de helling, kwartaalblad voor linkse politiek bestellen colofon

Thema: democratisering
Onderwijs: Ouders eisen aandacht

door Robert Sikkes

Ouders zijn heel tevreden over de school van hun kind. Tegelijk is de opmars van klagende ouders de grootste verandering in het basisonderwijs. Ze willen een beetje meer aandacht.

Een moeder in Zuidhorn kreeg een schoolpleinverbod opgelegd: de school werd gek van de stortvloed aan opmerkingen, vragen en klachten. Een vader in het Gooi stapte naar de rechter omdat zijn kleuter geen klas mag overslaan, maar verloor. In Den Haag hadden ouders meer succes. Ze maakten een zwartboek over de achterstand van hun kinderen, gingen met hun grieven naar de inspectie, die pal daarop de school aan een extra doorlichting onderwierp en het schoolbestuur dwong om de kwaliteit te verbeteren. En is de opmars van Iederwijs-scholen – vaak door ouders opgezet – niet het ultieme bewijs dat de opstand van de ouders tegen de professionals op school met alle middelen wordt ingezet?
Nee, de revolutie blijft uit. Want ouders zijn gemiddeld genomen erg tevreden over de school, de leerkrachten en het onderwijs. Ze komen bij uitzondering in het geweer als ze vrezen dat het welzijn van hun oogappeltje wordt bedreigd. En dan zijn ze wel eens bereid om tot het uiterste te gaan.
De tevredenheid blijkt keer op keer uit de jaarlijkse Onderwijsmeter van het ministerie. De kwaliteit van de eigen school krijgt een dikke zeven-en-een-half, de eigen leraren van hun kinderen een zeven in het voortgezet onderwijs tot bijna een acht op de basisschool. Ouders zijn tevreden op vrijwel alle fronten, of het nu over de veiligheid, de sfeer of de motivatie van het team gaat. Er zijn twee minpuntjes: gebrek aan individuele aandacht in het basisonderwijs en de lesuitval in het voortgezet onderwijs.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft in de studie Ouders bij de les geprobeerd om de rol van ouders in het onderwijs helder te krijgen. Zijn zij consumenten, voortdurend kritisch op zoek naar het allerbeste onderwijs? Of stellen ouders zich op als medevormgever van het onderwijs door zich intensief te bemoeien met de dagelijkse gang van zaken op school? Of zijn ouders eerder passieve cliënten, die wel zien wat er op ze afkomt en vervolgens hun standpunt bepalen?
Het lijkt op het laatste. De overheid doet weliswaar verwoede pogingen om net te doen alsof ouders consumenten zijn, door op internet kwaliteitskaarten te publiceren, maar in de praktijk zoeken ouders gewoon een aardige school dicht bij huis met een sfeer die ze aanspreekt. De staat probeert verder ouders te betrekken bij het schoolleven, onder meer door het instellen van medezeggenschapsraden. Maar het kost die raden keer op keer onwaarschijnlijk veel moeite om vaders en moeders voor die rol te interesseren. Nee, het SCP komt tot een treurige conclusie. De overheid propageert wel ouderparticipatie, maar dat is tegen beter weten in. Slechts een handjevol ouders wil zich echt met het beleid bemoeien.

Tomatensoep
Ouderbetrokkenheid loopt eerder via de minder formele kanalen. De ouderraad, die de uitjes en feesten organiseert, kan op meer vrijwilligers rekenen. En los daarvan zijn talloze ouders bereid om tijd en moeite te steken in het schoolleven. Als leesmoeder, door mee te gaan met het schoolreisjes, door tomatensoep voor het kerstdiner te maken. Die rol past de ouders het best. Op de basisschool levert ongeveer de helft van de ouders (driekwart van de moeders, een kwart van de vaders) een dergelijke informele bijdrage. Het SCP maakt dan ook gehakt van het overheidsideaal dat ouders graag intensief betrokken willen zijn bij het beleid van de school.
De feitelijke ruimte voor ouders om zich met beleid te bemoeien is overigens niet erg groot. Noch op school, noch gemeentelijk, noch landelijk hebben ouders echt iets in de melk te brokkelen. De vier ouderorganisaties NKO, Ouders&Coo, Lobo en VOO doen misschien hun uiterste best om een voet aan de grond te krijgen, maar als het er echt om gaat, bijvoorbeeld over een vierdaagse schoolweek, hebben ze uiteindelijk weinig of niets te vertellen. Ouders hebben nu eenmaal tegengestelde belangen. Of beter geformuleerd: allemaal hetzelfde belang. Allemaal wensen ze het beste voor hún eigen kind en hebben weinig oog voor het geheel.
Het SCP is weinig optimistisch over verbetering van de positie van ouders. Nu het beroep van leraar professionaliseert en schoolbesturen fuseren tot grootschaliger verbanden, wordt de positie van ouders alleen maar zwakker: “De verwachting is dat de bestaande kennis- en machtsachterstand ten opzichte van bestuur en personeel door deze ontwikkelingen alleen maar zal toenemen.”
Feit is dat ouders en school elkaar soms slecht verstaan. De mix van vertrouwen en afhankelijkheid maakt de onderlinge relatie tussen school en ouders kwetsbaar. De hoofdconclusie van het KRO Vertel het ons-onderzoek van eind 2003 luidde bijvoorbeeld dat ouders vinden dat leraren niet luisteren. “Ouders vinden leraren maar lui. Te vaak schuiven zij hun verantwoordelijkheid af op een te hoge werkdruk en een gebrek aan tijd.” Het gebrek aan communicatie wordt volgens het onderzoek “pijnlijk duidelijk”.

Opvoedboeken
Bij de verschijning van haar bundel columns Ik sta er alleen voor noemde schrijfster/lerares Inge Braam op haar beurt juist de opmars van klagende ouders de grootste verandering die zich de afgelopen jaren in het basisonderwijs heeft voltrokken. Als oorzaak ziet zij dat ouders torenhoge verwachtingen hebben van hun eigenhandig verwende kreng, en min of meer eisen dat de juf of meester er dan maar ook eventjes uithaalt wat er volgens pa en moe in zou zitten. En o wee als dat proces niet helemaal loopt zoals verwacht. “Ik merk ook aan mijn collega's dat het de verandering is waar ze het minst tegen kunnen, dat hun professionaliteit in twijfel wordt getrokken.” Met haar blijmoedig optimisme zegt ze vervolgens dat het wel zal wennen, al zal het volgens Braam moeite kosten om een nieuwe houding tegenover ouders te bepalen. “Tegen lastige kinderen kun je nog zeggen: en nu is het afgelopen. Dat lukt je bij ouders niet.”
Inderdaad, het houdt nooit meer op. Daar zullen leraren aan moeten wennen. De huidige generatie ouders is hoger geschoold dan ooit tevoren en wordt in de damesbladen en opvoedboeken overladen met tips over het oppikken van signalen over pesten, dyslexie of ADHD. Tegelijkertijd is het belang voor ouders van een soepele schoolloopbaan van hun kind toegenomen. Allereerst omdat het besef wortel heeft geschoten dat de schoolopleiding ook de maatschappelijke kansen bepaalt. Daarbovenop zijn de gezinnen kleiner geworden. Kon een ouder vroeger accepteren dat in het gezin van vijf er eentje niet zo goed kon meekomen, nu is het een hard gelag als een van de twee kinderen minder presteert, zo luidt een favoriete uitspraak onder onderwijssociologen.
Het is allemaal waar en iedereen ziet ze daarom ook wel over het schoolplein schuiven, de verontwaardigde vaders en moeders die op hoge toon tekst en uitleg vragen over iets onbenulligs en van een mug een dierentuin vol dikhuiden maken. Scholen zouden daarom hun oudercommunicatiebeleid wel eens onder de loep kunnen nemen om irritaties voor te zijn. Want er gaat ook soms serieus iets mis. Als communicatie-arbeider én schoolgaande-kinderen-leverancier sta ik wel eens verbaasd te kijken hoe scholen omspringen met basisvaardigheden klantvriendelijk gedrag.

Slaapfeest
In de onderbouw zit je als vader nog iedere ochtend braaf met je kind op schoot in de kring. Om de dienstmededelingen van de kleutergroep aan te horen, de oproepen van de juf voor bijstand bij het uitstapje naar de kinderboerderij te noteren, of de ingestudeerde liederen en verzen met applaus te belonen. Je wordt onder aandacht bedolven. In groep drie sta je echter opeens buiten. Een kus, een aai over de bol en vertrekken maar. De communicatie over dienstmededelingen verloopt via briefjes die kinderen meekrijgen en kwijtraken, of onduidelijke mededelingen die ze mondeling overbrengen. “Als het slaapfeest is, zijn we overdag vrij.” Maar vóór of ná het slaapfeest, of allebei? “Dat weet ik niet meer.”
Laten we niet al te veel somberen: het loopt zelden helemaal uit de hand, al lijkt dat in de media wel eens anders. “Juridisch geweld baart onderwijs grote zorgen”, “Ouders in de rij om de school aan te klagen” en “Ouder claimt vaker schade bij scholen”, zijn een paar krantenkoppen. Hier hebben we te maken met een journalistieke wet. Eén voorval is een incident, twee is een trend.
Het aantal ouders dat naar een landelijke klachtencommissie of de rechter stapt, stijgt misschien wel, maar waar hebben we het over? Het gaat bij elkaar om naar schatting 600 gevallen per jaar. Dat is helemaal niets wanneer je bedenkt dat er iedere dag bijna 2,5 miljoen kinderen naar school gaan, een percentage van nog niet eens 1 promille. Een score die veel bedrijven graag zouden willen evenaren.

Literatuur:
- Inge Braam: Ik sta er alleen voor – columns van Lachesis; Algemene Onderwijsbond, 1999 (uitverkocht, de nieuwe bundel Petjes en Prinsjes, Het Spectrum, 2005 is verkrijgbaar in de boekhandel)
- Ministerie OCW: Onderwijsmeter 2005, Uitgave OCW, 2005
- Ria Vogels: Ouders bij de les, uitgave SCP, 2002

Robert Sikkes is hoofdredacteur van het Onderwijsblad, magazine van de Algemene Onderwijsbond, en auteur van De allerbeste basisschool – gids voor ouders, leerkrachten en politici over de kwaliteit van het basisonderwijs (Spectrum, 2004)

De Helling 2005/4


Inhoud 2005/4