebben. De ecologische verbanden zijn zo abstract dat de bedreiging van het eigen voortbestaan minder evident is. Die verbanden worden pas zichtbaar als je je eigen belang ruimer opvat.”
Trabant
Daarmee zit Schmids onmiddellijk in het hart van zijn ethische filosofie, zijn Filosofie van de levenskunst, zoals de titel van zijn boek luidt. Toen het boek in 1998 in Duitsland verscheen, steeg het snel op de bestsellerlijsten en maakte hem in eigen land tot een bekende filosoof. Ook in ons land geniet Schmid enige bekendheid als columnist van Filosofie Magazine en. Zijn bestseller verscheen in 2001 in Nederlandse vertaling. Inmiddels heeft Schmid een opvolger geschreven, Mit sich selbst befreundet sein, dat afgelopen najaar als Handboek voor de levenskunst in Nederland verscheen.
Wilhelm Schmid (1953) woont in Berlijn en doceert filosofie in Erfurt, Riga (Letland) en Tiblisi (Georgië). Hij was in het voorjaar in Nederland om deel te nemen aan de Nacht van de Filosofie dat als thema ‘Overvloed en onbehagen’ had, wat naadloos aansluit bij Schmids levensfilosofie. Ondanks al zijn materiële welvaart put de westerse moderne mens immers nauwelijks voldoening uit zijn bestaan, zo constateert Schmid.
Het consumptieve kapitalisme en haar technische vooruitgang heeft de moderne mens autistisch gemaakt, volledig opgesloten in zichzelf, omgeven door een zo beperkte tijdshorizon dat die het absolute nulpunt nadert. “Een pre-modern systeem dat nog in de Europese geheugens gegrift staat is het socialisme van de voormalige DDR. Oost-Duitse burgers moesten twintig tot dertig jaar wachten op hun Trabant. Natuurlijk was dat systeem corrupt, maar het had als voordeel dat mensen een punt in de toekomst hadden. De geestelijke houding van de post-moderne mens is hier en nu te leven en dat altijd maar door. Dat is volledige onzin. De mens leeft gisteren en morgen. Anders is het goede leven niet mogelijk.”
Kinderwagen
Kenmerkend voor de moderniteit, volgens Schmid, is dat de mens vrijheid opvat als bevrijding, vooral van natuurlijke beperkingen. Wetenschap, techniek en technologie hebben het voor de moderne mens mogelijk gemaakt deze bevrijding te verwezenlijken. “De luchtvaart brengt de mens waar dan ook ter wereld in luttele uren. De ruimtevaart heeft de gravitationele binding aan de aarde zelfs helemaal overwonnen. Sinds de anti-conceptiepil kunnen mensen met elkaar naar bed zonder voortdurend een kinderwagen voor zich uit te duwen. Terwijl juist de mensen met kinderen nog enigszins op de toekomst gericht zijn.”
De techniek, bedoeld om het leven van mensen beter te maken, bezit een eigen dynamiek die de mens op zijn beurt net zo vormt als de mens de techniek. “Ook al is de techniek in werking gezet door de mens, ze is inmiddels zelf een macht geworden die het leven net zo vervult als bedreigt.”
Die dreiging komt niet voort uit de atoomfysica, zoals sommigen na de Tweede Wereldoorlog vreesden, maar het is veeleer de zacht tikkende ecologische tijdbom van de alledaagse techniek die het menselijke bestaan ondermijnt, volgens Schmid. “Feitelijk beschikt de mens momenteel over de vrijheid om de aarde en daarmee zichzelf te gronde te richten, wat in de 18de eeuw de filosoof Immanuel Kant al vreesde toen hij zich van de onmetelijkheid van de menselijke vrijheid bewust werd.” Het doet Hans Jonas’ metafysische vraag rijzen: moet er überhaupt een mensheid zijn, en zo ja, waarom?
Macht
Voor Schmid is de urgentie van het ecologische probleem zonneklaar. “Het is niet de vraag of er gevaar bestaat, het is de vraag of de mens het gevaar nog kan afwenden. We hebben tot nu toe nauwelijks ervaring met het terugdraaien van ecologische schade. En de spaarzame ervaringen zijn weinig hoopgevend. Neem het gat in de ozonlaag. Pas toen de politiek uiteindelijk het probleem en de veroorzakers, de Cfk’s, erkende, openden zich de deuren naar een verbod op de schadelijke spuitbusgassen. Vooralsnog zonder merkbaar resultaat.”
Schmid is niet onder de indruk van de kritiek die sommige wetenschappers uitten op de rekenmodellen van het wetenschappelijke VN-klimaatinstituut IPCC. “Het klopt dat we geen definitieve zekerheid hebben over de ecologische toestand op aarde. Maar mensen nemen in het leven altijd beslissingen zonder volledige zekerheid. Pas op je laatste dag weet je of de keuze de juiste was. Het is een optie de huidige kennis te negeren en af te wachten wie gelijk heeft. Maar ik ga ervan uit dat de ecologische problematiek negatief kan uitvallen, tenzij we nu, met vooruitziende blik, klug handelen.”
Ondanks de onafwendbare ecologische problemen waar de moderniteit de mensheid mee heeft opgezadeld, veroordeelt Schmid het moderne gedachtegoed niet in zijn geheel. “Het is ondenkbaar terug te keren naar een voormoderne tijd. Maar de droom om mensen definitief te verlossen van ziekte, pijn, sociaal onrecht en economische ongelijkheid heeft ze niet waar kunnen maken. Vrijheid betekent niet alleen bevrijding van beperkingen. Een bevrijd individu is volledig naakt. Zijn vrijheid krijgt iets beangstigends. Het is niet meer de vraag: ‘Wat moet ik doen?’ maar eerder: ‘Wat moet ik met mijn vrijheid aan?’ Je moet je vrijheid vormgeven. Met de vrijheid die mensen hebben lijkt dat een vanzelfsprekendheid. Niets is minder waar. Je moet sterk in je schoenen staan. De filosofie van de levenskunst streeft naar een individu dat bezit neemt van zichzelf, dat de macht heeft zijn leven te vormen zoals hij zelf wil.”
Alarmbellen
Schmid bepleit derhalve een tweede Verlichting, een aufgeklärte Aufklärung, die een filosofie van de levenskunst centraal stelt. “Levenskunst is dat wat na het einde van de Grote Verhalen rest: een terugkeer naar het afzonderlijke individu dat geheel vrij is zelf te kiezen hoe hij zijn leven vorm wil geven, zonder de oude illusies van de moderniteit te koesteren,” schrijft Schmid in Philosophie der Lebenskunst. Dat de filosofie van de levenskunst het individu benadrukt, wekt de indruk dat het een pleidooi is voor een nieuw en onpolitiek individualisme. Niets is minder waar, stelt Schmid. Levenskunst begunstigt geen individu dat louter op zichzelf betrokken is. Maar ze doet geen beroep op moralistische regels of op plichten, levenskunst is niet normatief. Zij legt niet inhoudelijk vast hoe het leven geleefd moet worden. Zij is daarentegen ‘optatief’, zoals Schmid het noemt: de levenskunst tracht alle mogelijke, vrij te verkiezen bestanddelen te thematiseren die het leven de moeite waard zouden kunnen maken om geleefd te worden. Daarbij gaat zij uit van het inzicht dat ieder kortzichtig egocentrisme, losgedreven van de ander en de maatschappij, de verwerkelijking van het eigen individuele leven in de weg staat. Voor het goede eigen leven, heeft het individu de ander nodig, is Schmids stelling.
Dat maakt zijn filosofie per definitie politiek, een Politik der Lebenskunst. Geen grote politiek van boven die richting geeft aan de loop van de geschiedenis, zoals het marxisme dacht af te stevenen op een onontkoombare utopie, de klassenloze maatschappij. Of zoals Greenpeace die het apocalyptische verhaal omarmt van de film The day after tomorrow. De politiek van de levenskunst is een politiek van onderaf en stelt een pragmatische utopie als hoogst haalbare doel. Het ecologische bewustzijn is zo’n Kleinspolitik, zoals Schmid het noemt.
“Ecologische bewustzijn is niet aan mensen opgelegd, geen regering heeft het haar burgers verordonneerd. Zeker niet de grote politieke partijen die jarenlang hun best hebben gedaan problemen te ontkennen en het milieubewustzijn in een kwaad daglicht te stellen. Toch heeft het zich doorgezet. Dat is slechts op één manier te verklaren: één persoon is begonnen geheel uit eigen beweging, uit volledige vrijheid zijn vrijheid in te perken. Een zekere gelatenheid in zijn directe behoeftebevrediging te betrachten. Daarna volgde een tweede, een derde, enzovoorts. En het aantal zal blijven groeien, naarmate de klimaatveranderingen dramatischere vormen aan begint te nemen.”
Zo’n kleine politiek is al snel effectief volgens Schmid. “Als individu bent je niet niets in een maatschappij. Je vormt een klein deel maar jij bent degene die beslist of je groene stroom neemt of niet, of je een product koopt of niet. Firma’s zijn uiterst gevoelig voor je keuze. Al bij een omzetafname van een duizendste, rinkelen alle alarmbellen bij de marketingafdelingen.”
Wetten, regels en gedragscodes, ontwikkeld door ethische commissies werken zonder meer ondersteunend maar dwingen uiteindelijk het menselijk gedrag niet af. Ze moeten gedragen worden. Dat maakt regels principieel tot iets voorlopigs. Een nieuwe democratische meerderheid, kan in de toekomst anders beslissen en eerdere regelgeving terugdraaien.
Trots
“De Grünen hebben dat in Duitsland ervaren. Sinds ze deel uitmaken van de bondsregering zijn vrijwel al hun wetsvoorstellen, zoals oliebelasting, ecotax en de invoer van statiegeld voor blikken, aan flarden gescheurd. Alleen door de opbrengst van de milieuheffingen te gebruiken voor sociale voorzieningen zijn sommige maatregelen duurzaam gemaakt.”
Kern van Schmids ecologische levenskunst, die hij in het laatste hoofdstuk van Philosophie der Lebenskunst beschrijft, is het kweken van een kritisch nadenkend, maatschappelijk en politiek betrokken individu dat zelf zijn beslissingen neemt en de grenzen van het eigen zelf overstijgt. “Het individu laat zijn leven niet langer overkomen. Het is niet langer onverschillig over wat er met hem en de wereld om hem heen gebeurt. Het toont zich selbstmächtig en ervaart zijn vrijheid. Een individu dat zichzelf begrijpt, weet heeft van de samenhang tussen hem en de wereld, komt goed met zijn leven terecht. Een leven met het trotse gevoel van verantwoordelijkheid laat zich beter leven. Anderen tonen dat dat werkt, is het beste wat we kunnen doen. Andere mogelijkheden hebben we niet. Voor normativiteit en plichtsmoraal sluiten mensen de oren.”
Of het voldoende is, weet Schmid niet. “Ik ben een optimistische pessimist. Optimist omdat in een leven zonder optimisme niets verandert, ook niet ten goede. Pessimistisch omdat de kansen op een goed antwoord op de schier onoplosbare ecologische problemen niet overschat mogen worden. Maar zeker is dat het ecologische bewustzijn tot nog toe altijd is gegroeid en nooit geslonken.”
- Wilhelm Schmid: Filosofie van de levenskunst. Inleiding in het mooie leven, uitgeverij Ambo/Anthos, Amsterdam, 2001, 160 pag.; 12,50 euro
- Wilhelm Schmid: Handboek voor de Levenskunst, uitgeverij Ambo/Anthos, Amsterdam, 2004, 394 pag.; 19,95 euro
Koen Dortmans is programmamaker publiek debat bij LUX in Nijmegen, en freelance journalist
De Helling 2005/2