de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Thema: de wereld
Eigenbelang

door Martijn Dadema

Tegen armoede en klimaatverandering wordt onvoldoende gestreden, maar dat ligt niet alleen aan falende internationale besluitvorming. Mondiale problemen moeten opgelost worden door nationale actie.

In zijn artikel in Foreign Affairs (mei/juni 2005) laat Kofi Annan, secretaris-generaal van de VN, enkele denkbeeldige bewoners van deze wereld vertellen wat in hun ogen de grootste bedreiging is van dit moment. Een New Yorkse bankier maakt zich grote zorgen over het internationaal terrorisme. Een wees in Malawi heeft zijn ouders verloren aan AIDS. En een vrouw in Darfur is verkracht door gewapende milities en voelt zich niet veilig in haar eigen huis. Drie verschillende visies op wat we het meeste moeten vrezen. Juist deze verschillen zijn in de optiek van Annan het grootste obstakel voor internationale samenwerking. Landen gaan uit van hun eigen prioriteiten waardoor een gezamenlijke aanpak van mondiale problemen amper van de grond komt.
Annans artikel in Foreign Affairs is een toelichting op zijn in maart gepubliceerde rapport In larger freedom: towards development, security and human rights for all. In dit rapport worden een aanzienlijke hoeveelheid mondiale uitdagingen benoemd die urgent moeten worden aangepakt: klimaatverandering, verwoestijning, verlies aan biodiversiteit, besmettelijke ziektes, terrorisme, proliferatie van massavernietigingswapens, gewapende conflicten, geweld en schendingen van mensenrechten. Een individueel land is niet in staat om zichzelf tegen alle dreigingen te verdedigen en daarom is internationale samenwerking essentieel. Hij stelt: “In a world of inter-connected threats and challenges, it is in each country's self-interest that all of these challenges are adressed effectively.” De aanpak van mondiale problemen is niet alleen een kwestie van liefdadigheid en internationale solidariteit, maar ook van eigenbelang.
De mondiale problemen zijn bekend, de oplossingen zijn voorhanden, technische uitvoerbaar en financieel haalbaar. Annan vraagt aan de wereld om deze kans te grijpen en over te gaan tot actie. Helaas roept deze lovenswaardige oproep vooral scepsis op. Annan is de zoveelste secretaris-generaal van de Verenigde Naties die probeert om tot mondiale actie te komen. De besluiten blijven echter tot op heden veelal steken in beloftes. Het ontbreekt aan brede politieke wil om op te treden.
Het zou makkelijk zijn om het ‘mondiale bestuur’ aan te spreken op dit falen. Dat is alleen erg lastig. Het mondiale bestuur bestaat namelijk niet echt, het is een veelkoppig beest dat is gebaseerd op nationale staten die zijn vertegenwoordigd in internationale organisaties, ondertekenaar zijn van verdragen en conventies, deelnemen aan intergouvermentele conferenties, en participeren in subgroepen van landen (G-7, G-77). Daarnaast is er een complex aan mondiale netwerken van NGO's, multinationale ondernemingen, religieuze organisaties en onderzoekers. Iedere deelnemer aan dit ‘mondiale bestuur’ kan zich makkelijk verschuilen achter anderen en niemand wordt direct afgerekend.
Het is waar dat hieraan iets moet veranderen. WTO, IMF en Wereldbank liggen al een tijd onder vuur, onder meer vanwege het ontbreken van legitimiteit in de besluitvorming; een groot aantal landen en het gros van de wereldburgers zijn immers amper vertegenwoordigd. Over hervormingen is zeer veel geschreven en gesproken, maar de visies lopen sterk uiteen.

Soldaten
Andersglobalisten willen een drastische herziening van het stemrecht in Wereldbank en IMF waardoor ontwikkelingslanden meer invloed krijgen. De milieubeweging roept om de oprichting van een Wereld Milieu Organisatie analoog aan de WTO. Alle progressieven smeken om een hervorming van de VN-veiligheidsraad. De echte optimisten geloven in een wereldregering met een wereldparlement. Hyperglobalisten daarentegen menen dat de markt alle problemen zal oplossen en geen internationale overlegstructuren noodzakelijk zijn. Bijna elk voorstelbare idee, praktisch, filosofisch of wetenschappelijk van aard, is ergens uitgedacht en opgeschreven. Maar al deze voorstellen en plannen – en Kofi Annans rapport met hervormingsvoorstellen is de jongste bijdrage – hebben niet geleid tot substantiële veranderingen van bestaande structuren en machtsverhoudingen.
De oorzaak van deze status quo ligt bij het gegeven dat landen meestal niet tot een oplossing willen komen voor mondiale problemen – vanwege specifieke eigenbelangen. De Verenigde Staten zijn uiteraard notoir op dit gebied. Het Congres en de Senaat willen geen enkele nationale bevoegdheid afdragen aan internationale organen. Het niet ratificeren van het Internationale Strafhof is hiervan een voorbeeld: niemand anders dan de Amerikanen mogen oordelen over de daden van hun soldaten. De onwil om de uitstoot van CO2 te verminderen, is een ander voorbeeld. De lobby van de industrie wint hier van de milieulobby. Datzelfde zie je in Australië, China en India, die geen van allen het Kyoto-protocol ondertekend hebben. De financiering van armoedebestrijding, waarvoor internationaal is afgesproken om 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product te reserveren, wordt door weinig landen gerealiseerd. De nationale regeringen geven prioriteit aan binnenlandse problemen.

Condoom
De sleutel tot de mondiale vraagstukken ligt dan ook niet op het internationaal niveau, maar bij de nationale staten. De opvatting over wat het nationale belang is zal moeten veranderen. De voormalig decaan van Harvard en gerenommeerd wetenschapper Joseph Nye verwoordde dit voor de Verenigde Staten als volgt: “When the majority of the American public is indifferent and complacent about international affairs, the battlefields of foreign policy are to those with special interests. The result is a narrow definition of the US national interest that often alienates other countries.” (International Affairs, 2002, nr. 2). In Nederland ligt dat niet anders. Voor de meeste burgers is het buitenland nog steeds een ver-van-mijn-bed-show. Politici worden niet gekozen op basis van hun buitenlandbeleid, maar succes op binnenlandse thema's. Hierdoor is het een handjevol specifieke deelbelangen die het buitenlandbeleid beďnvloeden. Het bedrijfsleven is hier veruit het meest succesvol in, maar zeker niet de enige. Je hebt militaire vakbonden die geen militaire uitzending willen naar gevaarlijke gebieden, de boeren die hun subsidies proberen veilig te stellen, ambtenaren die de transatlantische banden sterk willen houden of religieuze groeperingen die tegen abortus en condoomverstrekking zijn.
Dit leidt tot een beperkt perspectief van het nationale belang. Lange tijd konden we ons dit veroorloven – veel buitenland was inderdaad ver van ons bed. Maar door de globalisering en integratie van de wereld komen mondiale problemen steeds dichterbij en vormen nu ook een nationale bedreiging. Een effectief buitenlandbeleid wordt hiermee steeds belangrijker voor ons leven hier. Uiteindelijk kan een internationale terroristische aanslag overal plaats vinden. De opwarming van de aarde leidt tot een algehele ophoging van de zee. Een infectieziekte kan in elk vliegtuig of schip meeliften. Een ineenstorting van het financiële systeem treft iedere economie. Mondiale belangen zijn een integraal onderdeel gaan uitmaken van nationale belangen. De Nederlandse Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) concludeerde onlangs in haar advies over het fenomeen ‘falende staten’: “het is op zijn minst een kwestie van verlicht eigenbelang dat leed en chaos in de wereld worden voorkomen”. De onderdelen van het buitenlandbeleid, zoals ontwikkelingssamenwerking, opkomen voor mensenrechten, de aanpak van milieuproblemen en het ingrijpen in falende staten, kunnen niet langer uitsluitend gezien worden als een uitdrukking van internationale solidariteit en liefdadigheid, maar ook van eigenbelang. Buitenlands beleid is binnenlands beleid.

Zielig
Iedere regering is in woord enorm begaan met het lot van de wereld en weet altijd voorbeelden te geven waaruit moet blijken dat mondiale problemen wel degelijk een belangrijk rol spelen bij de integrale belangenafweging. Dit is helaas meestal een rookgordijn. Nederland bepleit internationaal dat de landbouwproducten van ontwikkelingslanden zonder belemmeringen onze westerse markten moeten kunnen betreden. Dat is zeker positief voor deze landen. Echter, tegelijkertijd wil Nederland dat buitenlandse investeerders onder dezelfde voorwaarden toegang krijgen tot een land als nationale investeerders. Dit is lang niet altijd in het belang van ontwikkelingslanden. Zij willen zelf kunnen bepalen welke investeringen goed zijn voor de ontwikkeling van hun land. Dit is een voorbeeld van hoe rijke landen met de ene hand geven en de andere hand nemen, geďnitieerd door een goede bedrijfslevenlobby.
Burgers moeten veel meer willen bepalen welke richting het buitenlandbeleid opgaat. Voor nationale sociaal-economische kwesties zijn in Nederland allerlei overlegcircuits opgericht, zoals de Raad van de Arbeid en de Sociaal-Economische Raad. Op het terrein van het buitenlandbeleid bestaat niet eens een afgezwakte variant van een dergelijk overleg. De oprichting van een Raad voor het Buitenlands Beleid waarin vertegenwoordigers zitten van het bedrijfsleven, vakbonden, maatschappelijke organisaties zou een interessant initiatief zijn.
Het bestaande maatschappelijk middenveld van ontwikkelingsorganisaties, de milieubeweging, mensenrechtenactivisten, maatschappelijke initiatieven, vakbonden en progressieve politieke partijen moet nationaal de strijd aangaan om een tegenmacht te creëren. Zij moeten niet langer alleen lobbyen bij internationale organisaties, vergaderen in verre oorden, praten met nationale ambtenaren, maar een breed debat stimuleren. Daar hoort een aanzienlijke aanpassing van hun boodschap bij. Het gaat niet alleen om het helpen van zielige arme kindjes in Afrika en onderdrukte vrouwen in Afghanistan. Het gaat ook om de koppeling tussen de ontwikkelingen dáár met de dagelijkse belevingswereld van de gemiddelde burger hier. Een boodschap van naastenliefde en internationale solidariteit is in Nederland voldoende effectief om een aanzienlijk bedrag voor ontwikkelingssamenwerking te garanderen, maar onvoldoende effectief om een brede laag in de samenleving te bereiken die offers wil brengen om mondiale problemen op te lossen. Een boodschap van eigenbelang zal veel effectiever zijn.

Skiën
Hiervoor zijn genoeg aanknopingspunten. Jaarlijks mislukken vele oogsten en overstromen grote rivieren vanwege klimaatveranderingen. Veel internationale criminaliteit en terrorisme vloeit voort uit het falen van landen die zeer ver weg liggen. De opstandige burgemeester van Salt Lake City, Rocky Anderson, die groot voorstander is van het Kyoto Protocol, zei: "It is remarkable. We talk about the melting of the polar ice caps and massive flooding, the millions of people that will die of starvation and the civil wars that will be fought over rapidly diminishing resources, resulting in total utter devastation and catastrophe. Peoples' eyes glaze over, but when you mention the destruction of the ski industry, people perk up and say, 'You're kidding me!' That's when they become really alarmed."
Een verhoogde bewustwording van burgers van de lokale impact van mondiale problemen, kan een enorme impuls geven aan de politieke discussie. Het kan de opstelling van nationale staten in internationale fora doen veranderen, en zo de huidige status quo doorbreken. Meer dan van geruzie over hervormingen van internationale instituties, mogen we een doorbraak verwachten van een nationale strijd over actualisering van het eigenbelang.

Martijn Dadema is internationaal secretaris van GroenLinks

De Helling 2005/2


Inhoud 2005/2